Bellingcat

Onderzoeksjournalist Christiaan Triebert over Bellingcat

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Onderzoeksjournalist Christiaan Triebert onthult hoe burgerjournalistieknetwerk Bellingcat te werk gaat. ‘Het is zoeken naar een speld in een hooiberg.’

Christiaan Triebert leest voor. ‘Hé mannen, hier een casus van een familie waarnaar we willen zoeken. Kunnen jullie aangeven of het voldoende is om een stap te zetten?’ Triebert snelt door de e-mail en opent het bijgevoegde document. Daarin staat het verhaal van een Syrische familie – een beklemmend relaas. De moeder was vanuit Syrië met vier kinderen vertrokken naar de vader, die al in Duitsland woonde. In de Turkse havenstad Izmir stapten ze, samen met 24 andere vluchtelingen, op 11 november 2015 in een vissersboot naar het Griekse eiland Lesbos. Kort na het afmeren begon de boot water te maken. Triebert: ‘De opvarenden waarschuwen de kapitein, maar die zegt dat het normaal is. Na tien minuten keren ze toch om. De boot zinkt. Vanaf dat moment is de vrouw een van haar zoontjes en haar neefje kwijt.’ Uit de rest van de casus somt Triebert enkele feiten op. ‘De moeder blijft twee maanden in Turkije om te zoeken… Al haar tassen zijn gevonden, behalve die van de zoon…. Ah, hier.’ Hij veert op. ‘Op de Jordaanse televisie is een interview te zien geweest met een getuige, die zegt de jongetjes te hebben gezien op Lesbos.’ Hij wendt zijn blik af van de laptop. ‘Dat tv-fragment ga ik zoeken. Dat kan een aanwijzing zijn.’

Welkom in het kantoor van Christiaan Triebert, onderzoeksjournalist met een internetverbinding. Behalve een laptop en dat laatste heeft hij niets nodig voor zijn werk – zelfs geen kantoor. We spreken hem in Grand Café Z in Leeuwarden, een horecagelegenheid die vrienden hem hebben aangeraden. Niet dat Triebert (27) onbekend is met de Friese hoofdstad: hij is er geboren en opgegroeid, maar de laatste drie jaren heeft hij vrijwel continu in het buitenland doorgebracht om mensen bij te spijkeren over zijn digitale detectivemethoden. Die wendt hij onder meer aan voor Bellingcat, het fameuze collectief van burgerjournalisten dat naam maakte door in 2014 als eerste een Boek-raket van het Russische leger te linken aan de neergeschoten MH17 – een conclusie die juist zou blijken. Ook werkt Triebert regelmatig samen met een onderzoeksteam van The New York Times, dat zich dezer dagen bezighoudt met de zaak rond de vermoorde Saoedische journalist Jamal Khashoggi. De verdwenen vluchtelingkinderen kwamen op zijn pad via het Nederlandse journalistieke platform Lighthouse Reports. Overeenkomst tussen al deze zaken is Trieberts werkwijze: het doorzoeken van openbare bronnen, te vinden op internet.

Dat is niet zo moeilijk, vertelt hij: gewoon doorvlooien en combineren. Alhoewel, er zijn duizend en één manieren voor, ook in het geval van de Syrische familie. Triebert opent op zijn laptop Echosec.net, een website die er uitziet als Google Maps. Als Zuidoost-Europa in beeld verschijnt, trekt hij een kader om Lesbos en de nabijgelegen Turkse kust. Op verschillende plekken verschijnen de rode punaises die we ook van Google kennen. Links op het beeldscherm staat nu een brede kolom met de informatie die bij elke punaise hoort. Het zijn berichten die op sociale media zijn geplaatst en waaraan de auteurs een locatie hebben gehangen, van YouTube en Instagram tot Flickr en VKontakte, het Russische Facebook. ‘Zo kun je een geografische zoektocht starten,’ legt Triebert uit. ‘Begin bij 11 november 2015.’ Berichten zonder locatiebepaling kun je vinden door voor elk afzonderlijk medium trefwoorden in te tikken, bijvoorbeeld ‘Lesbos’. ‘Misschien kom je wel een foto tegen van een persfotograaf, die in de buurt meer kiekjes gemaakt heeft. Je kunt zoeken op organisaties die op het eiland actief zijn en uitvinden wie daarvan je moet bellen om meer te weten te komen. Het is een manier om te starten.’ Behalve Triebert hebben nog twee andere Nederlandse Bellingcat-leden de e-mail gekregen: Pieter van Huis en – een pseudoniem – Daniël Romein. Met zijn drieën zullen ze de zoekactie coördineren. ‘Wij verzorgen het voorwerk van de klassieke journalistiek.’

Triebert stelt dat hij het werk doet dat zijn collega’s van krant, tv of radio zouden moeten verrichten. ‘Zij krijgen het vertrouwen niet om langer aan bepaalde zaken te werken. Er moet iets veranderen, hogerop.’ Toegegeven, digitaal speuren is arbeidsintensief en dus duur, zegt hij. Niet toevallig waren het vermogende media als The New York Times en de BBC die enkele jaren geleden, als pioniers, tijd en geld vrijmaakten voor de Bellingcat-methode. ‘Doe maar gewoon wat je altijd doet,’ luidde de instructie die Triebert kreeg op de burelen van de Times. Wie hem daar aan het werk wil zien, moet Bellingcat – Truth in a post-truth world bekijken, de documentaire waarvoor vijf leden van het onderzoekscollectief zijn gevolgd. Wie weet verhuist hij binnenkort wel naar New York: momenteel probeert hij een werkvisum voor de VS te regelen, om nog vaker met de prestigieuze Amerikaanse krant samen te kunnen werken.

Een huis in New York zou perfect passen, want een gesprek met Christiaan Triebert klinkt als een wereldreis. Sinds eind augustus verbleef hij al in Roemenië, Kirgizië, Kazachstan, Hongkong, Wit-Rusland, New York, Washington en San Francisco. Over vijf dagen vertrekt hij naar Georgië voor een conferentie over data-analyse, dan vliegt hij voor één dag terug naar Amsterdam in verband met de verdwenen vluchtelingkinderen, waarna Zuid-Afrika wacht, met een workshop over online-zoektechnieken inzake de bestrijding van illegale handel in wilde dieren. Dat klinkt exotisch, maar voor Triebert is het niets nieuws. Al op de middelbare school reisde hij met vrienden op de bonnefooi naar Oekraïne en Irak. Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen – internationale betrekkingen en politieke filosofie – onderbrak hij om te gaan liften naar Kaapstad. Toen hij in Londen studeerde, besloot hij de grauwe Engelse hemel te verruilen voor de zon van Kuala Lumpur. De universiteit was immers ook via internet bereikbaar. Daar, in de hoofdstad van Maleisië, beleefde Triebert zijn grote doorbraak. Ten tijde van de mislukte Turkse staatsgreep van juli 2016 stuitte hij online op WhatsApp-gesprekken van de leiders ervan. Hij gebruikte ze om een minutieuze reconstructie te schrijven van de coup. Het resulterende artikel levert hem niet alleen de belangstelling op van Bellingcat, maar ook een Europese persprijs. En, in Nederland, een optreden in De wereld draait door.

Ook vandaag zal Triebert weer aanschuiven bij Matthijs van Nieuwkerk. De redactie heeft lucht gekregen van zijn thuiskomst en wil hem graag aan tafel hebben, om te praten over zijn bezigheden voor The New York Times over de zaak-Khashoggi. Over anderhalf uur pikt een taxi hem op. Of hij voor die tijd nog even wil voldoen aan een aantal dringende verzoeken. ‘Vind je het goed dat ik dat nu even doe?’ vraagt Triebert. Het cliché van de nuchtere Fries is niet ver weg als je ziet met welke onverstoorbaarheid hij door zijn mailbox met de vele onderzoeksvragen is gegaan, snippers informatie heeft gelezen, door zijn Twitter-tijdlijn is gesneld waarin zijn bronnen geografisch staan geordend (‘Tunesië’, ‘Turkije’), en nu dus helpt om een televisie-uitzending vlot te laten verlopen. ‘De screenshots van de camera’s zijn klein. Kun je ze ook groter maken?’ leest Triebert voor. Hij houdt zijn iPhone bij zijn mond: ‘Nee helaas, dit is het grootste formaat dat er is.’ De dictafoonfunctie in WhatsApp schrijft zijn antwoord netjes uit. ‘Dit gaat veel sneller,’ licht hij toe. ‘Anders moet ik typen.’

Terwijl Triebert de vragenlijst afwerkt, valt ons op dat hij de webcam van zijn laptop heeft afgeplakt. ‘In verband met de veiligheid,’ legt hij uit, wanneer hij het laatste antwoord heeft gedicteerd. ‘Ik raad het iedereen aan, want die camera kan overgenomen worden. Verder gebruik ik altijd een VPN, een virtual private network, om contact te maken met internet.’ Andere veiligheidsmaatregelen past de online-onderzoeker niet toe. Hoewel hij met zijn werk voor Bellingcat en The New York Times potentieel gevaarlijke regimes als Rusland en Saoedi-Arabië tegen de haren in heeft gestreken, zegt hij niet bang te zijn. ‘Het Kremlin zal de drager van een Nederlands paspoort niet snel iets aandoen. Ik ben banger voor de mensen met wie ik samenwerk. Soms krijg ik wel bedreigingen, voornamelijk van aanhangers van de Turkse president Erdogan en van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman, maar daar zitten volgens mij geen overheden achter.’ Wel schrok hij toen twee jaar geleden de Russische internetgroep Fancy Bear probeerde om Bellingcat te hacken. Wijzend naar het stuk plakband op zijn webcam: ‘Dan neem je bepaalde maatregelen.’

Terug naar de casus van de verdwenen kinderen. Wat gaat hij doen? Triebert: ‘Het is een lastige zaak. Ik wil in elk geval de naam van de mensensmokkelaar hebben. Daar kan ik op zoeken. En ik ga kijken of ik die foto van de kinderen ergens anders op internet kan vinden.’ Een uur of drie, vier wil hij eraan besteden. Vindt hij een aantal aanwijzingen – een telefoonnummer, een foto van de gebruikte boot – dan gaat hij door. Over een week treft hij, zoals gezegd, de andere twee Bellingcat-leden in Amsterdam en kiezen ze de zaken uit met de meeste kans op succes. ‘Laten we hopen dat er iets uitkomt.’ Hoe groot is die kans eigenlijk, in deze discipline? Triebert zucht. ‘Negen van de tien keer levert een speurtocht niks op. Maar je kunt het altijd proberen. Dit werk, dat is zoeken naar een speld in een hooiberg. In duizenden hooibergen, eigenlijk.’

2Doc: idfa primeur Bellingcat – Truth in a post-truth world, dinsdag 20 november, NPO 2, 20:25 uur

Documentaire over Bellingcat waarin ook de Nederlandse Christiaan Triebert wordt gevolgd.

DocTalks, dinsdag 20 november, NPO 2 extra, 21:55 uur

Hans Pool, regisseur van Bellingcat – Truth in a post-truth world beantwoordt vragen.

Lees ook