The Ballad of Buster Scruggs: wisselend qua niveau

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

De zes door de gebroeders Coen bedachte westernverhalen, gesitueerd op de prairie, zijn niet allemaal even geslaagd.

Dat de gebroeders Joel en Ethan Coen, bekend van klassiekers als Fargo (1996), aficionado’s zijn van westernfilms bewezen ze reeds met hun in cowboyhoeden en lederen laarzen gelardeerde debuutfilm: de in Texas gesitueerde thriller Blood Simple (1984). Hun eerste echte western, True Grit (2010), is een remake van een John Wayne-vehikel uit 1969, met Jeff 'The Dude' Bridges als de revolverheld op leeftijd. In The Ballad of Buster Scruggs waagt het onvervaarde regieduo zich in zes los van elkaar staande verhalen opnieuw aan het genre waarin de zucht naar vrijheid in een nieuwe wereld gepaard gaat met ongelimiteerd geweld.

https://www.youtube.com/watch?v=fuK2aiQ1Bio

De schietgrage en buitengewoon arrogante Buster Scruggs (Tim Blake Nelson) doet zich voor als een onnozele minkukel. In Monument Valley (de vallei met al die scherpe plateau’s en cactussen, het decor van menig John Ford-film) zingt hij met een gitaar om zijn schouders, gezeten op zijn paard, een meezinger die echoot in de verte. Het is een speels en geinig tafereel. Wanneer Scruggs opbiecht gezocht te worden door de autoriteiten (hij zwaait met zo’n Wanted-poster), kan hij niet geloven dat ze hem de geuzennaam ‘De Misantroop’ hebben gegeven: zo’n mensenhater is-ie echt niet. Zo is valsspelen met poker voor hem echt geen halszaak.

Van de bezoekers van een piepkleine taverne in de middle of nowhere, maakt Scruggs daarentegen binnen luttele seconden gehakt. Natuurlijk kijken ze de in het wit uitgedoste, slungelige mafkees aan met argusogen: als Scruggs vervolgens vraagt of hij een ‘plonsje’ whisky mag, dan stuit hij op verzet van de barman, en de andere zweterige stamgasten. Ook in andere scènes is Scruggs’ reactie steevast welbespraakt en bijdehand: hij zoekt geen ruzie, maar als ruzie hem treft, wil hij best een stap verder gaan. Zodoende fusilleert hij vakkundig alle bandieten die het op hem hebben gemunt.

Maar overdaad schaadt: de witte duivel die beweert onverslaanbaar te zijn legt het op een dag af tegen een zwarte ruiter, tijdens zo’n archetypische shoot-out. Na een zangnummer vliegt de ziel van de arrogante Buster Scruggs subiet naar de hemel. Dit is de eerste van een zestal verhalen waarin Joel en Ethan Coen hun gitzwarte humor etaleren. In de tweede additie zien we een tot ophanging veroordeelde bankrover (James Franco). De derde passage is een akelig sprookje over een rondreizende koetsier (Liam Neeson) die op locatie een toneel optuigt voor een Freak Show. De laatste episodes laten zich respectievelijk omschrijven als man versus natuur; ontluikende romance op de prairie, en horrorkammerspiel in een koets.

Buster Scruggs speelt overigens geen rol van betekenis in de andere vijf narratieven, waarin wel rollen zijn weggelegd voor Brendan Gleeson en Zoe Kazan. Dat heeft tot gevolg dat de gemene deler uitsluitend het leven in het Westen is, ergens in de negentiende eeuw. De zes afleveringen (de film was ooit bedoeld als een televisieserie) die samen een speelfilm vormen, wisselen dan ook nogal qua niveau en cadans: Buster Scrugss’ escapades zijn zinderend en toch ook wel flauw (een soort eloquent maar weinig verheffend meta-commentaar op het leven an sich); het is onduidelijk waarom het personage van James Franco in het tweede deel zo’n minkukel is – en daardoor ook minder treffend.

Het schrijven van een kort verhaal is minstens zo moeilijk als het schrijven van een roman; dat geldt ook voor films. Ondanks het mooie filmwerk van cinematograaf Bruno Delbonnel, en de fijne casting (naar verluidt wil elke Hollywoodacteur wel in een Coen-productie spelen) valt The Ballad of Buster Scruggs echt stil in het midden, tijdens de kroniek van een goudzoeker, vertolkt door Tom Waits: een man op leeftijd is in een idyllische omgeving op zoek naar de gulden verlossing en werkt zich in zijn vasthoudendheid kapot. Er is weinig dialoog, en we zien Waits vooral zwoegen. Dit repetitieve karakter gaat al snel vervelen.

Net als in de voorlaatste film van de gebroeders Coen, Hail, Caesar! (2016), maken ze het de kijker verdomd moeilijk om van hun personages te houden – dat is overigens geen vereiste voor een goede speelfilm, maar soms wel een fijne bijkomstigheid. Die personages zijn daarnaast nogal voorspelbaar, ze hebben vaak geen idee hoe de buitenwereld hun percipieert, en gedragen zich bijkans als naïeve, onuitstaanbare kleuters. Het is niettemin begrijpelijk waarom de regisseurs de scenarioprijs wonnen op het filmfestival van Venetië waar The Ballad of Buster Scruggs in première ging: sommige monologen, ook van het titelpersonage, zijn onnavolgbaar en messcherp.

The Ballad of Buster Scruggs, vanaf 16 november 2018 op Netflix

Lees ook