Okja: Kindersprookje verandert in nachtmerrie

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Belangwekkende boodschap prevaleert boven voorspelbare vertelvorm.

De Mirando corporatie (een parodie op bedrijven als Monstanto) zal een einde maken aan hongersnood met het fokken van supervarkens. In een alternatief universum, in New York in 2007, presenteert Lucy Mirando (Tilda Swinton met een beugel en een blonde pruik) dit ambitieuze plan aan de pers, op kinderlijke wijze opgeluisterd met speelse animaties van de dieren. Deze wezens verbruiken weinig voedsel, produceren nauwelijks mest, en leveren het nodige vlees op – dat naar verluidt ook nog eens heerlijk smaakt. 26 worden er verspreid over de hele wereld, in het kader van een soort marketingcampagne. Tien jaar later zullen ze – hopelijk volgevreten – worden geslacht.

Een van deze koddige dieren komt terecht bij de dan 4-jarige Mija (An Seo Hyun). Ze woont met haar grootvader op een idyllische heuvelrug in Zuid-Korea. Ver van de bewoonde wereld bouwt ze een band op met het onbeholpen monster genaamd Okja. Wat volgt is een typisch voorbeeld van antropomorfisme: menselijke kwaliteiten worden toegeschreven aan het varken, dat trouwens is gemodelleerd naar een zeekoe. Tien jaar later zijn Okja en Mija natuurlijk onafscheidelijk: heerlijk liggen ze lepeltje lepeltje in een bosrijke vallei. Later zien we een parodie op dat geestige filmpje op YouTube, van het nijlpaard dat met zijn staart zijn eigen stront rondslingert. Okja kan dat ook.

Het is evident dat deze eerste akte maar even duurt: er komt al snel een einde aan dit sprookje, als Mirando haar bezit, het supervarken, weer op komt eisen. De rest laat zich raden want de belangwekkende boodschap over het milieu prevaleert boven de nogal voorspelbare vertelvorm. Mija reist haar grote vriend achterna – Okja wordt gepresenteerd tijdens een vleesparade in Manhattan – en ontmoet tijdens deze queeste allerlei volwassenen met kwade bedoelingen. Zoals Dr. Johnny Wilcox (een manische rol van Jake Gyllenhaal) die vindt dat ‘wetenschappers ook leuk kunnen zijn’. En natuurlijk grootindustrieel Lucy Mirando en haar achterbakse adviseur Frank Dawson (Giancarlo Esposito). Dit zijn mensen die alles doen voor winstmaximalisatie.

Je kan je niet aan de indruk onttrekken dat filmregisseur Bong Joon-ho – die al eerder samenwerkte met Swinton in Snowpiercer (2013) – opnieuw opzichtig gekunstelde personages presenteert met sadistische trekjes, uitgedost in kleurrijke tenues. Zijn hyperwerkelijkheid, een soort misantropie, is werkelijkheid geworden met het presidentschap van Donald Trump. Sterker nog: wie Okja kritisch bekijkt, zal Swintons vertolking van een gewetenloze navelstaarder geloofwaardiger vinden, dan het tirannieke gedrag van Trump en consorten. Die gewaarwording is schrikbarend.

https://www.youtube.com/watch?v=AjCebKn4iic

Maar gelukkig heeft de jeugd de toekomst, zoals onomwonden wordt geproclameerd in de film. Kinderen zullen nooit zo’n grotesk slachtplan bedenken. De consumptie van vlees is naast het milieuvervuilende aspect natuurlijk ook op ethisch gebied een groot probleem. Dan valt bijvoorbeeld te denken aan de wanpraktijken in slachthuizen in België, die onlangs werden onthuld. Ook hier komen fictie en realiteit trouwens samen, wanneer dierenrechtenactivisten Mija te hulp schieten. Hoewel Bong Joon-ho het niet kan laten ook deze fundamentalisten enigszins te ridiculiseren: een van de dappere strijders van de ALF (Animal Liberation Front) is gestopt met eten omdat hij zijn ecologische voetafdruk wil minimaliseren – dus eigenlijk moeten we en masse stoppen met eten en sterven, zodat de aarde weer kan floreren.

Mija komt uiteindelijk met enkele van die beroepsidealisten terecht in een soort apocalyptisch slachtpark, waar Okja en haar lotgenoten lijdzaam wachten op hun dood. Hier wordt gebroken met de conventies van het kindersprookje en verandert het verhaal definitief in een nachtmerrie. Net zoals het leven in Amerika voor velen een nachtmerrie is. Want wie mogen het vieze, bloederige werk doen? Juist. Spaanstalige arbeiders. Maar dit alles is echt niet de schuld van het grootkapitaal, zo drukt Lucy Mirando ons op het hart. Zolang het goedkoop is, willen de mensen het eten.

Okja, vanaf 28 juni bij Netflix

Lees ook