She's Gotta Have It

She’s Gotta Have It S01: Lee zet meteen de juiste toon

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Met de serie She’s Gotta Have It heeft Spike Lee een betrekkelijk unieke kijk op een twintiger in Brooklyn gemaakt.

Filmmaker Spike Lee (1957) groeide op in de New Yorkse wijk Brooklyn in een zwarte gemeenschap. Net als het hoofdpersonage Nola Darling uit zijn speelfilmdebuut She’s Gotta Have it uit 1986: een eigenzinnige twintiger die tegelijkertijd date met drie mannen. Deze zwoele zwart-witfilm is bezien vanuit de huidige tijd bijzonder invloedrijk geweest: de HBO-serie Insecure, waarin scenarist/actrice Issa Rae haar semi-autobiografische belevenissen deelt met de kijker, had allicht nooit bestaan zonder Lee’s bravoure. Van Netflix kreeg Lee carte blanche om ruim 30 jaar later een spin-off van zijn succesfilm te maken: in tien afleveringen presenteert hij ons een eigentijdse kunstschilder Nola (DeWanda Wise).

https://www.youtube.com/watch?v=whvPjWm7ZE0

Wat zou de reden zijn dat Lee na een wisselvallige carrière weer terugkeert bij waar het ooit begon? Een antwoord ligt nogal voor de hand: zijn geliefde Brooklyn gaat gebukt onder gentrificatie – dat is een van de centrale thema’s uit de serie. De zwarte gemeenschappen worden witte enclaves, en daarmee verdwijnt de karakteristieke uit Brooklyn afkomstige cultuur. She’s Gotta Have It anno nu is dus een vorm van culturele preservatie en dat ligt in het verlengde van Lee’s activistische werk. De gefictionaliseerde vader van Nola debiteert deze ontwikkeling zonder blikken of blozen aan de keukentafel: ‘These newbie motherfuckers and their inflation-lovin’ asses.’

Lee weet die (ongewenste) verandering eveneens om te zetten in humoristische uitspattingen. In de originele film laat hij mannen hun kazige pick up lines opzeggen voor de camera: ‘You’re so fine I drink a tub of your bath water.’ Nu zwarte mannen ook op Wall Street werken, en dus financieel succesvol zijn, heeft hij de quote ietwat gewijzigd: ‘You’re so fine I drink a tub of your bath water out of a glass of champagne.’ Jamie Overstreet (Lyriq Bent), een van Nola’s sekspartners, is zo’n gedistingeerd bankiertype, die zo’n oneliner zelf had kunnen bedenken. De schuinsmarcheerder neemt zijn date mee naar romantische plekken als The River Café, met een fenomenaal uitzicht op de skyline van Manhattan.

De andere twee love interests zijn de narcistische fotograaf Greer (Cleo Anthony) en de infantiele komiek Mars (Anthony Ramon). Mars werd in de oorspronkelijke film vertolkt door Lee en fungeert – net als in Lee’s klassieker Do The Right Thing (1988) – als het nartypetje. En dan is er – na enkele afleveringen – nog Opal (Ifenesh Hadera): de zachtmoedige lesbiënne – het enige echt sympathieke personage – met wie Nola experimenteert wanneer ze de mannen om haar heen even zat is. Opal zoekt op haar beurt naar een rots in de branding, en niet naar een meelijwekkende ongedisciplineerde kunstenares. Wat maakt Lee het ons toch moeilijk om van de personages te houden.

De mannen zijn net als Nola voornamelijk bezig met hun eigen agenda. Wellicht is dat een van de slotsommen van deze spin-off: mensen zijn egoïstischer en ongeduldiger geworden. En wellicht ook wel uitgesprokener. In de eerste afleveringen zien we hoe Nola kampt met de gevolgen van een aanranding door een man die haar in de nachtelijke uren aanroept en vastgrijpt. Als protest hangt ze overal posters op met ‘mijn naam is niet zwarte bitch’. Later koopt ze geïnspireerd door gesprekken met haar therapeut een prijzige zwarte jurk die door haar dates stuk voor stuk wordt gekwalificeerd als hoerig. Het ligt volgens de heren natuurlijk aan het outfit en niet aan de onbeteugelde mannelijke lust.

Je gaat je bijkans afvragen of Lee een feminist is, met al die aandacht voor de vrouwenzaak. En al het intelligente, Shakespeariaanse gefilosofeer. Nola stelt zelf: ‘Ik wil niet veroverd worden, poseren voor en bezit zijn van.’ Hoewel de filmmaker tegelijkertijd de nadruk legt op het ‘voluptueuze’ lichaam van de zwarte vrouw. In nachtclubs, op de dansvloer en in Nola’s lovin’ bed wordt de camera een (ongewenste) voyeur. Of een viering van de liefde. Het is maar hoe je het ziet. Alhoewel de aflevering waarin Nola’s vriendin Shemekka (Chyne Layne) zich een bilvergroting laat aanmeten op een generieke motelkamer boekdelen spreekt: waarom die je dit jezelf hemelsnaam aan? En nog belangrijker: waarom moet dit zo nadrukkelijk worden belicht?

Niettemin weet Lee meteen de juiste toon te zetten: met fijne archieffoto’s en stills van platencovers (van Sade tot Sinatra) etaleert hij zijn kennis van en liefde voor zijn geboortegrond. En dan is er zijn nagenoeg onberispelijke acteursregie (en het werk van de geniale hoofdrolspeler DeWanda Wise). Saillant is trouwens dat Lee al jarenlang niet meer in Brooklyn woont, maar in het chique Upper East Side, aan de andere kant van de East River – dit leverde de nodige discussies op in de media. Maar ere wie ere toekomt: vrijwel niets doet vermoeden dat Lee, de bedenker van deze betrekkelijk unieke kijk op een twintiger in Brooklyn, een bijna-bejaarde man is.

She’s Gotta Have It, 23 november bij Netflix
Lees ook: She’s Gotta Have It: het nieuwe pareltje van Spike Lee?

Lees ook