Op zoek naar Alain Delon (1): Roar en de Roemeense kou

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Dagelijks bericht filmredacteur Clementine van Wijngaarden vanaf het Roemeense Transilvanian Filmfestival Cluj, waar ze op zoek gaat naar hoofdgast Alain Delon. Dag 1: een kennismaking met de Roemeense koudeval.

Mijn moeder vertelde ooit dat ze spijt heeft van 1 ding in haar leven. Ze was vier, de oorlog was net afgelopen en verkleed als roodkapje met de huishond als wolf naast haar, was ze naar een bevrijdingsfeest gegaan – in haar herinnering een kermis met zweefmolens. Ze had één cent en mocht één ding kiezen. Ik weet niet meer wat het werd, maar wel wat het niet was geworden: er was een huisje bekleed met peperkoeken geweest, waar een vrouw met een hoge hoed voor stond. ‘Kom toch binnen meisje’, had ze gezegd. Mijn moeder was weggerend. Maar heeft tot de dag van vandaag spijt. Want wat zou er toch achter die deur hebben gezeten?

Sinds gisteren voel ik een zelfde soort spijt.

Zaterdagmiddag kwam ik aan in Cluj, waar deze week voor de zestiende keer TIFF, het Transilvanian International Filmfestival, wordt gehouden waar ik in de Fipresci-jury zit, een jury van filmcritici die op het eind van het festival een prijs uitreikt voor de film die volgens hen de prijs voor de internationale filmkritiek verdiend. Op het vliegveld werd ik opgewacht door mijn ‘angel’: een meisje, Ana heet ze, dat me deze week begeleidt en de weg wijst. Nog voor ik in de taxi richting stad zat, had ik in mijn handen al een programma waarin het ene evenement over het andere buitelt. Door schade en schande wijs, weet ik dat je filmfestivals eigenlijk alleen tot het einde toe volhoudt, als je gedoseerd begint. Voor deze eerste dag had ik mijn zinnen gezet op de vertoning van Roar, de ‘gevaarlijkste film ooit’, uit 1981, gemaakt door Noel Marshall en famillie (zijn vrouw Tippi Hedren, haar dochter Melanie Griffith, zijn twee zonen uit een eerder huwelijk) en een heleboel wilde dieren, die ’s avonds zou plaatsvinden op een kasteel in de omgeving van Cluj.

Door deze keuze miste ik ’s middags, naar nu blijkt, het hoogtepunt van het festival tot nu toe (Alain Delon is er nog niet), namelijk de opening van InfiniTIFF, een virtual reality vertoning in het oude modehuis van de stad, alwaar een performance werd gehouden, Doom Room, waarin Virtual Reality is gemixt met echt theater en waar bezoekers (zes per keer) getransformeerd uitkomen. Ana, mijn angel, hoorde tot de gelukkigen die er in waren geweest. Toen ik haar gisteren sprak, leek het of ze god had ontmoet. Haar ogen werden groot en wazig, haar wangen roze. Ze had een bloederig hart vastgepakt, ze had op een hert moeten schieten, ze was zelf beschoten. ‘Ik was nergens bang. Het was mooi, zo mooi.’ Een andere gelukkige bezoeker sprak van ‘Eroticism, meditation, rough stuff. Totally worth it.’

Gisteren rende ik op een holletje naar het modehuis. Helaas: alle kaartjes waren voor de rest van de week uitverkocht. Ook voor de journalist uit Nederland sprak het meisje achter de kassa onverbiddelijk.

Ook wat betreft Roar kan ik weinig melden. Toen ik na een busrit van dik een uur om half negen ’s avonds bij het kasteel aankwam, moesten we wachten tot de zon onderging. En met het ondergaan van de zon maakte ook de temperatuur een dip van twintig graden. Dus daarom hadden al die mensen in de bus donsjassen en dekens bij zich!

Ik heb de openingcredits gezien. Een leeuw die brulde, masai die dansten, een heleboel pelikanen en een man op een motorfiets.

En toen ben ik, bevangen door de kou, afgevoerd.

Lees ook