The Dark and the Wicked

The Dark and the Wicked: somber, kaal en doodeng

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Minimalistische horrorfilm over broer en zus die de dood van hun ouders doorstaan op een afgelegen geitenboerderij. Vreselijk effectief en effectief vreselijk.

In de bioscopen was 2020 vooral een horror-jaar omdat de deuren werden gesloten en veel films werden uitgesteld; in het genre horror zelf waren de films die wel te zien waren helaas minder sterk dan in voorgaande jaren - hoewel we het uitgestelde en naar het schijnt verrassend goede vervolg op A Quiet Place nog te goed hebben.

Met als gunstige uitzonderingen Robert Eggers' meesterwerk The Lighthouse (nu op Amazon), het dementie-drama Relic en nu op de valreep het demonen-drama The Dark and the Wicked, een buitengewoon verontrustende meditatie over hoe het is om ineens geconfronteerd te worden met het sterven van de ouders die je lang geleden min of meer uit het oog bent verloren. En hoe het gapende gat dat de afgelegen eenzaamheid in de persoonlijke levens van je ouders sloeg, inmiddels blijkt opgevuld door iets onzegbaar verschrikkelijks.

Louise en Michael zijn in de dertig en broer en zus. Hun ietwat excentrieke ouders zien ze nog zelden sinds ze de geitenboerderij waar ze zijn opgegroeid verlieten voor een modern leven in de verre stad. Maar nu zijn ze terug, want vader ligt op sterven. Niet in een ziekenhuis, want hij is niet meer te redden, maar volgens zijn eigen wensen gewoon op de boerderij, in het huis naast de geitenstal die al decennia in het levensonderhoud van de ouders voorziet. Er gaapt een duidelijke kloof tussen de landelijke en twintigste-eeuwse wereld van de ouders en de stadse en eenentwintigste-eeuwse wereld van Louise (Marin Ireland uit The Umbrella Academy en The Irishman) en haar broer Michael, die met zijn tweeën een week op de farm willen verblijven om afscheid te nemen van hun comateuze vader. Zeer tegen de zin van moeder in, die bruut blijft herhalen dat Louise en Michael niet hadden moeten komen. De werkelijke reden dat deze reünie een slecht idee is, ook al ligt vader op sterven, wordt in de loop van de film het best verwoord door een christelijke verpleegster van de thuiszorg en de priester die elke week langskomt bij de atheïstische ouders. Uit hun woorden leren we dat de afwezigheid van sociaal contact plús de afwezigheid van een existentieel kader zoals het geloof in God dat biedt, ruimte laat voor gekte en misschien zelfs voor demonische krachten die het, zoals de priester zegt, als ze het eenmaal op je voorzien hebben geen moer uitmaakt of je nou in ze gelooft of niet. Ze komen toch, steeds vaker en steeds dichterbij.

Uiteraard zagen we de duivel, of iets wat daaraan verwant, is vaker optreden in horror en zelden was dat echt effectief. Sinds de secularisatie en klassiekers als The Exorcist en Rosemary's Baby is de duivel een beetje sleets geraakt in het genre. Hier niet. Wat The Dark and the Wicked anders maakt, is dat er niet aan uitleg of satanische rituelen of enge boeken met spreuken en andere duivelse parafernalia wordt gedaan. We worden geacht de demonen, die zich vooral voordoen als andere mensen van vlees en bloed en in waanvoorstellingen die Louise, Michael en hun ouders achtervolgen, domweg te accepteren. Het knappe van deze film is dat je dat probleemloos doet. Er is weinig uitleg, weinig conversatie en er zijn verheugend weinig jump scares. Sfeer is er volop: nerveuze geitjes, een gesloten moeder, een stil huis en de sociale ongemakken tussen een broer en zus die elkaar ook zelden meer zien. Vrijwillig gestrand op de boerderij waar ze zijn opgegroeid en waar ze, net als de toenemend ongemakkelijke kijker, rare en vreselijke dingen zien en horen.

Met minimale middelen - fraai camerawerk, een ultra-beklemmend sound design vol omineuze geluidjes in donkere hoeken, het geloei van de wind en trappelende geitenhoeven - roept regisseur Bryan Bertino (ook van de briljante huis-invasie horrorfilm The Strangers) een doodenge atmosfeer op waar je dikke plakken angst van kunt snijden. Het is veel effectiever dan in films waarin veel meer concrete monsters en liters bloed te zien zijn. Bovendien streeft hij een prettig realisme na: broer en zus zijn allebei doodsbang, zeggen dat ook eerlijk tegen elkaar, hebben gedeelde waanvoorstellingen zodat we weten dat dit niet allemaal ‘in het hoofd’ van één van hen gebeurt, en willen het liefst wat de hoofdpersonen in horrorfilms onbegrijpelijk genoeg nooit lijken te willen: er als een speer vandoor gaan in plaats van rond te blijven hangen waar het niet pluis is. Maar ja, je behoeftige ouders laat je niet zomaar in de steek. Grappig is ook dat Louise en Michael op het afgelegen platteland iets hebben wat in afgelegen oorden in andere horrorfilms standaard afwezig is: uitstekend mobiel bereik. Ze bellen zich suf, maar telefonie blijkt eerder een vloek dan een zegen op het verlaten platteland.

De regisseur kent die setting als zijn broekzak: hij groeide zelf op op de boerderij waar The Dark and the Wicked is gefilmd. Hij leidt je met vaste hand richting een vreselijke ontknoping als de demonen steeds opdringeriger worden. Qua thematiek en sfeer doet de film nogal denken aan Robert Eggers' film The VVitch met Anya Taylor-Joy, maar die is intellectueler en minder eng. The Dark and the Wicked is onomwonden een horrorfilm, soms ondraaglijk beklemmend en zo zwartgallig als de nacht. Na afloop heb je de neiging je ouders eens wat vaker te bellen.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

The Dark and the Wicked draait vanaf 3 december 2020 in de bioscoop

Lees ook