S1 The Get Down

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

In The Get Down zien we de turbulente geschiedenis van de hiphop voorbijkomen.
 

‘This ain’t no house on the prairie,’ mompelt een oude knorrepot aan het begin van The Get Down. Klopt, dit is de Bronx, eind jaren 70, en de beruchte wijk in New York dient als decor voor de duurste Netflixserie ooit. Bovengronds huist de disco, terwijl in verlaten kelders iets nieuws en revolutionairs opborrelt dat tot op de dag van vandaag voortduurt.

Ja, The Get Down is een historie over hiphop. En nee, het lijkt in niks op het bloedeloze Vinyl.

The Get Down is geschreven door Baz Luhrmann, die eerder als regisseur imponeerde met visuele spektakels als Moulin Rouge, Romeo + Juliet en The Great Gatsby. Voor The Get Down riep de Australiër de hulp van iconen als Nas en Grandmaster Flash in om de feiten over deze turbulente periode goed te krijgen, en hij regisseerde de eerste aflevering.

In deel een wordt Ezekiel geïntroduceerd, een jonge knul met een onwaarschijnlijk gevoel voor taal. Hij groeit op in het verloederde en door ganggeweld geteisterde Bronx en is verliefd op het zangtalent Mylene. Hij is van de rap, zij van de disco, en ze hebben elkaar nodig. Dan is er nog Shaolin Fantastic, een legendarische graffiti-artiest die op zoek is naar een bepaalde plaat voor ene Grandmaster Flash. Een bol energie, die op rode Puma’s straatbendes al free runnend ontwijkt en zo Ezekiel ontmoet.

De eerste helft is als twee draaitafels die niet synchroon met elkaar lopen: chaos. De introducties verlopen in een hoog tempo, vol snelle en scherpe dialogen, tegen decors zo kleurrijk dat ze van het scherm af spatten. Alsof Luhrmann te veel kwijt wil; alle plotlijnen, alle karakters en natuurlijk The Bronx zelf, dat eerder op een pretpark lijkt dan een grimmige, door bendegeweld geteisterde wijk.

Hoe anders is dat bij de nachtelijke tweede helft, waar Luhrmann op zijn best is. Van een opwindende scene in een disco – met een dance off – gaat het door naar een ondergronds feest (ja, die get down uit de titel), waar de eerste contouren van hiphop zichtbaar worden. Het is een plek waar de graffiti in de handen van Shaolin Fantastic tot kunstvorm verwordt, Grandmaster Flash met twee draaitafels een nieuwe vorm van magie ontdekt en waar de breakdance, eh, doorbreekt.

Ja, dan is The Get Down exact wat het moet zijn: een schitterende, bijna tastbare geschiedenis van de hiphop. Jammer dat die eerste helft zo erg ontspoort, want het genre had mos def beter verdiend.

The Get Down is vanaf vandaag te zien op Netflix