Mr. Robot: Fictieve vrouwelijke hackers in popcultuur

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hollywoods portrettering van de hackercultuur heeft zijn weerslag op de diversiteit in de tech-industrie.

Hollywoods portrettering van de hackercultuur heeft zijn weerslag op de diversiteit in de tech-industrie.
 

Zoek op Google Afbeeldingen naar ‘hackers’ en je krijgt slechts één set van beelden: een onopvallend mannelijk figuur, gekleed in een hoodie achter een laptop, de donkere achtergrond gevuld met enen en nullen. Het onuitwisbare mediabeeld van een hacker is een jonge, teruggetrokken, witte man. De cybersecurity sector is een door mannen gedomineerd veld – zoals de meeste STEM-industrieën – maar uit Amerikaans onderzoek blijkt dat bijna een kwart van de criminele hackers vrouwen zijn. Waar blijven de vrouwelijke hackers in films en series?

Het heersende beeld is opmerkelijk, aangezien vrouwen het pionierswerk hebben verricht voor onze moderne technologie, maar hun prestaties worden over het hoofd gezien. Of het nu gaat om Ada Lovelace die in de achttiende eeuw baanbrekend wiskundig werk verrichtte en het eerste computerprogramma ontwikkelde, het ENIAC-project tijdens de Tweede Wereldoorlog waar vrouwelijke wiskundigen werkten aan de eerste elektronische computer, tot de vrouwen uit het originele Apple MacIntosh team. In de late jaren zeventig kreeg informatica een mannelijk imago dat gedeeltelijk kan worden herleid naar de populariteit van Steve Jobs en Bill Gates. Het beeld werd tevens versterkt door de fictieve slimme computerjongen(s) in films zoals War Games (1983) en Weird Science (1985).

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

De Hollywoodpersonages hebben de stereotypen binnen de tech-industrie alleen maar versterkt. Klassieke voorbeelden: Boris Grishenko, de evil Russische hacker in Goldeneye; Dennis T Nedry, de dikke, zwetende computerprogrammeur uit Jurassic Park en meer recent Elliot Alderson uit Mr. Robot, een sensitieve programmeur die betrokken raakt bij het anarchistische hackerscollectief fsociety. Net als de fictieve mannelijke hackers worden vrouwelijke hackers vaak afgeschilderd als verlegen, introvert en hebben ze moeite om contact te maken met anderen. Denk bijvoorbeeld aan de stoïcijnse Trinity in The Matrix, Angela in The Net, Libby in Hackers en Lisbeth Salander in The Girl With The Dragon Tattoo.

Wanneer vrouwelijke hackers opduiken in tv-series worden ze vaak neergezet als de geheime computer whizzkid waarvan niemand vermoed dat ze handig is met computers. Dit weerspiegelt de stereotypen over wie wel en wie niet bedreven is met technologie. Denk hierbij aan Willow Rosenberg in Buffy The Vampire Slayer, junior detective Cindy Mackenzie in Veronica Mars, technisch analist Penelope Garcia in Criminal Minds en de nerdy Felicity Smoak in Arrow.

In de tweede aflevering in het eerste seizoen van Mr. Robot is er een tekenend gesprek tussen de hacker Elliot en de mysterieuze leider van het fictieve hackerscollectief fsociety, Mr. Robot. fsociety-lid Darlene – een slimme, sarcastische en idealistische hacker – was net boos weggelopen nadat ze eerst in Elliot’s appartement had ingebroken. ‘Wat is haar probleem?’ vraagt Elliot. ‘Ah, ze is een gecompliceerde vrouw. De meeste malware programmeurs zijn zo, heb ik gelijk?’, antwoordt Mr. Robot. Eerder kon Elliot al zijn verbazing niet onderdrukken wanneer Darlene onthult dat zij het malware-programma had geschreven dat de datacenters van zijn werk had aangevallen. Het imagoprobleem van de tech-industrie wordt zo subtiel aangestipt.

De Duitse wetenschapper Timo Gnambs heeft in zijn onderzoek de hacker stereotypen ontkracht. Gnambs onderzocht negentien eerdere studies over ruimschoots 1700 mensen om correlaties tussen het type persoonlijkheid en programmering talent te onderzoeken. Gnambs vond een sterke associatie tussen introversie en programmeringvaardigheden. Maar in tegenstelling tot de clichés vond hij een nog sterkere correlatie met 'openheid' – de mate van creativiteit en intellectuele nieuwsgierigheid van een persoon. Hij merkt ook op dat er geen verband bestaat tussen altruïsme en neuroticisme van een persoon en hun vaardigheden als een hacker ... ‘het weerlegt het vermoeide stereotype van de sociaal onhandig programmerende geek.’ Desondanks blijft Hollywoods vertolking van hackers verouderd en misleidend.

De fictieve vertolking van hackers heeft nog een andere tekortkoming: de beperkte vertegenwoordiging van gekleurde vrouwen in de tech-industrie. Op enkele uitzonderingen na (Megan Ramsey in Furious 7) is het groepje vrouwelijke hackers in popcultuur wit. De media sturen daarmee de (in)directe boodschap dat gekleurde vrouwen niet bekwaam genoeg zijn als hackers. De stereotiepe denkbeelden en de media dragen bij dat bèta nog steeds wordt gezien als een mannending. Dat komt overeen met het lage percentage van (gekleurde) vrouwelijke programmeurs in de tech-industrie: als je geen voorbeeld hebt van iemand die er zoals jij uitziet in een bepaald vakgebied dan ben je immers minder snel geneigd om zelf de sprong te maken.

Als een essentiële pijler van verandering spelen de media een belangrijke rol als het gaat om de viering, vertegenwoordiging of het wissen van (gekleurde) vrouwen in de tech-industrie. Het (fictieve) verhaal rond vrouwen in de technologie moet veranderen. Alleen goede schrijvers en een doordachte reframing van de genderdiversiteit in de tech-industrie kunnen misschien zorgen voor een gelijke vertegenwoordiging – zowel op het witte doek als in het echte leven.