La casa de papel

La casa de papel S01: Het melodrama prevaleert

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Spaanse Netflixserie over een overval van het Spaanse Fort Knox is vrouwonvriendelijk en achterhaald.

Tijd is geld. Die uitdrukking komt letterlijk tot uiting in La casa de papel (de Engelse titel is Heist), waarin een groep overvallers gedurende 11 dagen in de Koninklijke Munt – de Fort Knox van Spanje - 2,4 miljard euro aan bankbiljetten besluit te gaan drukken. En dat terwijl ze in de onneembare vesting ruim zestig medewerkers en kostschoolkinderen gijzelen. De gebeurtenissen binnen de betonnen muren worden bezien vanuit het perspectief van beroepscrimineel Tokio (Úrsula Corberó); de rol van (cynische) gijzelingsonderhandelaar is toebedeeld aan actrice Itziar Ituño. De mannelijke personages, zo kun je zonder blik of blozen stellen, zijn lafhartige varkens.

Berlin (acteur Pedro Alonso) spant de kroon: hij is een vrouwenhater pur sang, en deelt zijn diepgewortelde afkeer met de kijker. Hij heeft het over het ‘bevruchten van vrouwen’ en het ‘graaien in een slipje’. Hebben we hier te maken met een perverse boerenroman? Gelukkig is er Corberó die in haar niets verhullende voice-over de dertien afleveringen op nogal irritante wijze aan elkaar praat. Zo komen we te weten dat de groep overvallers vijf maanden lang heeft getraind; en dat het gezelschap tijdens de overval van buitenaf wordt geleid door een mysterieus figuur genaamd de Professor (Álvaro Morte). Deze wijze man heeft het ingenieuze – en volstrekt ongeloofwaardige – plan bedacht.

Na een verblijf van anderhalve week kan de groep ondanks de omsingeling zonder problemen ontsnappen, zo lijkt de opzet. Dat is een moedige en onhaalbare invalshoek voor ruim tien uur televisie, zo kan je al na de eerste aflevering concluderen. Hoe kan je een vrachtwagen – die op weg is naar de Koninklijke Munt, en wordt beveiligd door twee politieauto’s – zomaar annexeren? Ook banale zaken worden niet beantwoord, zoals: moeten de gijzelaars en de gijzelnemers niet naar het toilet? En levert dat geen problemen op? En waarom resideren de autoriteiten, die het gebouw omsingelen, in tenten? Is dat niet ontzaglijk gevaarlijk? Hebben ze in Spanje geen mobiele units?

Showrunner Álex Pina en zijn schrijvers voelen schijnbaar niet de behoefte om een billijk scenario te presenteren: in La casa de papel prevaleert het melodrama boven de logica. De Koninklijke Munt verwordt tot een soort snelkookpan waarbinnen relaties ontstaan. Er wordt gediscussieerd over abortus – een gijzelaar wil een abortuspil en enkele mannelijke overvallers vinden dat onverstandig. En dan is er nog het Lolita-typetje, gespeeld door María Pedraza: zij – uitgedost in kousen en een kort rokje - is de dochter van de Britse ambassadeur, en wordt het lammetje genoemd. Een lokmiddel voor de professor, en net als Tokio niets meer dan een lustobject voor de camera. 

Dan rijst de vraag waarom je in deze historische tijd, vol belangwekkende gebeurtenissen, zo’n vrouwonvriendelijk en achterhaalde serie maakt. Fort Knox werd bovendien al lang en breed behandeld in James Bond nummer 3 (Goldfinger, 1965). Ergo: de winst valt nu te behalen in de cryptocurrencies. Bitcoins en aanverwante digitale valuta. Dáár moet je je als televisiemaker op richten. De Bonnie’s en Clydes van deze wereld zijn hackers – daar heeft het overval team in La casa de papel er maar een van – en geen kleinzerige bandieten.

La casa de papel S1, vanaf 20 december 2017 op Netflix

Lees ook