Reconstructie: De Grote Donorshow

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Tien jaar geleden beloofde BNN in De Grote Donorshow een nier weg te geven. Pas nu buigt de Eerste Kamer zich over de nieuwe donorwet. Reconstructie van een legendarisch tv-programma, én een verslag van de gevolgen ervan.

Tien jaar geleden beloofde BNN in De Grote Donorshow een nier weg te geven. Pas nu buigt de Eerste Kamer zich over de nieuwe donorwet. Reconstructie van een legendarisch tv-programma, én een verslag van de gevolgen ervan.

‘Lisa, heel Nederland wil nú van jou weten: wie krijgt de nier? Maak nu ­alsjeblieft je definitieve keuze bekend.’
‘De persoon aan wie ik mijn nier het allermeeste gun, is iemand die mij heel erg geraakt heeft deze avond. En die persoon…’
‘Even wachten, Lisa. Wacht heel even. Ik wil een time-out, want ik wil nog één keer die vraag stellen: waarom zijn wij hier en waar zijn we mee bezig? Wel, dat is omdat het heel treurig is gesteld met de orgaandonatie in ons land.’

BEGIN
Het begon allemaal met een briefje op een prikbord van een Albert Heijn-filiaal, waarop iemand zijn nier aanbood. Mark van der Werff, medewerker van televisieproducent Endemol, zag het en dacht: kunnen we daar geen programma bij verzinnen? Na een paar vergaderingen luidde de conclusie dat een nier weggeven op tv moreel niet in de haak is. ‘Maar wat wel kon, was doen alsóf we een nier weggeven,’ zegt Sebastiaan Spaan, toenmalig programmamanager bij Endemol. ‘Dat idee vonden we fantastisch.’ Ergens in 2006 belandde het concept bij BNN, de rebelse jongerenomroep die ooit werd opgericht door Nederlands bekendste nierpatiënt Bart de Graaff. Voorzitter Laurens Drillich: ‘Wij vonden het een vrij bizar idee, maar we waren in die tijd niet vies van een experiment. Toen we gingen nadenken over een programma rond de vijfde sterfdag van Bart, op 25 mei 2007, heb ik dat idee eraan verbonden.’ Zo ontstonden de contouren van een televisieprogramma waarin zogenaamd een terminale patiënt een nier zou afstaan aan een van drie deelnemende nierpatiënten.

GEHEIMHOUDING
Om geheimhouding te verzekeren, stelde Spaan bewust een klein team samen. Zelfs de enige redacteur werd aangenomen onder de valse voorwendselen van een herdenkingsprogramma rond Bart de Graaff. ‘Pas weken later heb ik haar in vertrouwen genomen. Ik was doodsbang dat het zou uitlekken. Dan was alles voor niets geweest.’ Gedacht werd aan geheime opnamen in Duitsland, met buitenlandse technici, maar dat plan werd verlaten. Ook presentator Patrick Lodiers, een maand of vijf voor de uitzenddatum benaderd, kreeg van Drillich in eerste instantie te horen dat BNN daadwerkelijk een nier zou weggegeven. Na zijn toezegging vernam hij opgelucht dat de omroep met acteurs wilde werken. ‘Ook de nierpatiënten zouden acteurs zijn,’ weet Lodiers nog, ‘maar we vonden dat zij echt moesten wezen. Dan konden we op het eind toegeven dat alles nep was, behalve hun problemen.’
Trainer en coach Leonie Gebbink werd gevraagd door een vriendin met wie ze ooit een theateropleiding had gevolgd en die af en toe voor BNN werkte. Hopend op een leuke opdracht reed ze naar Endemol in Aalsmeer. Daar wachtten Spaan en BNN-eindredacteur Judith Hülsenbeck. ‘Na een kwartier praten moest ik een formulier ter geheimhouding ondertekenen,’ zegt Gebbink. ‘Daarna vertelden ze me de ware toedracht.’ Of ze de rol van de doodzieke Lisa wilde ­spelen, die op tv haar nier cadeau zou doen, maar niet heus? ‘Ik was flabbergasted. Maar na een nachtje slapen voelde het goed, zeker voor dit goeie doel.’
Nierpatiënte Esther-Clair Sasabone werd benaderd via een brief van haar ziekenhuis: wilde ze misschien meedoen aan een tv-herdenking van Bart de Graaff? Na een aantal selectierondes belandde ook zij, zo’n drie maanden voor de uitzending, in Aalsmeer. Sasabone: ‘Het werd een raar gesprek. Hoe ik tegenover promotie van de Nierstichting stond, en zo. Op een gegeven moment ging Judith naar de wc, en Sebastiaan opeens ook. Ik dacht: waar zijn de verborgen camera’s? Toen kwamen ze terug met het echte verhaal. Ik vond het briljant.’ Sasabones medekandidaten, Charlotte Trieschnigg en Vincent Moolenaar, betoonden zich eveneens snel enthousiast.

[blendlebutton]
In het geniep bereidde BNN met de vier medesamenzweerders een aantal filmpjes voor. Zo diende Gebbink als Lisa een voorselectie te maken uit verschillende gegadigden. ‘Ze liep rond in een hal vol foto’s van mensen van wie er drie kans maakten om in het programma te komen. Die kwamen uit een of andere databank in Amerika, want de Nederlandse kijkers mochten zichzelf natuurlijk niet herkennen op tv,’ vertelt Lodiers.
Van de drie uitverkoren kandidaten werden portretten gedraaid waarin ze zichzelf introduceerden. Trieschnigg liet zich filmen in het ziekenhuis waar ze haar dialyse onderging. ‘Op een dag na de opnamen vroeg de verpleegkundige tijdens zo’n nierspoeling: “En, wat weet je nou echt?” zegt Trieschnigg. ‘Ik moest me omdraaien om me te wegen, waardoor ik mijn gezicht in de plooi kon trekken, en antwoordde: “Ik weet echt niks.” Die geheimhouding vond ik heel erg lastig.’

PERSBERICHT
Op ‘Bartdag’, precies een week voor de uitzending van vrijdagavond 1 juni, stuurde BNN een persbericht de wereld in. Bewust laat, en bovendien voor het weekend van Pinksteren, landde op talloze nieuwsredacties de mededeling dat de omroep in een rechtstreekse televisie-uitzending een nier zou weggeven om Bart de Graaff te herdenken en de donorproblematiek op de kaart te zetten. ‘Ik zat gespannen achter mijn bureau,’ vertelt Spaan. ‘Nu barst de hel los! Maar er gebeurde helemaal niks. Pas de volgende ochtend, toen CDA-Kamerlid Joop Atsma op de radio aankondigde dat hij wilde proberen de Donorshow te verbieden, ging het rollen.’
Afgesproken was dat Drillich als enige de buitenwereld te woord zou staan. Hij werd platgebeld. ‘Minister Ronald Plasterk van Cultuur, de raad van bestuur van de NPO, journalisten van het Achtuurjournaal, CNN, ITV, de Japanse televisie, de Koreaanse televisie… In die week is er meer gesproken en geschreven over orgaandonatie dan in de twintig jaar daarvoor. Daarmee was onze missie al voor zeventig procent geslaagd. Wat we nog niet wisten, was hoe het zou vallen.’
Nou, niet zo goed. Heel Nederland leek te menen dat de programmamakers op het punt stonden te ver te gaan. In de Tweede Kamer werden vragen gesteld, het CDA van premier Jan Peter Balkenende zocht – vergeefs – naar manieren om de show te verbieden. Ook in eigen kring kregen de makers het zwaar te verduren, zo merkte producent Spaan. ‘Ons teampje was na dat persbericht ineens de paria van Endemol. Iedereen was er boos over. Ik ben er intern veel op aangesproken. Daarom heb ik een paar dagenlang de kantine maar gemeden.’ De Nierstichting stond evenmin achter het plan, en de dokter van Bart de Graaff mocht van zijn ziekenhuis niet meewerken.
Lodiers werd vaak gebeld, maar nam zijn telefoon niet op: hij richtte zich op de uitzending. Die kende zo haar eigen problematiek. ‘Voor live–televisie ga je repeteren. Maar wij wisten dat als we het echte einde zouden oefenen, de mensen van het geluid, licht en de camera’s misschien wel hun vrienden en vriendinnen zouden gaan bellen. Dus hebben we het fictieve einde gerepeteerd: gefeliciteerd, jij hebt de nier gekregen, wat gaat er nu door je heen?’

UITZENDING
Tijdens de live-uitzending, toen Lodiers Lisa aan het publiek voorstelde, verdwenen de zenuwen die hij aan het begin nog had. ‘Toen ze de trap afkwam, en spontaan applaus kreeg van het publiek, zei ik tegen mezelf: dit zit geramd.’ De show verliep volgens plan: de drie nierpatiënten deden hun verhaal, er waren beelden van Bart de Graaff. Toen brak het moment aan waarop Lisa haar keuze moest maken. Lodiers had in de kleedkamer het precieze moment bepaald waarop hij haar zou onderbreken om de opzet van De grote donorshow te onthullen – zie de dialoog aan het begin van dit artikel. ‘“Wacht even,” zei ik. Op dat moment veranderde het licht. De technici op de vloer keken om zich heen: wat gebeurt hier nou?’ Wat volgde, was een monoloog over het probleem van orgaandonatie in Nederland en een oproep tot verandering.

PERSCONFERENTIE
Direct na afloop van de uitzending vond in een aanpalende studio een persconferentie plaats met Drillich, Spaan, Lodiers, kandidate Sasabone en Endemol-baas Paul Römer. De belangstelling was groot: alle hotels in Aalsmeer en omgeving waren volgeboekt. Lodiers: ‘Die persconferentie was fantastisch: alléén maar journalisten. De eerste vraag kwam van een vrouw die zei: “Dit is allemaal niet echt. Waarom heeft u ons laten komen?” Waarop Laurens antwoordde: “Júllie wilden komen!” Met name de Koreanen en Japanners begrepen het niet: ze bleven maar vragen wie er nu eigenlijk gewonnen had. Sasabone herinnert zich een licht verontwaardigde stemming. Ook stelde een van de journalisten de verrassende vraag of Endemol van plan was het tv-format, inclusief geheim dus, aan het buitenland te verkopen. Sasabone: ‘In de eerste tien minuten merkte je dat de pers zich in het ootje genomen voelde. Maar je kunt niet boos worden op zoiets. Het geld van de kijkers die via sms hun voorkeur hadden doorgegeven, ging naar de Nierstichting. Toen sloeg de stemming om in bewondering.’

Niet alle journalisten haalden hun deadline, ontdekte Drillich de volgende ochtend. ‘Ik kon niet slapen vanwege de adrenaline. Tot kwart over vier ’s nachts ben ik doorgegaan, en om kwart over zes zat ik alweer bij BNN. Ik kreeg De Telegraaf binnen, die blijkbaar was gedrukt voordat de Donorshow afgelopen was: ‘Macabere tv’; zomaar een nier weggeven, stond er op de voorpagina. Anderhalf uur later verspreidden ze een nieuwe editie: helemaal aangepast.’

Vanaf de bank hadden 1,2 miljoen Nederlanders naar de Donorshow gekeken. 12.000 nieuwe donoren zouden zich aanmelden. Een jaar later zette het tv-programma ook wereldwijd de donorproblematiek op de kaart door een internationale Emmy Award te winnen. De hamvraag luidde echter: wat ging er in Nederland gebeuren?

POLITIEK
‘De grote donorshow heeft de Nederlandse politiek wakker geschud,’ stelt Pia Dijkstra. Het D66-Kamerlid werkte in 2007 nog als presentatrice van het medische tv-programma Vinger aan de pols. Het onderwerp van orgaandonatie intrigeerde haar, zegt ze. ‘Ik was op die avond niet in de gelegenheid om te kijken, maar ik vond het een mooie move van BNN.’
Dijkstra was niet de enige. In de nasleep van de Donorshow kwam de zogeheten Coördinatiegroep Orgaandonatie tot stand, onder leiding van oud-minister Jan Terlouw (D66). De groep, bestaande uit de Nierstichting, artsenverenigingen, patiëntenverenigingen en vele andere maatschappelijke organisaties, presenteerde binnen een jaar een Masterplan Orgaandonatie aan de toenmalige minister van Volksgezondheid, Ab Klink (CDA). Doel van het plan was een drastische verhoging van het aantal orgaandoren, en de kern bestond uit een wetswijziging om een systeem van actieve donorregistratie mogelijk te maken. Daarin geldt elke burger in principe als donor, tenzij hij daartegen bezwaar maakt. De meeste Europese landen kennen een vergelijkbaar systeem en tellen significant meer donoren als Nederland. Voor Klink ging de wetswijziging echter te ver. Hij nam de resterende maatregelen over. ‘Die draaiden om zaken als het stimuleren van mensen om orgaandonor te worden, om ervoor te zorgen dat nabestaanden vaker ja zouden zeggen, dat er donorcoördinatoren in ziekenhuizen werden aangesteld, enzovoorts,’ licht Dijkstra toe. ‘Maar dat was flankerend beleid dat hoorde bij een wetswijziging. Daarvan is afgezien. Nu is het Masterplan afgesloten, we zijn tien jaar verder, en we zitten op ongeveer hetzelfde aantal orgaandonoren als in 2007. Nog steeds sterven jaarlijks zo’n 350 mensen omdat ze niet tijdig een orgaan hebben gekregen. Dan moet je constateren dat je niet vooruit bent gekomen.’

De toekomst lijkt er echter anders uit te zien. Nadat ze in 2010 in de Tweede Kamer werd gekozen, begon Dijkstra aan de klus om de wet te wijzigen. Haar werk leidde er in september vorig jaar toe dat de Tweede Kamer instemde met een nieuwe Donorwet, inclusief actief donorregistratiesysteem. Op het nippertje, dat wel. Lodiers volgde de stemming rechtstreeks, via zijn laptop: ‘Het was heel spannend. De uitslag bleef een poosje onduidelijk, maar uiteindelijk bleek de nieuwe Donorwet met één stem verschil te zijn aangenomen. Ik stond te juichen in de kamer. Ik heb Pia Dijkstra en D66-fractievoorzitter Alexander ­Pechtold een appje gestuurd om te feliciteren.’

Dijkstra prijst op haar beurt de rol van de Donorshow: ‘Het programma is erg belangrijk geweest in de totstandkoming van de wet. Het heeft de urgentie duidelijk gemaakt van het probleem. Dat moet je niet onderschatten.’ Of de Donorwet ook door de Eerste Kamer zal worden aangenomen, durft de politica niet te voorspellen. ‘Ik vestig mijn hoop op fracties waar het officiële standpunt tegen is, maar individuen de vrijheid krijgen om voor te zijn.’ Half juni komt een aantal deskundigen bijeen om de senatoren van informatie te voorzien, daarna moet een datum worden geprikt voor behandeling van de wet. ‘Dit jaar? Daar ga ik wel vanuit, ja.’

TOEKOMST
Hoe is het nu met de deelnemers aan De grote donorshow? Wel, goed. Leonie Gebbink, die Lisa speelde, runt trainings- en coachingsbureau ROER. Ze is blij dat ze inmiddels weer anoniem over straat kan. ‘Nog steeds hoor ik soms: ken ik jou niet ergens van? Dan noem ik de Donorshow meestal niet. Dat vind ik pronkerig. Wat mijn carrière betreft, heeft deelname me goed gedaan. Het is wonderlijk dat bekendheid maakt dat mensen bij voorbaat denken dat je ook wel kwaliteit zult hebben, ook al werk ik tegenwoordig vooral als communicatietrainer en coach en minder als acteur.’

Ook met Vincent Moolenaar gaat het goed. In de zomer van 2016 heeft hij een nieuwe nier gekregen, nadat hij een jaar eerder een oproep daartoe plaatste op Facebook. De revalidatie verliep voorspoedig, zo vertelde hij afgelopen maart in het televisieprogramma De wandeling. Omdat hij daar zijn verhaal heeft gedaan, wilde Moolenaar niet meewerken aan dit artikel.

Charlotte Trieschnigg onderging een half jaar na de Donorshow een niertransplantatie, maar dat had met de uitzending niets te maken. ‘Ik had met een vriendin een maand lang door Australië getrokken met de rugzak – een “Tour de Dialyse” noemden we het, omdat ik daar zeven ziekenhuizen nodig had voor een nierspoeling, die onderneming heeft De Telegraaf nog gehaald – en op de dag na thuiskomst werd ik gebeld voor die nier.’ Na een half jaar ging het echter alsnog mis. Nu draagt ze een nier die ze in 2014 kreeg, en dat gaat goed. Trieschnigg werkt met verstandelijk gehandicapten en ontplooit daarnaast tal van activiteiten die met haar ziekte te maken hebben. ‘Ik ben een website begonnen die informeert hoe het is om nierziekte te hebben, mijnlievenier.nl. Verder vertel ik twee keer per jaar in het Radboud-ziekenhuis in Nijmegen aan verpleegkundigen in opleiding over mijn eigen verhaal. Vorig jaar heb ik aan de Vrije Universiteit in Amsterdam een lezing gegeven.’

Ook Esther-Clair Sasabone treedt op als ambassadrice van het thema nierziekte. Met Moolenaar richtte ze Bureau Sterrenstof op, een organisatie die ze inmiddels alleen leidt en waarmee ze chronisch zieke kinderen steunt. ‘Daar kan ik in lengte van jaren mee door. We hebben een kinderboek gemaakt over Steven Sterman, een jongetje dat een nierziekte krijgt. Eind vorig jaar verscheen een tweede boek: Broers en zussen. Hoe is het voor jou? Als je broer of zus met een chronische ziekte kampt, kom jij immers ook aandacht tekort.’ Sasabone noemt de Donorshow een persoonlijk keerpunt. ‘Het was een soort uit de kast komen. Iedereen wist meteen van mijn ziekte.’ Een van haar collega’s bij de Moslimomroep bood in de week na de uitzending zijn nier aan. ‘Ik zou zo’n aanbod niet eens accepteren van naaste familie, laat staan van iemand die ik amper ken. Het is ook niet zomaar iets: je moet je vaak laten onderzoeken, het bloed van de donor moet sterk overeenkomen met dat van de ontvanger.’ Inmiddels is Sasabone toe aan haar vierde nier, die ze in 2010 via transplantatie ontving. Ze zit goed in haar vel. ‘Ik ben net terug van een vakantie naar Japan. Zowel lichamelijk als emotioneel voel ik me beter dan ooit.’

[/blendlebutton]

Lees ook