Outlaw King: bloederig en vermakelijk historisch epos

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Chris Pine speelt de 14e eeuwse koning Robert the Bruce in een film die je kan beschouwen als Braveheart 2.

De geschiedenis is geschreven door de winnaars. Robert the Bruce, die in 1306 tot koning van Schotland werd gekroond, is er zo een. Acteur Chris Pine geeft gestalte aan de heerser die het opnam tegen de Engelse bezetter. In Outlaw King zien we in de periode van 1304 tot 1307 de opmaat naar de relatief lange regeerperiode van Koning Robert de Eerste, die werd ingeluid door een flink aantal bloederige veldslagen, die in de film breed worden uitgemeten. Outlaw King is namelijk een onvervalste gevechtsfilm met galante, zwaardvechtende helden die valsspelende tegenstanders te lijf gaan.

https://www.youtube.com/watch?v=-YTG7X58Mbc&t=2s

Regisseur David Mackenzie, een geboren Schot, slaat na het succesvolle Hell or High Water (2016) voor de tweede keer de handen ineen met Chris Pine. Het is een opzienbarende keuze: je kan je voortdurend niet aan de indruk onttrekken dat de hoofdrolspeler een Amerikaan is die zich een Schots accent heeft aangemeten, en Pine heeft niet dezelfde iconische uitstraling als, bijvoorbeeld, een Mel Gibson. Gibson speelde in 1995 de Schotse vrijheidsstrijder William Wallace in Braveheart. En Outlaw King is, in zekere zin, Braveheart 2. In de openingsscène zien we hoe Williams' lichaam in stukken wordt gesneden door de Engelsen, zodat de Schotten kunnen zien wat er gebeurt met rebellen.

Na een korte periode van overdenking, en een serie aan plechtigheden (zo huwt de toekomstig koning een adellijke vrouw, gespeeld door Florence Pugh), besluit Robert the Bruce, in het kielzog van Wallace, de Engelsen te gaan bevechten. Hij gebruikt daarvoor slinkse tactieken, waarmee hij zijn vijanden – de Schotten waren steevast in de minderheid – op knappe wijze weet te verslaan. Eerst vecht hij tegen Cockney-koning Edward de Eerste (Stephen Dillane speelt een weinig deftige, immer grappende tiran) en daarna tegen diens sullige maar sadistische zoon (Billy Howle). De rest is geschiedenis, want Robert the Bruce zal triomferen.

Mackenzie zet de beste man neer als een nederig mens. Pine’s personage graaft ook mee aan verdedigingslinies, en strijdt zoals een goed heerser betaamt altijd vooraan. Ook heeft the Bruce een speech in petto, gelijk aan die van Gibson in Braveheart (iets in de trant van ‘they may take our lives, but they’ll never take our freedom’). En dan is er, ergens halverwege, het ‘wait for it’-moment. Zo van: nu nog niet de aanval inzetten, even wachten strijdmakkers. Zo houdt Mackenzie zich keurig aan de conventies van de gevechtsfilm. Ook andere Middeleeuwse clichés passeren de revue: het bachanaal, de martelingen (de barbaarse mores) en de corrupte clerici.

Outlaw King is dan ook geenszins baanbrekend, maar evenwel ontzettend vermakelijk. Met al die kekke bloempotkapsels avant là lettre en de mooifilmerij van de idyllische Schotse heuvelruggen kijk je je ogen uit. We zien hier geen accurate historische hervertelling, maar je krijgt dankzij de film wel een idee van de wreedheid van toen. Mackenzie heeft met Outlaw King (Robert the Bruce is in de ogen van de Engelsen een bandiet; in de ogen van zijn volgelingen een waardig leider) een excuus gecreëerd om een Schotse held weer op het schild te hijsen; zou dat iets te maken hebben met de Brexit? Met de wederzijdse gevoelens van ongenoegen tussen de Schotten en de Engelsen?

Wie zich niet wil wagen aan de bovenstaande politiek-culturele vraagstukken zal bij Outlaw King wellicht gefocust zijn op de hoofdrolspeler: nadat de film in première ging in Toronto afgelopen september, verschenen er allerlei artikelen over een bepaalde scène waarin zijn mannelijk lid te zien is. Zo bedient Mackenzie vakkundig de liefhebbers van Middeleeuws bloedvergieten, de bewonderaars van Chris Pine, en de fans van historisch drama.

Outlaw King, vanaf 9 november 2018 op Netflix

Lees ook