Mudbound: Pijnlijke proloog van de naoorlogse slavernij

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De verwerpelijke kreten gaan je niet in de koude kleren zitten.

Het is 1941. In een kerk zonder dak, middenin het drassige deltagebied in de Amerikaanse staat Mississippi, zingt een gekleurd gezelschap de gospelklassieker One Morning Soon. De mannen, vrouwen en kinderen die het land bewerken, zuchten onder het juk van de witte landeigenaren: de bezongen in het verschiet liggende ochtend zal soelaas bieden. De redding is nabij, zo maakt voorganger Hap Jackson (Rob Morgan) via het lied bekend aan zijn lotgenoten. Die vastberadenheid is noodzakelijk in het zuiden van de Verenigde Staten, waar racisme welig tiert, en waar men is veroordeeld tot de modder, op ‘het land dat nooit hun eigendom zou zijn’, waar ze ‘zullen sterven in de bruine substantie’.

De verlossing komt – hoe ironisch ook – in de vorm van de Tweede Wereldoorlog. Hap Jacksons zoon Ronsel Jackson (vertolkt door imponerend acteertalent Jason Mitchell) meldt zich aan en belandt als sergeant bij een tankbrigade, die onder generaal Patton successen boekt in Duitsland, waar Ronsel ook een buitenechtelijke affaire begint met een witte vrouw. Dat is een unicum: voor mannen van kleur zijn witte vrouwen verboden gebied. En ze krijgen toch zeker geen peperdure tank toebedeeld, aldus de haatdragende bejaarde Pappy McAllan (Jonathan Banks). Bij terugkomst na vier jaar hevige strijd kan Ronsel derhalve niet rekenen op een warm onthaal in de modder.

Ronsels familie is in de tussentijd het land gaan bewerken voor Henry McAllan (Jason Clarke), zijn vrouw Laura (Carey Mulligan), hun twee dochters en Henry’s racistische vader Pappy. Henry’s broer Jamie (Garrett Hedlund) komt ongeveer tegelijkertijd met Ronsel terug uit Europa, waar hij heeft gevlogen in B-52 bommenwerpers. De veteraan is getraumatiseerd, drinkt hevig en vindt in zijn krijgsmaat een fijne gesprekspartner. Ook dat is natuurlijk uit den boze: verbroedering tussen een gekleurde en een witte man is in Mississippi, het domein van de Klu Klux Klan, een evidente halszaak.

Niettemin fungeert de Tweede Wereldoorlog als een emancipatoire snelkookpan. Gekleurde en witte soldaten streden voor een gezamenlijk belang, al was het maar voor even. En hoewel ze in aparte eenheden vochten, zagen ze elkaars heldhaftigheid op het strijdtoneel. Dat bij terugkomst vooral lieden als Ronsel uiterst teleurgesteld waren, is een logisch gevolg. Het ontbeerde aan respect voor gekleurde veteranen. Dus zien we in Mudbound de gesegregeerde parallelle samenlevingen die de laatste tijd in films als Loving (2016) en 12 Years a Slave (2013) ook zijn belicht, met onder meer een schrijnende discussie over hoe gekleurde mensen de kruidenier via hun eigen achteringang moeten betreden.

Regisseur Dee Rees, wier formidabele Pariah (2011) ook de moeite waard is, toont in deze romanverfilming, gebaseerde op Hillary Jordans gelijknamige boek uit 2008, hoe de slavernij doorwerkte tot na de Tweede Wereldoorlog. En eigenlijk tot in het heden. De blik van nu is alom aanwezig in frases als: ‘We zijn niet hun bezit.’ Of wanneer Laura de matriarch van de Jacksonfamilie Florence (een zeer indrukwekkende Mary J. Blige) een baan aanbiedt als kinderoppas met de belerende opmerking: ‘Ik heb goed nieuws voor je.’ Zo werpen witte mensen zich ongevraagd op als weldoeners.

Het witte acteursensemble bestaande uit Carey Mulligan, Jason Clarke, Jonathan Banks en Garrett Hedlun, speelt die diepgewortelde superioriteitsgevoelens met verve. Vooral de bijzonder verwerpelijke kreten en bespiegelingen van Pappy (Banks) gaan je niet in de koude kleren zitten, evenals de broeierige sfeer aan de rand van de wereld, waar mislukte oogsten door hevige regenval kunnen leiden tot gewelddadige vetes. Dan begrijp je – ondanks het bijkans melodramatische karakter van de film – ook dat dit de plek is waar de roemruchte Mississippi Blues vandaan komt: waar zitten op de veranda na een dag overleven in de blubber een gebruik is dat door rijk en arm, wit en gekleurd, wordt gepraktiseerd.

Die overpeinzingen op de veranda doen denken aan een modderige variant op de iconische foto van Dorothea Lange getiteld de ‘Migrantenmoeder’ genomen in 1936, met een moeder en twee kinderen die zijn gevlucht uit de dust bowl in Oklahoma. Terwijl ze buiten hun tent zitten, kijkt de oververmoeide moeder net langs de camera. Ze zijn voor even ontkomen aan de misère net zoals hun gekleurde landgenoten, voormalige slaven, hun heil zouden zoeken als fabrieksarbeiders in steden als Detroit en Baltimore. Maar ook dat verhaal kennen we: industrieën gingen plat en wijdverbreide drugshandel kwam in de plaats. Daarmee is Mudbound ook een pijnlijke proloog van de naoorlogse slavernij.

Mudbound, 17 november bij Netflix

Lees ook