The Babysitter: Killer Queen

The Babysitter: Killer Queen: ongecompliceerd en heerlijk fout

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Het tweede – en traditiegetrouw bloederige – deel van de horror rondom een demonische babysitter is uiterst aanstekelijk.

Aan het einde van The Babysitter verzuchtte Cole Johnson (Judah Lewis): ‘Ik heb geen babysitter meer nodig.’ Hij had gelijk: hij had tijdens een nogal bloederige nacht zijn eigen hachje gered en ervoor gezorgd dat de demonische killers die hem achternazaten het niet meer na konden vertellen. Het is 2 jaar later en het kind van toen is intussen een puber. Niemand gelooft wat er destijds is gebeurd, want Cole is de enige die het heeft gezien – alleen dat is al een briljante reden voor een tweede deel. Hij heeft er nachtmerries van en is duidelijk getraumatiseerd. Op school wordt hij gepest en volgt hij sessies bij een therapeut.

https://www.youtube.com/watch?v=RCTT4R3Tg7w&feature=emb_logo

Gelukkig is Cole’s jeugdvriendin Melanie (Emily Alyn Lind) nog in zijn leven. Ze fungeert als zijn steun en toeverlaat. Met hun vrienden reizen ze op een gegeven moment in het weekend af naar een woestijnmeer, waar flink wordt gefeest en diep in het glaasje wordt gekeken. Dat is voor Melanie geen probleem: plezier hebben is allesbehalve een gewetenskwestie voor haar. Ze blijft het maar herhalen, waardoor je je gaat afvragen of er iets achter steekt (promiscue en drinkgrage vrouwen zijn toch vaak verdacht of het slachtoffer in horrorfilms).

De nieuwe vrouw in Cole’s leven is de obstinate en eigenzinnige Phoebe (Jenna Ortega) met wie – en dat zie je al van mijlenver aankomen – Cole uiteindelijk zal eindigen. Regisseur McG bedrijft echt geen hogere wiskunde en het scenario waar hij aan meeschreef laat zich omschrijven als een oversekste knipoog naar jaren 90 horror als Scream.

Het werkt evenwel aanstekelijk: de metagrappen (over andere films uit het genre), het zelfbewustzijn van de personages (ik hoop dat ik niet de eerste ben die zal sterven) en de jaren tachtig synthesizermuziek. Het is een allegaartje dat een stuk beter is dan het eerste deel. Met op een gegeven moment de klanken van Hocus Pocus van Focus – wie had gedacht dat de Nederlandse rock zo perfect past in een slasherfilm?

Ongecompliceerd en heerlijk fout. Dat is een mooie omschrijving van The Babysitter: Killer Queen. Waarin het ook niet ontbreekt aan een sfeervolle cameravoering en liters en liters aan nepbloed. Het is de ideale receptuur voor de vrijdagavond, zeker nu de zon weer eerder ondergaat en je als je goed luistert de babysitters door de straten hoort schuifelen, van deur naar deur, van slachtoffer tot slachtoffer.

The Babysitter: Killer Queen, vanaf 10 september 2020 op Netflix

Lees ook