S1 Au service de la France: absurdistisch en intrigerend

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Met de serie Au Service de la France probeert Netflix ook de Franse markt voor zich te winnen.

Met de serie Au Service de la France probeert Netflix ook de Franse markt voor zich te winnen.
 

Netflix originals zijn over het algemeen een welkome aanvulling op het bestaande aanbod series. Met Au Service de la France probeert de reeds miljoenenpubliek aantrekkende onlineservice een steviger voet op Franse bodem te krijgen met een degelijke binnenlandse cast en een typische Franse filmstijl. Niche en erg Frans zijn ideeën die bij een niet-Franse kijker als eerste door het hoofd schieten, en voor een liefhebber van dit type serie is deze original een aanwinst.

Het is de jaren 60. De Koude Oorlog beleeft zijn hoogtepunt terwijl de Tweede Wereldoorlog nog door sluimert in het dagelijkse bestaan. André Merlaux (Hugo Becker), een onschuldig ogende typisch Franse jongen wordt in een grimmige verhoorsetting ondervraagd door een oudere man. Of hij bij de geheime dienst wil. Overrompeld beantwoordt hij de vragen, zegt hij ja en belandt zo in een baan die het uiterste van zijn (en het publiek haar) ideeën over normaal gedrag vraagt.

Merlaux leert al snel dat er veel aan hem schort: allereerst is er van alles mis met zijn pak, maar ook door het niet drinken van alcohol of het roken van een sigaret wordt hij met scheve ogen aangekeken. Of is het zelfs verdacht gedrag te noemen? Want zo blijkt het hoogst normaal om een mogelijke scène in een der koloniën na te spelen in een kantoor van de dienst, inclusief romantische elementen die geoefend kunnen worden op de secretaresses. Die laatste groep is fors, gezien de omvang van de geoliede bureaucratische machine waarbij elk document afgestempeld dient te worden, en dubbel ten tijde van crisis. ‘Tamponee, double tamponee’ blijft nog dagen in je hoofd doorzeuren. Elk bonnetje moet overgelegd, en terwijl de ravissante geheim agente Clayborn (Josephine de la Baume) wegkomt met declaraties van de duurste champagnes om haar doelen maar in bed te krijgen, probeert het bijna komische trio Moïse, Jacquard en Moulinier (Christophe Kourotchkine, Karim Barras en Bruno Paviot) hun werkgever op krampachtige wijze geld te ontfutselen voor schijnbaar doelloze expedities. Dit levert hilarische scènes op met voor hen als beloning een weekendje naar het oersaaie Vichy.

Gelukkig zijn de scènes op minder saaie plaatsen gedraaid. Parijs wordt getoond in haar cafés en herkenbare gebouwen als de Sacré Coeur zonder al te veel in clichés te vervallen. Algerije is de daaropvolgende veelvoorkomende setting en toont de invloed van de grootste verlosser van de Noord-Afrikaanse cultuur. Want ‘Algérie c’est la France!’, en die zin lijkt toch wel erg dicht bij het gedachtegoed van de jaren 60 te staan. Die afwisselende settings van stoffige Noord-Afrikaanse dorpen met bijpassende zandkleurige pakken en de rust, reinheid en regelmaat die het Franse kantoor zonder ramen uitstraalt versterken elkaar, en dat is knap uitgevoerd.

De Republiek gaat duidelijk boven alles, maar als het borreltijd is, gaat de drank boven de Republiek. Toevallig gaan rond die tijd alle rode lampjes op de wereldkaart, die staan voor conflictgebieden, uit. Je vraagt je af of het er in die tijd echt zo aan toe ging. Een ding is zeker: de makers moeten er zelf ook plezier in hebben gehad om de serie te maken. De woordspelingen en details als dezen zijn verfijnd en de Franse onhebbelijkheden worden zo enorm uitvergroot dat je je afvraagt hoe de acteurs hun rollen ooit hebben kunnen vertolken zonder in lachen uit te barsten.

En dan is er plotseling de liefde. De poppige Sophie (Mathilde Warnier) gaat volledig voor Merlaux, maar voor hem betekent de liefde het begin van een dubbelleven. Uiteindelijk raakt zijn privéleven op onfortuinlijke wijze doorvlochten met zijn werk, waar hij uiteraard geen woord over mag reppen, en zijn baas ook niet. Maar tot dusver de spoilers.

De stiltes, de blikken, de afwachtende gezichten. Ze zorgen allemaal voor een ongemakkelijkheid die van het beeld afspat. En juist die sfeer maakt de serie zo aantrekkelijk. Met haar 20-minuten durende afleveringen wordt het verslavende kijkgedrag overigens slim in de hand gewerkt; je kijkt er met gemak drie achter elkaar weg. En dan is het jammer dat er pas 1 seizoen is. Het tweede is gelukkig reeds in de maak. Het is in ieder geval duidelijk dat er nog veel meer in zit, de verhaallijn over collaborateurs bijvoorbeeld, zou nog weleens voor een aardige plottwist kunnen zorgen. En de volgzame Merlaux zou zomaar eens voor de liefde kunnen kiezen, hoe onmogelijk die nu nog lijkt.

Au Service de la France is nu op Netflix te zien