Radu Ion

Nederlander in Hollywood: Radu Ion (Inhumans, Michiel de Ruyter)

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Radu Ion (42 jaar geleden geboren in Amsterdam) werd in januari werd hij aan boord gehaald als editor voor de nieuwe Marvelserie Inhumans. Het werd de langverwachte sprong voorwaarts na zeventien jaar Hollywood – en werk in ons land. ‘Toen ik terugkwam naar Nederland viel de nijd me tegen. Er was een soort jaloezie, argwaan.’

Radu Ion (42 jaar geleden geboren in Amsterdam) werd in januari aan boord gehaald als editor voor de nieuwe Marvelserie Inhumans. Het werd de langverwachte sprong voorwaarts na zeventien jaar Hollywood – en werk in ons land. ‘Toen ik terugkwam naar Nederland viel de nijd me tegen. Er was een soort jaloezie, argwaan.’

Hij noemt zichzelf veramerikaniseerd, maar helemaal los van zijn voormalige thuisland is de Nederlandse Radu Ion niet. In Hollywood spreekt de editor geregeld met andere Nederlandse expats, zoals stuntcoördinator Dicky Beer, VFX-artiest Koen Vroeijenstijn, en regisseur Roel Reiné. ‘Vroeger was het vaak pokeravond op vrijdag, bij Roel thuis. Dan gingen we met een stelletje Hollanders pannenkoeken eten en pokeren. We zijn nu allemaal steeds drukker geworden omdat we nu nog meer werk hebben.’

Dit jaar maakt Radu’s carrière namelijk een langverwachte sprong: in januari werd hij aan boord gehaald als editor voor de nieuwe Marvelserie Inhumans. De serie wordt geregisseerd door goede vriend Reiné. ‘Het is Hollywood, dus je kan nooit te snel gaan juichen, maar eigenlijk heb ik nu mijn big break. Het is een heel grote tv-serie, de eerste dubbelaflevering wordt gedraaid voor 22 miljoen dollar, wat ook in Hollywood gigantisch veel geld is. Dus het is een big deal en ik heb heel veel geluk dat ik daaraan mee mag doen. Tegelijkertijd heb ik ook het gevoel dat ik al die jaren hard heb gewerkt om hier te komen.’

https://www.youtube.com/watch?v=1sYF1SXcWqQ

In augustus woont Radu zeventien jaar in Hollywood, waarvan hij zo’n veertien jaar aan het werk is. ‘Als ik onafhankelijk rijk was geweest had ik het ook gratis gedaan. Ik heb heel veel vrienden die werken om te overleven. Voor mij is het een passie, een karaktereigenschap, part of my existence.’ De 42-jarige getogen Amsterdammer geniet van het onbereikbare plafond in Los Angeles. ‘Ik word nooit Steven Spielberg, ik word nooit George Lucas. Eigenlijk vind ik het prettig om te weten dat het leerproces oneindig is.’ Wat Radu betreft komen succesvolle Nederlanders professionals niet altijd naar the States met de juiste mentaliteit. ‘Ze denken dat ze hun Nederlandse faam kunnen overdragen naar LA. Maar no one gives a shit. Je moet jezelf compleet opnieuw bewijzen. Je moet aanwezig zijn, continu. Als je op zaterdag wordt gebeld, dan neem je je telefoon op. In Nederland gaan ze om zes uur naar huis. Dat kan hier gewoon niet. Mensen staan in de rij om mijn baan in te nemen.’

Als buitenlander is het lastig om in de VS in de creatieve sector te werken. Na zijn studie in LA belandt Radu toevallig in de trailerwereld, wat hem een visum oplevert. ‘Ik heb de eerste vier jaar van mijn carrière met trailers doorgebracht. Het was hartstikke leuk en cool, maar na een paar jaar begon ik mezelf de vraag te stellen: wil ik de rest van mijn leven trailers maken?’ In 2006 maakt hij samen met Reiné de stap naar speelfilms. ‘Ik heb een stap opzij gezet door voor veel minder geld als freelancer speelfilms te monteren. Ik heb twee of drie films gedaan voor weinig geld en daarna begon het een beetje te lopen.’ Toen de economie instortte in 2008 sloeg de twijfel over zijn keuze toe, maar in Nederland floreerde zijn trailercarrière. ‘Mijn eerste Nederlandse trailer was voor Zwartboek. Het begon bekend te worden in Nederland dat ik gespecialiseerd was in filmtrailers. Het was een vak dat in Nederland bijna niet beoefend werd; vaak was het de assistent-editor of speelfilm editor die nog even een trailer in elkaar plakte. Dat kon je eraan afzien. Ik begon naast mijn speelfilmcarrière af en toe trailers te maken in Nederland. Tussen 2010 en 2012 heb ik ongeveer de helft van alle Nederlandse filmtrailers gemaakt.’

https://www.youtube.com/watch?v=RJhNQn9dtbo

De samenwerking verloopt niet vlekkeloos, en na verloop van tijd ontstaat er wrijving. ‘Ik had af en toe problemen met Nederlandse marketingmensen die bepaalde zaken niet vertrouwden of soms niet precies wisten waar ze het over hadden. Ze willen Hollywood maar niet té Hollywood. Ik heb nu toch al veel ervaring opgebouwd en daardoor ben ik ook zelfverzekerd in mijn vak, er moet wederzijds respect zijn. Op het moment dat ik notes terugkrijg die de trailer slechter maken, ga ik daar tegenin. Ik ben niet het mannetje dat alleen maar op knopjes drukt en overal ja en amen op zegt, ik ben er om een Nederlandse campagne te helpen. Ik overleef hier niet in LA omdat ik een oetlul ben. Ik wil de reputatie die ik heb opgebouwd hooghouden. Zeker als je in Hollywood bezig bent, kan dat soms snel verkeerd vallen in Nederland.’

Radu besluit een stapje terug te doen, en werkt slechts sporadisch aan Nederlandse filmtrailers. Vooral omdat al zijn aandacht inmiddels gericht is op zijn speelfilmcarrière, waar hij hard voor heeft gevochten. ‘Ik ben begonnen met kleine, verrotte, low-budget speelfilms waar nog nooit iemand van gehoord heeft. Roel en ik wilden gewoon wat doen. We houden van het vak. Ik kwam net van trailers af, en hoe ga je van een trailer van twee minuten naar een film van negentig minuten? Die paar jaar waren een interessante fase waar ik veel van leerde. Hoe neem je de tijd en ga je om met karakters, het verhaal vertellen, met tempo, ritme, muziek en geluid? Dat vond ik fascinerend. Het is voor mij heel belangrijk om een ritme en gevoel neer te zetten waardoor de kijker op het puntje van zijn stoel zit, en niet enkel zijn popcorn opvreet en denkt: dat heb ik wel vaker gezien.’

Na een paar jaar volgen iets grotere films. ‘In Hollywood leer je dat het niet zo snel gaat. Je moet keihard werken en er is veel competitie. Het gaat erom dat je een lange adem hebt en continu blijft doorleren.’ Zijn geduld wordt beloond; in 2010 krijgt Radu zijn eerste grote studiospeelfilm in opdracht van Universal, een van de zes grote studio’s. ‘Het is toevallig dat ik als speelfilmeditor terugkwam bij de studio die ik verliet als trailereditor.’ Radu noemt de film, Death Race 2, met een budget van zes miljoen dollar nog steeds een low-budget. ‘In Hollywood is zes miljoen lunchgeld. Voor mij was het een big deal omdat het binnen het studiosysteem gebeurde. Ik was er trots op, puur omdat het mijn eerste studiofilm was. Het was heel spannend en keihard werken; ik werkte ook in het weekend en dan gratis, omdat ik graag iets goeds wilde neerzetten.’

Maar waar hij echt op mikte, was de sprong van low-budget naar big budget. ‘Wat betreft het actiegenre bestaat er bijna geen middenmoot meer. Of je maakt iets low-budget, óf je maakt iets voor veertig miljoen en daarboven.’ In 2014 besluiten Radu en Reiné een zijstap te maken met een speelfilm in Nederland: Michiel de Ruyter. ‘Dat was mijn eerste Nederlandse speelfilm. Het was interessant om iets buiten Hollywood te doen, iets dat geen sequel of straight-to-DVD-film was. Michiel de Ruyter vind ik een van mijn best gemonteerde films, daar heb ik twintig weken aan gezeten.’

https://www.youtube.com/watch?v=ODLifRNDaaw

Radu’s terugkeer naar Nederland ging gepaard met gemengde gevoelens. ‘Ik vond het heel spannend om terug te komen, het was een heel grote film. In Nederland merkte ik dat er nog een oude garde is die een behoorlijke vinger in de pap heeft wat betreft film en televisie. Daar zitten een paar goede mensen bij, maar er is ook een deel dat nog te veel vastklampt aan het kunstige film maken. Film is een kunstvorm, maar het kan niet alleen maar een kunstvorm zijn. Ik denk dat we als filmmakers moeten begrijpen dat de variëteit moet heersen.’ Meer dan festivalfilms en drama’s dus; ook commerciële films moeten kunnen, vindt Radu. ‘Michiel de Ruyter was een onHollandse Nederlandse film. Roel en ik probeerden een middenweg te vinden; we maken geen Independence Day maar we willen ook geen Flodder maken. Hoe kunnen we weer iets nieuws neerzetten in Nederland? Dat was voor ons heel interessant.’

Het project valt niet bij iedereen in goede aarde, merkt Radu. ‘Toen ik terugkwam naar Nederland viel de nijd me tegen. Er was een soort jaloezie, argwaan. Toch een beetje van: ‘Kom jij ons uit Hollywood vertellen hoe het moet? Denk je nu dat je een Hollandse film op de Hollywoodmanier kan maken?’ Toen de Gouden Kalveren uitkwamen, werd Michiel overgeslagen.’ Jammer, vindt Radu, want competitie is niet slecht. ‘Ik werk graag met mensen die even goed of beter zijn dan ik, zodat ik ervan kan leren. Dat Hollandse ‘kop boven het korenveld, doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ is niet wat de industrie voort doet stuwen.’

Toch ligt hij er niet wakker van. ‘Het is een kwestie van smaak. Maar het was wel iets anders. Je kan niet zeggen dat het geen goed gemaakte film was.’ Zelf zou Radu niet meer permanent in Nederland willen werken; daarvoor is hij te veramerikaniseerd. ‘In Amerika overdrijft men af en toe, van ‘Oh my God, that’s awesome, you’re a rockstar!’ Nederlanders denken: wat nep, geslijm, gelul. Maar je wordt gemotiveerd en gestimuleerd door die mensen om je heen. Ik denk zelf dat ik nooit de editor geweest zou zijn die ik nu ben als ik in Nederland was gebleven.’ Hoop voor de toekomst heeft hij echter wel: ‘De groep die ik de YouTube-generatie noem, is niet vies van wat commercie. Hopelijk kan het een weg vinden in de Nederlandse filmindustrie, waardoor we samen met de oude garde de boventoon kunnen delen.’

Michiel de Ruyter heeft het goed gedaan in Nederland, maar vooral in het buitenland. ‘Omdat je met serieuze films bezig bent, gaat men anders naar je carrière kijken. Roel kreeg de regie van Black Sails, een grote serie hier in Amerika. Hij viel op, en eind vorig jaar kreeg hij de klus een pilot te regisseren voor Inhumans.’ De serie heeft een technologische primeur; de seizoenspremière wordt gedraaid op IMAX-camera’s en in de bioscoop vertoond.

https://vimeo.com/157796175

Radu is enthousiast over deze volgende stap en de kans om zich verder te ontwikkelen. ‘Als je niet flexibel bent, dan breek je. Ik weet wat ik goed kan, dat is mijn basis, maar daarnaast moet je bereid zijn te veranderen. Change is progress.’ Hij is blij dat zijn harde werken zijn vruchten begint af te werpen. ‘Ik ga van wat kleine studiofilms opeens naar een heel grote tv-serie. Dat is een grote sprong, maar heel spannend en het gaat heel goed. Ik hoop dat ik hierna verder kan doorbreken in televisie en film en we steeds grotere dingen kunnen gaan doen. Maar eerst zijn Roel en ik in september terug in Nederland voor onze tweede Nederlandse film, Redbad. Dan kom ik voor drie maanden naar Nederland en begin ik daar met monteren. Als we klaar zijn met draaien gaan we terug naar LA om de film verder te monteren en alles af te maken, geluid, muziek en de hele zooi. Maar eerst nog even deze tv-serie afmaken.’

Radu Ion staat in Nederland bekend om zijn werk aan trailers voor onder meer Zwartboek, Komt een vrouw bij de dokter en Nova Zembla, maar houdt zich de laatste tien jaar vooral bezig met speelfilms, waaronder Forget Me Not, Death Race 2 en Michiel de Ruyter.

Michiel de Ruyter is te streamen via Pathé Thuis