Paul Groot en Owen Schumacher over de hoogtepunten uit vijftien seizoenen Koefnoen

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Van hen had het nog wel even mogen duren, al hebben ze oog voor de realiteit: ‘Hoe moeten wij nog iemand als Jesse Klaver spelen?’

Paul Groot en Owen Schumacher werden beroemd toen ze, verkleed en wel, aanschoven aan de tafel van Jack Spijkerman in zijn Kopspijkers. Met beroemde imitaties van Frank de Grave, Pim Fortuyn en Willibrord Fréquin – om er maar een paar te noemen. Ze stapten over naar de AVRO waar ze, met Koefnoen, in de sporen van Van Kooten en De Bie traden. Nu, dertien jaar later, houdt het programma op te bestaan, terwijl de mannen zelf nog door hadden willen gaan. Met zes compilatieafleveringen blikken ze – zonder bitterheid – terug op hun carrière.

Voelt het alsof jullie terugkijken op een gouden tijd?
Owen Schumacher: Het is raar om van jezelf te zeggen dat je op een gouden tijd terugkijkt, maar ja, ik heb dat oude ­materiaal met plezier teruggekeken.”

Worden jullie daar niet een beetje melancholisch van?
Paul Groot: Zeker! We hebben ons bij die compilatie-uitzendingen ook beperkt en een vorm gekozen waarbij we door de ogen kijken van nieuw opgenomen types. Daardoor ontstaat vanzelf een focus waardoor we niet ál het materiaal terug hoefden te kijken.
OS Naar volledigheid streven is onmogelijk. Het is het resultaat van dertien jaar werk, voordat je het weet zie je door de bomen het bos niet meer.
PG We moeten het met een zekere luchtigheid proberen te benaderen. Ik vind het echt heel jammer dat Koefnoen stopt. Al die jaren hebben we met een fantastisch team in totale vrijheid kunnen werken. Wat we hierna ook gaan doen, die vanzelfsprekendheid gaat verdwijnen. Dat ga ik missen.
OS Van de eerste letter tot de laatste knip: wij waren verantwoordelijk. Maar we hebben het dertien jaar gedaan. Dat is lang.

Kees van Kooten stond op een dag klaar met zijn koffertje met verkleedkleren en bracht het ineens niet meer op.
PG Hij brak en heeft dagenlang gehuild.

[blendlebutton]

Dat moment hebben jullie nooit bereikt?
PG Ten aanzien van de imitaties heb ik een soort verzadigingspunt bereikt. Als ik een echt goede imitatie te pakken heb, een mooi personage waar ik echt wat mee kan, ben ik nog vol enthousiasme. Maar te vaak, zoals laatst bij Bert van Leeuwen, is het net even te flets. Het lijkt niet honderd procent, ik doe mijn best, maar hij wordt het niet écht. De situatie in het programma vereist dan die imitatie, maar echt fijn vind ik dat niet meer. Er sluipt soms een soort gêne in. ‘Moet ik op Jaap Jongbloed in Het mooiste meisje van de klas lijken? Nee, dit is ’m niet, laat maar gaan!’ Dan speel ik veel liever een eigen rol. Qua technologische ontwikkeling hebben we ook de HD-tv tegen. Mijn God, wat is dat scherp, je ziet alles! Er is niks meer te verhullen.

Jullie samenwerking gaat terug naar de tijd dat jullie in het schrijversteam van ‘Dit was het nieuws’ zaten.
OS We ontdekten dat we hetzelfde arbeidsethos hadden.
PG Dat is: niet ophouden voordat het staat. Veel te vaak is het in deze branche: Hier is het script, doe er maar wat mee, doei!’ Wij wilden allebei dat het tot de laatste letter klopte.
OS Een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Dat kan vermoeiend zijn, maar we hebben het allebei. En – niet onbelangrijk – we konden om elkaars grappen lachen. Ik was meer op het nieuws, Paul had meer plezier in specifieke formuleringen. We waren allebei ook vrij fanatiek in het vinden van precies het goede beeldfragment.
PG Owen nog iets fanatieker dan ik. Alle kranten gelezen, alle fragmenten op een rijtje.
OS Ik werkte tegelijkertijd voor Dit was het nieuws, Glamourland, Kopspijkers én Spijkers met koppen. Voor al die programma’s moest ik álles volgen, ik was een soort fragmentenboer die met zijn VHS’jes in de rugzak door de stad fietste. Als een stukje niet in het ene programma paste, kon het wel in het andere.
PG Ik ben dan weer waanzinnig precies in de formuleringen. De teksten, die moeten helemaal goed zijn. En er mogen absoluut geen spelfouten in het script staan.
OS Maar uiteindelijk gaat het erom dat je elkaar kan laten lachen. Als je moet gaan uitleggen waarom iets leuk is, houdt het op.

Tijdens ‘Kopspijkers’ zaten jullie op een golf van succes, vergelijkbaar met ‘Zondag met Lubach’ nu. Iedereen vond het leuk, iedereen omarmde het, fantastische kijkcijfers – het programma dééd ertoe.
OS Het zijn, niet onbelangrijk, allebei programma’s waar je met de hele familie naar kunt kijken. Tieners vinden het leuk, en de ouders vermaken zich ook. Dat was zo met Kopspijkers en is nu met Arjen ook aan de hand.
PG We begonnen onbevangen aan ­Kopspijkers, ook toen het succesvol werd vond ik dat niet verlammend.”
OS Ik heb nooit gedacht: nu kijken er driemiljoen mensen! Of: Misschien hebben we invloed! Zijn we nooit mee bezig geweest. Alleen toen we de Nipkowschijf wonnen en later de Televizier-Ring, was het in de week erna altijd ineens wat minder. Waren we ons er ineens zeer bewust van dat het goed moest zijn. Het was ook een leuk clubje: Hans Riemens, Thomas (van Luyn), Mike (Boddé), Sander van Opzeeland die nog meeschreef… En Jack (Spijkerman) deed al het gezeik voor ons. Wij zaten op een soort eiland, hij beschermde ons.
PG Wat we ook wilden doen, hij gaf ons vertrouwen. Hij was oprecht enthousiast over wat we deden.

Ondertussen werd Paul een soort ster: alom aanbeden en gelauwerd om zijn imitaties.
PG Ach, tja. Het was leuk. Bij de Gouden Beelden werd er een persoonlijkheidsprijs aan mij toegekend…
OS …vonden wij wel grappig: iemand die nooit als zichzelf op tv komt een persoonlijkheidsprijs geven…
PG …en via de VARA kreeg ik van een banketbakker uit de buurt een taart: ‘Gefeliciteerd met je persoonheidsprijs!’”
OS Hebben we hem nog jarenlang mee geplaagd: ‘Nou, meneer de Persoonheid heeft weer praatjes!’

Hoe kwam de AVRO op jullie pad?
PG We gingen met een plan naar de VARA-directeur Jeroen Soer, die daar maar heel even heeft gezeten. We wilden samen een programma met gefilmde items maken.
OS Zijn toon was afwijzend: ‘Ja, ga maar een plan maken, dan kijken we of er een pilot in zit. Wees creatief!’
PG Letterlijk zei hij: ‘Jullie willen natuurlijk 28 danseressen, terwijl er maar geld is voor drie!’
OS Misschien dacht hij: Ik hou ze liever bij Kopspijkers, laat ik niet té stimulerend zijn. Ik denk dat hij ervan uit ging dat we er niet op uit waren om over te stappen. En dat waren we ook niet, maar wij hadden toen een management dat héél eager was om een deal te sluiten. Alles waar wij niet zo goed in waren – van je af bijten, op je strepen staan – deden zij wél. Misschien iets te fel, te hard.
PG Ja, maar als zij dat fantastische contract niet voor ons hadden bedongen, hadden we niet dertien jaar lang in volstrekte autonomie kunnen werken.
OS Omdat zij zulke haaien waren, kregen wij bij de AVRO een contract om vier jaar lang te doen wat we wilden. Carte blanche, ongelofelijk. Ad ’s Gravesande, de directeur van de AVRO, zei letterlijk tegen ons: ‘Het eerste jaar lekker uitzoeken wat jullie precies willen doen, het tweede jaar uitbouwen, hopelijk is het in het derde jaar dat prachtprogramma waar jullie altijd op gehoopt hebben.’ Bij het derde, vierde seizoen begon onze vorm zich echt uit te kristalliseren. Toen kregen we ook de Nipkowschijf. Dat had Ad dus tamelijk profetisch gezien.

Het maken van een actueel, satirisch programma is in die jaren totaal veranderd. Er is nu een bizar politiek landschap, elk nieuwsfeitje wordt meteen van alle kanten besproken op de ­sociale media.
OS Alleen de grap, daar heb je niks meer aan. Zodra er iets gebeurt, worden alle grappen al gemaakt. Alleen met vorm kan je er nog iets aan toevoegen.
PG Mensen realiseren zich vaak niet hoe veel tijd het kost om die vorm interessant te maken. Dat er pruiken gemaakt moeten worden, locaties geregeld, acteurs gepolst, geschreven, gedraaid, gemonteerd. Terwijl een tweet zo getypt is.
Wij wilden ook wel weg van het grote nieuws, wat meer de randen van de krant opzoeken. De omroep zegt dan: ‘Het moet gaan over de grote thema’s van de week!’ Soms werd onze onderwerpkeuzen te elitair gevonden.
OS ‘Dat kennen de mensen niet die op zaterdagavond naar NPO 1 kijken.’ En dat is ook zo! Snap ik ook wel. Een programma als Koefnoen zou nu ook nooit meer op zaterdagavond op NPO 1 worden geprogrammeerd. Aan de andere kant, we hebben het jarenlang volgehouden daar.
PG Ons uitgangspunt was toch: als wij dit leuk vinden, zijn er altijd wel een paar gekken die het óók leuk vinden. Nooit: wat zou de SBS-kijker willen zien?

Beheerste ‘Koefnoen’ jullie hele leven als het seizoen liep?
PG Dan was het eigenlijk niet mogelijk om er een leven naast te hebben. Maar ik vind niks lekkerder dan met oogkleppen op maar voort denderen. Dat is ook weleens even misgegaan bij mij, dat ik het niet bij kon benen allemaal.
OS Ik had, zeker in het begin, weleens het gevoel dat ik én thuis én op het werk tekortschoot. Totdat ik me realiseerde dat het geen wedstrijd was wie het hardste werkte.

Evengoed waren jullie nog graag doorgegaan met het programma.
OS Na afloop van elk seizoen waren we dolblij dat we het volbracht hadden. Maar na een week of twee, drie kwamen we weer bij elkaar en bleken we er toch gewoon nog heel veel lol in te hebben. Bovendien, in deze vorm zag ik nog geen mensen die het over zouden kunnen nemen.
PG De werkelijkheid die je om je heen ziet, wil ik terugzien op televisie. Comedy over ons dagelijks leven, ik zie dat te weinig. Niet alleen over het nieuws, maar gewoon: hoe we functioneren, hoe we met elkaar omgaan. Die serietjes die we hebben gemaakt over het dameskoor, over de ouderavond op de Karrekrak, over de volkstuinen – díe vond ik heel erg leuk om te maken.

Zijn jullie down geweest over het ­stoppen?
PG Ja. Vorige week zaten we bij DWDD en kregen we veel reacties: ‘Jullie zijn helemaal niet bitter!’ Nou, het chagrijn is er wel aan vooraf gegaan hoor! Maar na een tijdje zet je dat van je af.
OS We hebben meteen na dat besluit ook expres de publiciteit niet opgezocht, geen zin om verbitterd over te komen. We zijn ontzettend bevoorrecht dat we dertien jaar dit programma hebben mogen maken. Dan moet je nu niet gaan zitten pruilen als een kind van wie het speelgoed is afgepakt. Bovendien, hoe moeten wij nog iemand als Jesse Klaver spelen? Daar gaan we niet meer op
lijken.
PG En Max Verstappen dan? Misschien wordt het ook een beetje zielig als we als oudere mannen jonge mannen gaan naspelen en commentaar op ze leveren.

Hebben jullie in al die jaren in opperste harmonie samengewerkt met elkaar?
PG Eigenlijk wel, ja.
OS Er is bij ons nog nooit met de deuren geslagen.
PG Soms hangt er wel een soort knetter in de lucht, als ik ergens te lang over door zeik. Of te brutaal met het materiaal van een ander omspring.
OS Het kan het hard zijn als de ander je idee niks vindt. Maar meestal wordt er al snel ingebonden: jij deze keer je zin, ik de volgende. En in de draaiperiodes hebben we überhaupt geen tijd om ruzie te maken.

Het beste van Koefnoen, 15 april, NPO 1, 22:05 uur

[/blendlebutton]

Lees ook