Rotterdam volgens de Hokjesman

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De Hokjesman maakte een aflevering over Rotterdam en haar inwoners. Tien vooroordelen over de stad volgens Michael Schaap.

De Hokjesman maakte een aflevering over Rotterdam en haar inwoners. Tien vooroordelen over de stad volgens Michael Schaap.

 1 In Rotterdam loopt iedereen met opgestroopte mouwen rond.


Ooit was dat het cliché, stad van de harde werkers. En nog zo één: het geld dat in Rotterdam verdiend wordt, geven ze in Amsterdam uit. Ik vind dat er in Amsterdam ook knetterhard gewerkt wordt en in Rotterdam momenteel ook best veel uitgegeven. Het is vloeken in de kerk, vooral in de Rotterdamse, maar beide steden groeien wat dat betreft behoorlijk naar elkaar toe. Ook in Rotterdam zie je gentrificatie.


Er zit wel nog steeds een verschil in de aanpak en besluitvorming. Amsterdam loopt jaren te kloten met de Noord-Zuid-lijn, in Rotterdam bouwen ze binnen de deadline en het budget een nieuw Centraal Station. De besluitvorming geschiedt ook sneller. Neem de naamgeving. Kabouter Buttplug, De Hoerenloper, De Koopgoot. Ze noemen het zo en dan gebeurt dat meteen. Klaar. Door.


Toch zitten er ook in Rotterdam mensen thuis. Het idee leeft dat er nog steeds hele volksstammen in de haven werken. Weet je hoeveel er daar direct werkzaam zijn? 750! Nou ja, dat hoorde ik van iemand. Natuurlijk zijn er bedrijven en instanties die indirect hun bestaansrecht aan de haven te danken hebben, maar toch vond ik het een verbluffend laag cijfer. Er zijn natuurlijk heel veel werkzaamheden geautomatiseerd. Op de Maasvlakte zie je nu meer konijnen dan mensen.


 2 Rotterdam heeft een heipaal als hartspier.


Dit jaar viert men dat de stad 75 jaar na het bombardement officieel ‘af’ is. Dat ontroert me. Emotioneel is de verwerking daarmee afgesloten. Al proef je de littekens natuurlijk nog steeds bij de oudere generatie. We hebben geweldige opnamen van een Joodse vrouw en haar voormalige niet-Joodse buurmeisje die om de hoek van de West-Kruiskade lopen en vertellen over het leven voor de oorlog in de buurt en de teloorgang daarvan tijdens de oorlog. Er verdwenen complete gezinnen, er speelde geen kind meer op straat. Tijdens de opnames komen er steeds meer kinderen van immigranten om ons heen staan. Alsof de leegte weer opgevuld is.


Bijna alle Rotterdammers zijn opgegroeid met dat constante gedreun van heipalen. Het liefst staan ze bij de bouwput zelf aanwijzingen te geven. Want het is natuurlijk nooit goed. Dat is volgens mij ook erg Rotterdams. Dat zaniken. Kunnen ze bijna net zo goed als Amsterdammers.


 3 In Rotterdam heerst een ongekende saamhorigheid.


Deels zeker. Ik kreeg de indruk dat ook de meeste niet-Westerse immigranten zich enorm Rotterdammer voelden. Die zijn echt trots op hun stad, daar moet je niet aankomen.


Opvallend toch wel: Rotterdam is de eerste Nederlandse stad waarvan meer dan de helft van de inwoners een niet-Westerse achtergrond heeft. Toch is er veel meer een mix van culturen in de wijken dan in andere grote steden. Maar volgens mij is het niet zo dat Rotterdammers van boven de Maas heel vaak de zuidelijke stadsdelen bezoeken en vice versa. We hebben zelfs Rotterdammers uit ‘Zuid’ gesproken die nog nooit de Maas zijn over geweest.


4 Rotterdammers plakken achter ieder woord een ‘t’.


Klopt niet helemaal. Want bij sommige woorden wordt de ‘t’ er weer af gesnoept als een soort compensatie. Hypercorrectie heet dat. Zie je ook bij Surinamers die zo bang zijn een Surinaamse ‘s’ te gebruiken dat ze er een ‘z’ van maken. We hebben een mevrouw gesproken die dat geweldig toepast. ‘Gozert als je niet uitkijk, loop-ie zo de Maas in.


5 Rotterdam is de ware bakermat van de house.


Ja! Nee! Ja en nee. House komt uit België. En als het in Nederland in Rotterdam is ontsproten – wat ik betwijfel – heeft Amsterdam dat heel erg overgenomen. Neem alleen al het Amsterdam Dance Event.


Dat Rotterdam de gabbercultuur claimt, is natuurlijk wel volledig terecht. Het betere beukwerk past bij het cliché dat Rotterdam wat minder subtiel is. Wat robuuster.


6 Rotterdammers gaan op zondag niet naar de kerk, maar naar Feyenoord.


Ik heb nou niet het idee gekregen dat iedereen in Rotterdam met een Feyenoordsjaaltje rondloopt. Aan de andere kant: we waren bij Sparta en zelfs daar zeiden ze dat we bij Feyenoord moesten zijn voor de echte Rotterdammers. Bij Sparta komen veel supporters die zijn verhuisd naar gemeenten net buiten de stad.


7 Rotterdammers haten Amsterdam(mers).


Haten gaat veel te ver. Ik zou eerder zeggen: ‘hebben een gezonde hekel aan Amsterdammers’. Dat wordt vrij openlijk beleden. Veel meer dan omgekeerd. Ik hoor eigenlijk nooit een Amsterdammer negatief over Rotterdammers.


Wat daaronder ligt, is het vermeende minderwaardigheidscomplex; een weerstand tegen alles en iedereen die het beter heeft. Terwijl Amsterdam voor de oorlog ook straatarm was. En deels nog steeds is.


Het grappige is dat je dat sentiment vooral voelt onder de Rotterdamse intellectuelen. ‘Oh God, daar heb je weer wat van die nosy Amsterdamse filmmakers die verhaal komen halen. Had je niet twintig jaar geleden kunnen komen?’ Die frustratie dat ‘wij alles moesten opbouwen, terwijl jullie je niks van ons aantrokken’ blijft voelbaar.


8 Rotterdam is een rechts bolwerk


Ik kwam veel in Rotterdam toen Pim Fortuyn en Leefbaar opkwamen. Best logisch: er was sprake van Verelendung, van verpaupering, je struikelde hier en daar over de junks. Daar moest een bezem doorheen. Zeker op Zuid. Geheel in de geest van: in Rotterdam ruimen we op. Dat is wat doorgeslagen. Met straatcommando’s, een handhavingbrigade, een Mosquito-alarm om hangjeugd te verjagen; ja, alle grenzen zijn opgezocht om de privacy te verneuken.


Maar… er is wel ongelooflijk veel opgeruimd, gesloopt en gebouwd; de stad heeft een veel frissere aanblik. Zelfs de sociale woningbouw ziet er goed uit.


9 Rotterdam heeft geen centrum


Tja, als je vraagt waar het centrum is, dan weet men het niet. Als je de beelden ziet van Rotterdam voor het bombardement; dat is om te huilen zo mooi. Gelukkig bruist het nu in steeds meer buurten naar mijn idee. Maar een echt centraal punt is er nog steeds niet.


10 Aan de skyline van Rotterdam kan geen stad tippen


Dat lijkt me geen vooroordeel, maar een feit, want geen andere stad in ons land heeft zo’n mooie skyline. Als je op Hotel New York staat en je knijpt heel goed met je ogen, waan je je toch heel even aan de Hudson. Hoewel er in New York toch wel iets meer wolkenkrabbers staan. Ja, sorry Rotterdammers, maar dat is niet anders.


 De Hokjesman: De Rotterdammers, NPO 2, 21:05 uur