Lichting 2016: de fictiefilms van de Nederlandse Film- en Televisieacademie

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De Nederlandse Film- en Televisieacademie heeft weer tientallen vakmensen afgeleverd, waaronder regisseurs van fictie. Hoe veelbelovend is hun werk? Voorspelling: let op Malu Janssen en Joren Molter!

De Nederlandse Film- en Televisieacademie heeft weer tientallen vakmensen afgeleverd, waaronder regisseurs van fictie. Hoe veelbelovend is hun werk? Voorspelling: let op Malu Janssen en Joren Molter!
 

Elk jaar is het weer een heugelijke dag: die waarop een nieuwe lichting studenten van de Nederlandse Film- en Televisieacademie zich presenteert met hun eindexamenwerk. Voor de studenten zelf, uiteraard. Maar ook voor het publiek: zullen er uitschieters tussen zitten? Nieuw talent waarvan we vermoeden nog veel te gaan horen in de toekomst? Films die een siddering in de zaal teweeg brengen?

Die siddering bleef dit jaar helaas achterwege, tenminste bij de fictiefilms. Wat betreft toon en inhoud zaten de films van de zes studenten fictie die dit jaar afstudeerden aan de veilige kant. Maar ja, misschien is ‘veilig’ wel een goede keuze als je in een kleine 25 minuten kunt laten zien wat je de afgelopen vier jaar hebt geleerd. En als het dan betekent dat er zes films staan waarop niet al teveel is aan te merken op gebied van techniek (camera, licht, geluid), die verhaaltechnisch (scenario) goed in elkaar zitten en waarin alle elementen (verhaal, techniek, acteerwerk) redelijk bij elkaar komen (regie) dan zou je kunnen concluderen dat de opleiding heeft gedaan waarvoor hij is bedoeld: hij heeft vakmensen afgeleverd die straks inzetbaar zijn in de Nederlandse film- en televisiewereld.

Maar als we dan ons geld inzetten op het regietalent van de toekomst, dan zou het zijn op Malu Janssen en Joren Molter. Janssen maakte met Eigen (Our Own) een evenwichtige film over een eeneiige tweeling die op een retraite gaat; Molter maakte met Greetings from Kropsdam een film over een zwart schaap in een gesloten gemeenschap. Voorafgaand aan de vertoningen, presenteren de studenten zich altijd even aan het publiek. Ondanks de lessen pitching die sinds een aantal jaren verplichte kost zijn op de filmacademie zijn die presentaties doorgaans geen toevoeging (onhandig, zenuwachtig, soms zelfs ronduit tenenkrommend). Ook Malu Janssen maakte in dat voorstelrondje niet echt reclame voor haar film (‘we hebben research gedaan naar eeneiige tweelingen’ en ‘we zijn een week op een retraite geweest’) maar het resultaat is verfijnder dan je op basis daarvan zou verwachten.

Bij het woord retraite ligt het woord komedie op de loer, want voor een buitenstaander kunnen mensen die op blote voeten als zombies door een ruimte lopen en die wordt opgeroepen ‘te voelen’ makkelijk op de lachspieren werken, maar de humor is in Eigen nergens van dik hout. Janssen richt zich in haar film op een eeneiige tweeling van begin twintig. Twee leuke Hollandse meiden die duidelijk plezier in het leven en met mekaar hebben. Maar de retraite doet toch iets met vooral een van de twee, die duidelijk toe is aan meer ruimte voor zichzelf. Dit tegen de zin van haar zus, die nog lang niet zover is. In de amper 25 minuten die de film duurt, wordt de verwijdering zeer voelbaar neergezet. De tweeling (Imke Smit en Jip Smit een echte identieke tweeling) acteren bijzonder goed. Ook Sylvia Poorta als de spiritueel leidster is uitstekend, net als de supporting cast (onder wie Cas Enkelaar).

Joren Molter is eveneens een regisseur om in de gaten te houden, vooral omdat hij blijk geeft voor een goed gevoel voor timing. Zijn Greetings from Kropsdam (titel had wat pakkender gekund) gaat over een gesloten Groningse boerengemeenschap waar van de een op de andere dag een schisma ontstaat omdat een energiebedrijf er windmolens wil gaan plaatsen. Op een informatiavond (een buitengewoon droogkomische scène) waagt een dorpsbewoner, een alleenstaande man die op zich goed geïntegreerd is in de gemeenschap een stuk taart te eten, waarop het dorp hem als de zondebok aanwijst voor alle onvrede die er heerst. Er ontstaat een hetze à la Thomas Vinterbergs Jagten, die in stijl en aankleding weer doen denken aan het oeuvre van Alex van Warmerdam. Hoewel Molter de lichtvoetige toon niet tot het eind weet vol te houden, slaagt hij er wel in het benauwende gevoel van een gesloten dorpsgemeenschap voelbaar te maken.

Wat betreft de overige vier films: het is altijd leuk als een aanstormende regisseur met zijn eindexamenfilm het landschap van de genrefilm exploreert, zoals Sander van Dijk doet in Dark Machine, een film die refereert aan neo-noir films als L.A. Confidential, maar ook rustig scènes leent uit David Lynch films (Blue Velvet) en goed heeft gekeken naar het lichtplan van The Shining. Meer psychologisch drama is te vinden in Grijs is ook een kleur (Marit Weerheijm) waarin we door de ogen van een tienermeisje zien hoe de aanstaande zelfmoord van de oudste zoon een gezin ontwricht. Het is kundig gedaan, maar de benadering is nog een beetje schools. Wat hoogdravender is Clan (Stefanie Kolk, die ook het scenario schreef) dat ook al gaat over een vreemde in een gesloten gemeenschap, namelijk over een jonge vrouw die opduikt in een groep mensen die ‘iets’ doen op het land. De film heeft een hoog as if-gehalte en wekt daardoor irritatie op, ook al is er weinig aan te merken op het (strakke) camerawerk en de vormgeving.

Nog wat kinderlijk is Op Zuid van David Eilander, over een jongen (Chris Peters - die Tonio speelt in de verfilming van het gelijknamige boek van AF.Th. van der Heijden – het is te hopen dat hij dat beter doet) die dwalend door nachtelijk Rotterdam stuit op zijn Marokkaanse jeugdvriend die op gevangenisverlof is. Eilander (zoon van scenarioschrijver Jan Eilander en regisseur Mijke de Jong) mist vooralsnog de subtiele hand die zijn vader en moeder tonen in hun werk.

Gelukkig ben je na school nog lang niet klaar.

Lees ook