Lady Macbeth: een bloedstollend en duister kostuumdrama met moderne trekken

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Jonge, rebelse vrouwen in ongelukkige huwelijken, die zagen we in de literatuur- en filmgeschiedenis al vaak.

Jonge, rebelse vrouwen in ongelukkige huwelijken, die zagen we in de literatuur- en filmgeschiedenis al vaak: Madame Bovary, Anna Karenina, Lady Chatterly. Vrijgevochten types die zich proberen te ontworstelen aan heersende conventies en mannelijke dominantie.

Ook Lady Macbeth, zoals beschreven door de Rus Nicolai Leskov in zijn klassieke novelle uit 1865 Lady Macbeth uit het district Mtsensk (dat op zijn beurt weer is gebaseerd op de vrouw van Macbeth, the evil spirit behind it all, in het beroemde toneelstuk van William Shakespeare) past in dat rijtje. Door haar vader verkocht, samen met een stuk land ‘nog niet goed genoeg voor een koe om op te grazen’, aan een rijke, onaangename mijntycoon die haar cadeau doet aan zijn al even sadistische (en impotente) zoon, is Katherine (Florence Pugh) geen vrouw om te benijden. In de schurende eerste scènes van de verfilming van regisseur William Oldroyd, zien we hoe ze aankomt in het grote, koude landhuis van haar kersverse man en hoe ze in de slaapkamer nog vol goede moed iets over zichzelf wil vertellen (‘Ik hou van de frisse lucht, ik hou ervan buiten te zijn’) maar haar door haar echtgenoot direct en dwingend te verstaan wordt gegeven dat dat voorgoed verleden tijd is. ‘Trek je nachtjapon uit. Ga met je gezicht naar de muur staan.’ Daar staat ze, in het schijnsel van een kaars. Mooi, jong, naakt, weerloos.

Meer nog dan haar voorkomen, valt in die eerste scènes haar stem op. Die is laag voor een vrouw, laag en krachtig. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. En dat blijkt ook wel, naarmate de film vordert.

Lady Macbeth is het filmdebuut van Oldroyd, die zijn sporen verdiende als theater- en operaregisseur. Hij had er ook voor kunnen kiezen, net als de Russische componist Sjostakovitsj, die Lady Macbeth in 1943 tot opera bewerkte (en er de toorn van de autoriteiten mee op de hals haalde) het materiaal tot een podiumuitvoering te maken. Maar zijn filmadaptatie is een goede zet – Oldroyd zet zich daarmee op de kaart als veelbelovend jonge regisseur. Want wat een indrukwekkend debuut levert hij af. Juist omdat het een klassieke kostuumfilm is, maar wel een die modern aanvoelt.
Oldroyd en scenariste Alice Birch, kozen ervoor het verhaal te situeren in Northumberland – het gebied in het noordoosten van Engeland, dat grenst aan Schotland, een in 1865 barbaars en ruig gebied. No country for women. Katherine is daar overgeleverd aan de grillen van haar man en schoonvader, die haar tot het bot vernederen. Veel heeft ze ook te stellen met de bedienden. Van haar zwarte meid (Naomi Ackie) lijkt ze weinig te kunnen verwachten. Hoewel deze soms een vriendelijke zorgzaamheid aan de dag legt, trekt ze een volgend moment zo hard en bijna sadistisch de koorden van het korset van Katherine aan, dat het lijkt of ze haar wil stikken.

Katherine lijkt het aanvankelijk bijna flegmatisch te doorstaan. Maar dat is schijn, want als de kat van huis is (omdat er problemen in de mijn zijn, moeten de mannen erheen – in dagen van paard en wagen nog geen sinecure) dansen de muizen op tafel. Haar man is nog niet weg, of Katherine begint een affaire met stalknecht Sebastian (Cosmo Jarvis). Het is een affaire die de sluimerend passie in Katherine doet oplaaien, en ook haar minder mooie kanten aanboort: jaloezie, bezitsdrang, autoriteit en haar hang naar macht. ‘I’d rather stop you breathing that have you doubt how I feel’, zegt ze tegen Sebastian, die nog geen idee heeft waartoe ze in staat is. Katherine is rücksichtslos en bang voor niets en niemand. Als haar schoonvader terug is en al snel doorheeft wat er aan de hand is, vergiftigt ze hem. Als haar man midden in de nacht terugkomt, vermoordt ze hem en als blijkt dat hij een zoon heeft verwekt bij een zwarte vrouw is ook deze jongen, een lief, slim kind van een jaar of vijf, zijn leven niet meer zeker.

De ontwikkeling van het karakter van Katherine is een van de fascinerendste elementen in de film en de 21-jarige Florence Pugh speelt het fenomenaal. Waar je aanvankelijk sympathie voelt en mededogen, raak je dat naarmate de film zich ontvouwt en je haar werkelijke aard ziet, steeds verder kwijt. Terwijl je toch steeds in het oog blijft houden dat ze niet anders kan, dat de omstandigheden haar dwingen om de keuzes te maken die ze maakt en te handelen hoe ze handelt.

Fraai is tevens de manier waarop Oldroyd en zijn cameraman Ari Wegner het verhaal in beeld hebben gebracht, waarbij de interieurs bijna geometrisch zijn, alsof je kijkt naar schilderijen van oude meesters, terwijl de exterieurs van het ruige platteland, de vrijheid symboliseren waarin Katherine soms adem kan halen, terwijl je de wind en de regen bijna kunt voelen, zo tastbaar is het in beeld gebracht. Diezelfde losse camaravoering gebruikten ze om de seksscènes in beeld te brengen – daar is niets kostuumerigs of stijfs aan.
Interessant – en in verschillende kritische beschrijvingen van de film al uitgelicht – is de keuze om bijna alle bijrollen door zwarte of gekleurde acteurs te laten spelen: niet alleen Anna, Katherine’s, zwarte meid, ook Sebastian is gekleurd, en de bastaard zoon en diens oma zijn zwart. Het is een interessant gegeven, want in de geschiedenis van Engeland speelde ras een belangrijke rol, maar in de zo gelauwerde Britse kostuumfilms is daar doorgaans weinig van te zien.

Lady Macbeth is enigszins te vergelijken met de verfilming van Wuthering Heights van Andrea Arnold uit 2011, waarin Cathy’s object van begeerte Heathcliff ook door een zwarte acteur werd gespeeld en de ruige natuur een belangrijke rol heeft. Maar de film van Oldroyd is beduidend duisterder en bloedstollender.

Lees ook