Solo: gelikt overlevingsdrama

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Melodramatisch broddelwerk oogt als aaneenschakeling van reclamespotjes.

Het is geen sinecure, het maken van een survivalfilm. Want hoe houd je het spannend? Immers: overleven in de rimboe na een ongeval of schipbreuk is – hoe intrigerend het ook klinkt – vaak een kwestie van wachten op hulpdiensten. Dus praat Tom Hanks in Castaway (2000) tegen een volleybal en zaagt James Franco in 127 Hours (2010) zijn ledemaat eraf.  In Solo laat regisseur en scenarist Hugo Stuven zijn protagonist Álvaro (Alain Hernández) hallucineren over een vrouw (Aura Garrido speelt Ona) op wie hij verliefd is, terwijl hij na een val van een steile zandduin ligt te creperen op een verlaten strandje op Fuerteventura.

In de openingsscène wordt het desolate deel van het Canarisch eiland getoond, vergezeld door omineuze muziek. Dit is het gedeelte van het eiland waar het toerisme non-existent is, en waar surfers als Álvaro vanuit de grillige kliffen op zoek gaan naar de perfecte golf. Eerst zien we de avond ervoor: tijdens een strandfeestje krijgt de noodlottige hoofdpersoon het aan de stok met een andere feestganger, terwijl hij probeert te dansen met Ona. Daarna vertelt zijn boezemvriend hem dat hij gaat emigreren naar Canada, waar hij vader zal worden. Het zijn motieven voor Álvaro om de volgende dag met een flinke kater eropuit te gaan.

Gedurende 48 uur – de film had gekscherend genoeg ook 48 Hours kunnen heten – wordt de surfer gestraft voor zijn onbezonnenheid. Hij heeft na zijn val zijn bekken gebroken, zijn heup gebroken en een flinke snee in zijn hand en op zijn hoofd. Door de getijdewisseling bevindt hij zich wisselend op het strand en al dobberend in de oceaan. Gaandeweg schieten flarden van zijn levensverhaal voorbij; zoals zijn getroebleerde relatie met zijn ouders. Hij prevelt: ‘Ik wil niet sterven.’ Maar dat zal hij ook niet. Solo is gebaseerd op een waargebeurd verhaal van een surfer die op 6 september 2014 vermist raakte – aan het einde worden de ‘echte’ beelden van de redding getoond.

Regisseur Stuven maakt van een nare episode een uiterst melodramatisch broddelwerk waarvan je je mag afvragen of het überhaupt een film is, of een aaneenschakeling van aan reclamespotjes memorerende taferelen. Het ziet er allemaal spectaculair uit, dat geldt ook voor de pijnlijk bloederige wonden, maar ook wel erg gelikt. Boven alles weten de hallucinaties, die dienen als katalysator van het verhaal, niet te beklijven. Misschien had Stuven moeten kiezen voor verdieping van de personages, maar ook dat is niet altijd een broodnodige premisse. Wie wil zien hoe het wel moet, een man alleen versus de grillen van de natuur, kan beter terecht bij het meesterlijke All Is Lost (2013, Itunes/Pathé Thuis/GooglyPlay).

Solo, vanaf 11 januari 2019 op Netflix

Lees ook