Ronald Giphart in gesprek met Televizier-Ring-winnares Floortje Dessing

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Onlangs won ze de Televizier-Ring met haar zeer goed bekeken ‘Naar het eind van de wereld’-reeks.

Onlangs won ze de Televizier-Ring met haar zeer goed bekeken ‘Naar het eind van de wereld’-reeks. Thuis in Amsterdam praat Floortje Dessing met Ronald Giphart

over haar eeuwige zoektocht naar geluk, over de roddelpers, over het gezin waar ze uit voortkomt en over relaties. ‘Mijn liefdesleven is nooit in rustig vaarwater gekomen.’
Het viel me op dat interviews met jou vaak volgens een bepaald patroon verlopen. Je bent net terug ergens vandaan, je hebt lang niet op je bank gezeten en je staat op het punt weer ergens naartoe te gaan. Dat klopt ook nu weer: gisteren zat ik voor het eerst in tweeënhalve maand weer eens op een bank. Bij mijn ouders in Heemstede. Ik kom uit een heel bijzondere mix. Mijn ouders zijn streng religieus opgevoed en geloof speelde aanvankelijk een belangrijke rol. Mijn twee zusjes en broers zijn allemaal nog gedoopt, maar in het midden van de jaren 70 hebben mijn ouders het juk van religie van zich afgegooid. Ik ben zelf nooit gelovig geweest. Voor veel mensen geeft geloof houvast en ik zou niets liever willen dan dat ook ervaren, maar dat is niet zo.

Kom je uit een liefdevol milieu? Zeer. Mijn ouders komen allebei uit niet gewone gezinnen. Mijn moeder werd meteen na haar geboorte afgestaan aan haar nieuwe vader en moeder, die haar met grote liefde hebben opgevoed. Haar biologische ouders waren destijds veel te jong. Toen mijn moeder zestig jaar werd, ben ik stiekem haar familie gaan zoeken. Als door een wonder vond ik hen. Op een nacht googelde ik wat namen, waarna ik een grote lijst kreeg. Dat gaan we niet doen, dacht ik, laat maar zitten. Ik besloot at random één naam te bellen. Dat bleek haar broer te zijn. Echt wonderlijk. Mijn moeder heeft hem ontmoet. Ze bleek ook nog twee zussen in Amerika te hebben en daar zijn we samen heen gegaan. Ik heb mijn eigen Spoorloos-moment gehad.

[blendlebutton]

En je vader? Mijn vaders vader was priester. Hij moest natuurlijk celibatair leven, maar werd verliefd op mijn oma. Mijn vader is ‘in schande’ geboren, zoals ze ­zeggen, maar ik noem het ‘uit liefde’. Mijn opa trad uit zijn ambt en is door de hele familie uitgekotst. Alles is hem ontnomen. Maar de liefde bleek sterker dan alles. Toen mijn opa begraven werd, moest zijn kist buiten de kerk staan. Als ik door de EO zou worden benaderd, heb ik mijn woordje klaar over de kerk en het geloof. Daar ben ik uiterst cynisch over. Maar goed, de kracht van liefde heeft overwonnen en mijn ouders uiteindelijk bij elkaar gebracht.

Je ging naar een vrije-school. Ja, we waren een typisch vrije-schoolgezin. Geen televisie. Geen auto. Altijd alles op de fiets. Kamperen. Wandelen. Bomen klimmen. We hadden een sticker op de deur met de tekst: ‘Wees lief voor elkander’. We waren niet van het conflictmodel. Mijn vader was offset-drukker en mijn moeder pianolerares. Samen hadden ze een platbodembootje gekocht en met het hele gezin zwierven we in de zomer door Friesland. Dan belde mijn vader bij een boer aan of we mochten kamperen. Nooit op een camping. We hadden een hekel aan paaltjes en regeltjes. Nog steeds háát ik regelmaat en kaders.

?Wat wilde je in die tijd worden? Een groots en meeslepend leven wilde ik! Dat zag ik als zevenjarige al voor me. De Openbare Bieb van Heemstede was een van mijn geliefdste plekken. Daar begon de wereld voor mij. Ik las heel veel en ging met stapels boeken onder mijn snelbindertjes naar huis. Vergezichten zocht ik. Ik heb bij mezelf zitten graven waar mijn drang om te reizen vandaan kwam, maar ik kom niet verder dat ik altijd een zuigkracht heb gevoeld naar dat wat zich buiten mijn blikveld afspeelde. Vanmorgen had ik het met mijn moeder over onrust. Ze vertelde dat ik dat als peuter ook had. Op schoolfoto’s stond ik met een boze blik. Volgens mijn moeder wilde ik niet in die peuterzaal zijn, maar buitenspelen. Het is dus met recht een aangeboren afwijking.

Hoe ben je bij de radio terechtgekomen? Ik heb twee grote liefdes: muziek en reizen. Toen ik veertien was ging ik vrijwilligerswerk doen bij de lokale ziekenomroep. Lekker radiomaken. In het ziekenhuis heb ik interviews gemaakt met patiënten en dat vond ik fantastisch. Ik ben erg nieuwsgierig en dat kon ik daar uitbuiten. Nieuwsgierigheid en journalistiek horen bij elkaar. Dan ben je zeventien en mag je praten met oude mensen over hun leven. Prachtig. ‘Wat heeft u voor leven gehad?’

Dat moet de opmaat naar een mooie tijd zijn geweest. Niet direct. Mijn jeugd was warm en liefdevol, maar op mijn zestiende kwam ik in een verkeerde relatie met iemand die veel ouder was. Het werd de ongelukkigste periode van mijn leven. Tot mijn twintigste zat ik helemaal vast. Ik woonde samen en ik had niet door dat ik een compleet verkeerde weg was ingeslagen. De flapdrol met wie ik was, deed iets in de muziek en ik dacht dat ik met hem de wereld over zou gaan. Ik vond mezelf terug, samenwonend op mijn negentiende met een man van wie ik echt niet hield. Ondertussen werkte ik in een kaasfondue-restaurant in Haarlem. Ik voelde me zo slecht. Maar het heeft me wel gevormd. Alles veranderde toen ik René ontmoette, een stoere stoelenjongen op het strand én archeoloog. Door hem ging de zon weer schijnen. Ik zie hem niet meer, want hij woont in Frankrijk. Eigenlijk had ik met hem moeten trouwen, haha.

En met René ging ook op radiogebied de zon weer schijnen. Ja, ik solliciteerde bij Veronica en werd binnen drie minuten aangenomen. Of ik die avond al kon beginnen. Zat ik plotseling met mijn held Rob Stenders in de studio, naar wie ik alleen maar ademloos kon kijken. Stenders is een gigantische muziekkenner. Ik wist niets van Shockradio. In mijn milieu deden we allemaal lief tegen elkaar en plotseling zat ik in een show waar harde grappen werden gemaakt. Stenders en sidekick Fred Siebelink pakten mensen soms hard aan. Powned avant la lettre. Hele nachten heb ik voor Veronica Radio gemaakt, met Stenders tot 02:00 uur, daarna met Alfred Lagarde en tussen 04:00 en 06:00 uur had ik mijn eigen show. Het waren oprecht prachtige jaren.

Ik sprak Fred Siebelink over jou en hij zei: Floortje was alleen maar aan het dromen. ‘Ze had toen al de drang dat ze weg wilde.’ Met Shockradio zaten we op een bepaalde verdieping en de verdieping daaronder zat het programma Reisgids. Daar zag ik alleen maar gebruinde mensen die heel gelukkig keken, tussen kasten met reisgidsen. Ik stond daar met mijn neus tegen de glazen deur, zo geweldig vond ik het. Ik kwam erachter dat die mensen voor hun beroep de wereld overgingen! Er ging op dat moment een grote gloeilamp boven mijn hoofd branden. Toen wist ik het. Godzijdank mocht ik een keer invallen. En nog eens. En nog eens. Ik heb echt het idee dat ik per ongeluk de tv-wereld ben binnengewandeld.

Was je meteen tevreden over wat je presenteerde? In het begin heb ik heel erg veel bagger gemaakt. Ik maakte een schaatsprogramma. Inlineskate-programma’s. Camel Trophy. Ik ben omroepster geweest. In het begin rommelde ik onwijs in de marge. Tegenwoordig worden mensen meteen in het diepe gegooid, maar ik mocht jarenlang rustig zoeken en experimenteren. In 1999 ben ik zelf reisprogramma’s gaan produceren. Die werden op zaterdagmiddag uitgezonden en waren echt niet al te best. Pas toen we bij RTL Travel begonnen te maken, rond 2002, begon het te lopen. In 2007 ben ik overgestapt naar de publieke omroep, en is het gestaag gegroeid.

En inmiddels zit je op NPO 1, scoor je tweeënhalf miljoen kijkers en heb je een hoge waardering. Dat vind ik het geweldigst. Voor een presentator is het de beste opbouw: dat je ergens met troep begint, er langzaam over doet om het vak steeds beter te leren en pas na vijftien jaar hoge kijkcijfers gaat halen. Instant succes is nooit goed. Succes moet rijpen.

Nu je echt succesvol bent, prijzen wint en hoge waarderingen scoort, is een bijvraag: wat voor opofferingen heb je er op andere vlakken voor moeten doen? Veel! Dat is mijn grote struggle in het leven geworden. Als ik nadenk hoe de dingen zijn gelopen, ben ik intens gelukkig en tevreden dat de dromen die ik als meisje in de bibliotheek van Heemstede koesterde allemaal zijn uitgekomen. Behalve dat ik op persoonlijk vlak een heel andere koers heb gevaren dan ik toen dacht. Mijn liefdesleven is nooit in rustig vaarwater gekomen. Om een reden die mij overigens onbekend is. Ik vind mezelf geen retard, toch?

Integendeel. Het is gewoon niet helemaal gegaan zoals ik dacht. Of wacht… Schrijf dit maar niet op, want dan gaat de roddelpers het weer overnemen. ‘Floortje Dessing vindt haar liefdesleven niet gelukt.’

Ja, dat is ook zoiets. Ik googelde jou en het is echt opmerkelijk wat de roddelsites voor bagger over jouw leven schrijven. Het dieptepunt was afgelopen najaar toen mijn relatie na twee jaar uitging. Dat kan gebeuren. Mijn relaties duren twee jaar en dan is blijkbaar de rek eruit. Dat heeft met mijn leven, mijn beroep en mijn onrust te maken. Het is heel verdrietig, maar zo zit ik in elkaar. Als je dan leest hoe daarover wordt geschreven. Ik krijg impertinente vragen waar de honden geen brood van lusten. Ik denk niet dat een man zulke vragen zou krijgen. Waarom wordt er nooit aan een vrouw gevraagd waarom ze eigenlijk kinderen heeft gekregen? Ik moet mij er altijd voor verantwoorden dat ik geen kinderen heb. Dan staat er in een blad letterlijk ‘dat het voor mij nooit meer iets zal worden’. ‘Floortje Dessing dubbele punt ik zal altijd alleen blijven.’ Fucking bullshit! In een andere context heb ik zoiets een keer geroepen, zoals je soms dingen zegt. Dat wordt dan uit zijn verband gerukt. Ik heb daar weken, maanden last van gehad.

Dacht je als kind dat je moeder zou worden? Ik kan me niet voorstellen dat ik me dat niet voorstelde. Omdat iedereen kinderen kreeg. Dus ik heb nooit gezegd: kinderen nee! Maar gedurende mijn leven heb ik me gerealiseerd dat kinderen — voor mij — heel lastig zouden zijn. Zit een kind erop te wachten bij mij te worden geboren? Dat zouden meer mensen zich moeten afvragen, of is dat lullig gezegd? Kinderen moeten ritme en regelmaat hebben. Dat kan ik kinderen niet bieden.

Is het een naar onderdeel van je werk dat je zo publiekelijk over je persoonlijke leven moet praten? Ik haat dit deel van mijn werk en ik heb er weleens aan gedacht om er vanwege deze reden mee te stoppen. Ik heb echt de leukste baan die er is, maar om zo besproken te worden maakt me soms ongelukkig. Je kunt de pers ook niet te veel tegen je in het harnas jagen, want dan proberen ze je kapot te schrijven. Dan plaatsen ze afschuwelijke foto’s met nare quotes.

Ik snap dat het je raakt. Los van wat ze over me schrijven: ik voel me wel echt vaker anders dan anderen — en dat is niet altijd een even prettig gevoel. Waarom ben ik zo’n rare snijboon? Er zijn momenten dat ik naar ‘gewoon zijn’ verlang.

Ik vind je helemaal geen rare snijboon. Waarom denk je dat? Ik had het laatst met mijn moeder en broer over onze vermoedelijke biologische opa, een man die losbrak uit zijn vaste bestaan en met een circusact door Nederland ging reizen. En mijn oma van vaders kant fietste als jonge vrouw, toen dat absoluut not done was, in haar eentje van Leiden naar Amsterdam, als een feministe avant la lettre. Ik heb de genen van non-conformistische voorouders.

Ben jij zelf feministisch? Het valt me op dat je je maatschappelijk profileert. Je hebt een winkel in verantwoorde kleding. Ben je links? Ik krijg de kriebels van politieke typeringen. Je zou kunnen zeggen dat ik aan de linkerkant zit, omdat ik wil dat iedereen meedoet en we nooit onderscheid moeten maken tussen mensen. Maar ik maak zelf uit wat ik over mezelf zeg. De terreur die er in het publieke debat heerst is stuitend. Ik wil wel dat mensen me neutraal blijven bekijken. Dat hoort bij de publieke omroep: voor een zo breed mogelijk publiek programma’s maken. Ik wil niet preken voor eigen parochie en vooral niet elitair doen.

Je maakt programma’s over de wereld, over empathie, over Syrië, over samenhang tussen mensen. Dat zijn toch mooie thema’s? Maar niet per se linkse thema’s. Ik vertel verhalen over mensen die een keuze hebben gemaakt af te wijken van het normale pad. Dat zijn mensen die over het algemeen goed nadenken over de wereld. Mensen met een zuiver hart.

Je bent al in honderdvijfenveertig landen geweest. Heb je ooit last van heimwee? Ja, ik heb wel heimwee, maar ik vind heimwee fijn en ik ervaar het als een cadeau. Ik zie heimwee als een verlangen naar daar waar het goed is. Liefdesverdriet is een gemis, dat is de wetenschap dat iets voorbij is. Ik ken dat gevoel goed, moet ik zeggen. Heimwee is veel prettiger, want je weet dat je verlangen weer zal worden ingelost. Ik ben slecht in afscheid nemen, want ik hang erg aan mensen. Ik heb behoudzucht en daarom ben ik eigenlijk een laffe reiziger, want ik kom altijd terug.

Floortje naar het einde van de wereld: 19 februari, NPO 1, 21:30 uur

[/blendlebutton]

Lees ook