Koop jij producten bij Action en Flying Tiger?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hoe lang kunnen we nog doorgaan met het consumeren van goedkope wegwerpproducten van Action en Flying Tiger?

Hoe lang kunnen we nog doorgaan met het consumeren van goedkope wegwerpproducten van Action en Flying Tiger? Roland Duong maakte er een documentaire over.

Consternatie op de ochtend van dit gesprek bij Roland Duong, samen met Marijn Franke maker van het drieluik De prijsvechter. Tijdschrift LINDA. had in haar januarinummer een stukje gewijd aan de nieuwe serie met als punchline dat ‘Duong en Franke Action aan gaan pakken met een serie over slechte arbeidsomstandigheden’. Duong: ‘Er staat echt onzin in het stukje. Volgens mij hebben ze het persbericht niet eens gelezen. Met alle gevolgen alle berichten van dien: Action hing gelijk aan de lijn met “wat maak je ons nou”. Niet dat ik wat aan hen verschuldigd ben, maar de serie gaat beslist niet over de slechte arbeidsvoorwaarden in China.’

Waar gaat hij wel over?
Over heel veel, en zeker hebben we gekeken naar arbeidsomstandigheden in China, want daar wordt een groot gedeelte van de goedkope massaproducten geproduceerd die bij ons in winkels als Action en Flying Tiger liggen. Maar de serie gaat vooral over de mechanismen erachter: waarom zijn die spullen zo goedkoop, waarom is de verleiding voor ons om ze te kopen zo groot; waar leidt dit ongebreidelde consumentisme toe én: is er nog een weg terug.

Is het persoonlijk?
Het is ontstaan vanuit een persoonlijke vraagstelling en we komen er zelf in voor. We zijn nog aan het monteren en het is een behoorlijke klus omdat het zo veel componenten heeft. Er zit materiaal in van Marijn en mij, van onze kinderen en onze huishoudens. Niet voyeuristisch, maar als een soort ijkpunt hoe wij als consumenten omgaan met de overvloed aan goedkope spullen. We zijn in China geweest, bezoeken daar fabrieken, maar we gaan bijvoorbeeld ook langs bij de grootste fan van Action, een vrouw die een Facebooksite heeft met 200.000 volgers. Dat is dan weer meer een portret van een Nederlandse consument. En we praten met economen over de achtergronden van het consumentisme. Daar komen interessante dingen uit.

Zoals?
We hebben de econoom gesproken die eindelijk statisch heeft aangetoond dat de lonen van de middenklasse in het Westen sinds 25 jaar zijn gestagneerd. Sinds de high globalisation, die in 1990 begon, zijn de lonen in het Westen niet meer gestegen, mensen hebben dus minder te besteden: ze kiezen eenvoudigweg voor goedkope producten omdat ze geen geld hebben voor dure.

Is dat niet kort door de bocht?
Is het ook niet iets menselijks om spullen zo goedkoop mogelijk te willen hebben??Ten dele. Als je mensen beter betaalt, hebben ze meer spending power, dan gaat de koopkracht omhoog en zijn ze bereid kwalitatief betere spullen te kopen.
Anderzijds is het waar dat mensen heel sterk reageren op de prijs van spullen. Marijn heeft meegedaan aan hersenonderzoek dat wordt gebruikt voor marktonderzoek. Voordat fabrikanten iets op de markt brengen, kunnen ze exact, echt met een 100 procent score bepalen wat iets moet kosten. Ze laten proefpersonen dan kijken naar een object en laten daar een bepaalde prijs bij zien. Het is echt zo dat als de prijs te hoog is er pijngebieden in je hersenen aanflitsen. Op het moment dat het pijngebied dooft, weet je dat je de goede prijs te pakken hebt.

Maar zitten er niet veel meer componenten aan?
Kopen mensen ook geen spullen omdat ze, net als bij eten, troost zoeken of omdat ze ontevreden zijn, of teleurgesteld? Volgens deze wetenschappers niet.

Heb je het dan over massaproducten?
?Ik heb het over alle producten. Over de manier waarop wij tot kopen overgaan. Nog voor dat je tot kopen overgaat, kun je in je hersenen zien dat je iets wilt hebben. Zelfs nog voordat je bewust bent, hebben je hersenen de keuze al gemaakt. Met een 100 procent score. Je gaat het kopen of niet. Het is verontrustend dat er blijkbaar iets in ons is dat een onbewuste keuze maakt. Dus het is waar dat onze kooplust niet alleen te maken heeft met dat we minder zijn gaan verdienen, maar ook dat we zo graag in die prijsvechters rondlopen omdat we de pijn van de prijs niet voelen. Je wordt er blij van.

Nou, dat vind ik ook een wat boude stelling. Word je nu echt blij van al die goedkope spullen in die winkels?
Ik niet. Nee, als ik een joggingbroek zie liggen van 6 euro dan weet ik dat er zo is gedrukt in alle aspecten van de keten. Dat er mensen zijn onderbetaald, dat arbeidsvoorwaarden slecht zijn. Ik word daar niet blij van. Wat trouwens wel interessant is, en waarom ik ook zo sterk reageerde op het stukje in LINDA. is dat de arbeidsomstandigheden in China echt aan de beterende hand zijn. Echte uitbuiting tref je niet meer zo snel aan. De Chinese arbeider laat zich ook niet meer zomaar uitbuiten. Ik heb het dan over China. In landen als Bangladesh en Vietnam is het nog steeds slecht.

Maar even terug naar ons koopgedrag: we are consuming ourselves to death. Om maar iets te noemen, elk jaar gaan we voor St. Maarten weer naar Action voor nieuwe lampionstokjes: 99 cent voor vier stuks. Je zou ze ook kunnen bewaren.
Helemaal mee eens. We zijn van een consumentenmaatschappij in een wegwerpmaatschappij terechtgekomen en dat is zeker een van de effecten van de voordeelwinkels. Broeken die maar een bepaald aantal wassingen meegaan, of slechte kwaliteit plastic. Je kunt daar stellen dat de verantwoordelijkheid voor een groot deel bij de consument ligt. Je kunt zakenmensen niet kwalijk nemen dat ze de goedkoopste producten in de winkel leggen omdat ze weten dat de consument die wil. We zullen zelf die uitdaging aan moeten gaan, onszelf disciplineren dat we niet alles weg moeten gooien.
Er is natuurlijk een enorme tegenbeweging aan de gang: de roep om duurzame spullen te kopen, maar ook opruimgoeroes als Marie Kondo, die oproepen om je alleen te omringen met zaken waar je blij van wordt. Maar het lijkt vooralsnog dat die oproepen vooral terechtkomen bij de bewuste en misschien ook wel ‘rijkere’ burger.

Mensen worden zich steeds bewuster van de productieketen. Ik denk ook echt dat iemand als Marie Kondo nodig is, om meer klaarheid te krijgen. ‘Stuff­ocation’, die samentrekking van stuff – spullen, en suffocation – stikken, is echt iets waar veel mensen onder lijden, die realiseren zich dat we zo niet door kunnen gaan. Niet alleen op persoonlijk vlak – maken al die spullen je nu zo gelukkig? – maar ook op het gebied van het milieu. In het derde en laatste deel van De prijsvechter kijken we wat onze kooplust voor de aarde betekent. En vooral wat plastic daarin doet. We staan, zoals wetenschappers het noemen, aan de vooravond van een nieuw tijdperk: het Antropoceen. De mens heeft door zijn consumptiedrift zoveel sporen nagelaten; er is geen stukje aarde onbezoedeld. In de atmosfeer zie je het menselijk handelen terug in CO2, overal, tot op de bodem van de oceaan vind je plastic residuen. Ken je die foto’s van die dode albatrossen die op 2000 kilometer van de bewoonde wereld zijn gefotografeerd? Hun skeletten zitten vol met plastic. Het is ongelooflijk.
Een wetenschapper die aan het woord komt, zegt dat onze planeet er nu hetzelfde uitziet als ten tijde van het Krijt, toen er massaal diersoorten uitstierven. De samenstelling van de atmosfeer, hoe onze koraalriffen eruit zien – het doet allemaal denken aan dat geologische tijdvak en het zijn markers voor massa-uitroeiing. Je zou de mensheid kunnen zien als een boom & bust-species: dat zijn diersoorten die in korte tijd succesvol zijn, maar ook in een keer van de aardbodem zijn verdwenen – zoals de dinosauriërs.
We leven in het paradijs, maar we zien het niet. Misschien pas als we het uit onze handen laten vallen.

8 januari, NPO 2, 21:10 uur.

Lees ook