De correspondent

De Amerikaanse plannen van De Correspondent

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Hoe de initiatiefnemers van journalistiek platform De Correspondent voet aan de grond proberen te krijgen in de Verenigde Staten. ‘We mogen niet te vroeg pieken.’

Op een steenworp van zijn appartement in Manhattan, neemt Rob Wijnberg (36) plaats in het zitje van een authentieke diner, een plek waar New Yorkers vluchtig lunchen en waar de koffie oneindig stroomt. De filosoof en schrijver is terug in het land van zijn vader – Wijnberg beschikt over een Amerikaans paspoort – om een Engelstalige versie van zijn journalistieke platform De Correspondent te realiseren. Net als uitgever en mede-oprichter Ernst-Jan Pfauth woont hij inmiddels ruim een jaar in New York. Het is vlak voor de lancering van de internationale campagne – een cruciaal moment, weet Wijnberg. In Amerika begint hij op nul, al is het concept achter The Correspondent, zoals de Engelstalige variant heet, bij selecte vakmensen bekend. Hij waakt voor het Emile Roemer-effect: ‘We mogen niet te vroeg pieken, kunnen niet dalend de campagne ingaan.’ Zijn agenda puilt uit om het te voorkomen.

Zakendoen in de Verenigde Staten is intens maar vruchtbaar, leerde hij. De Amerikaanse handelsgeest noemt hij hemels. ‘Nederlanders vinden zakendoen een beetje vies. Je moet bij wijze van spreken eerst vrienden worden voordat je een transactie kunt maken. Amerikanen gaan tegenover elkaar zitten en zeggen; wat kunnen we voor elkaar betekenen?’

De lancering van The Correspondent doet hem denken aan de manier waarop de Nederlandse voorloper vijf jaar geleden van de grond kwam, ‘maar dan on steroids’.’ De clichés zijn waar, ontdekte Wijnberg: in Amerika is alles groter. Drukker, chaotischer. Tijd is er kostbaar, het medialandschap onbegrensd en onstuimig. Of er plek is voor The Correspondent, moet blijken. ‘Het voordeel is dat elke niche hier gigantisch is,’ zegt Wijnberg. ‘In Nederland moet je een grote groep aantrekken voor je iets substantieels hebt, maar in een land zo groot als Amerika kan een sjoelvereniging, bij wijze van spreken, al tienduizenden mensen trekken.’

In New York wil iedereen de wereld veroveren, merkte Wijnberg, niet alleen een klein clubje Nederlanders met plannen de journalistiek te veranderen. ‘Die ambitie vindt men hier prachtig.’ Vooral de crowdfundingsactie waarmee De Correspondent in 2013 een wereldrecord vestigde – 15.000 aanmeldingen in acht dagen, op weg naar het huidige aantal van 60.000 leden – spreekt aan bij de Amerikanen, zegt Wijnberg. Gretig maakt hij er gebruik van.

Wie naar de website van The Correspondent gaat, treft de tien basisprincipes van de oprichters, geïmporteerd uit Nederland. Ook voor het Engelstalige publiek wil het platform een ‘medicijn tegen de waan van de dag’ zijn, vrij van nieuwshypes en advertenties, gefinancierd door bijdragen van leden. ‘Weg van het sensationele, de blik op het fundamentele,’ zegt Wijnberg. Door investeringen van eBay-oprichter Pierre Omidyar, de Nederlandse Stichting Democratie en Media en Craigslist-oprichter Craig Newmark kon The Correspondent werken met een startkapitaal van 1,8 miljoen dollar.

De campagne, begonnen op 14 november, moet binnen een maand 2,5 miljoen dollar aan ledengeld genereren voordat potentiële schrijvers kunnen worden benaderd. Een complicerende factor: in tegenstelling tot de Nederlandse editie, mogen geïnteresseerden zelf bepalen hoeveel ze bijdragen. Het minimum is een dollar. ‘In potentie moet iedereen die Engels spreekt het kunnen lezen,’ zegt Wijnberg. ‘Dan moet je er een prijs op plakken die voor iedereen logisch is. Iemand in New York kan zich misschien meer veroorloven dan, pakweg, iemand uit Lagos. We willen niemand uitsluiten.’

De eerste leden, bij The Correspondent pioniers genoemd, betalen voor een idee, geen product. Verhalen zijn nog niet te lezen. ‘We hopen op mensen die zeggen: “Dit klinkt goed. Ik geef geld en kijk of het ervan komt.”’ Wordt de 2,5 miljoen niet gehaald, dan worden de donaties teruggestort.

Om het gospel te verspreiden, moeten Wijnberg en Pfauth het hebben van de bekende ambassadeurs die zich aan het project verbonden. In Nederland waren de oprichters zelf de uithangborden, samen met ‘correspondenten’ als Arnon Grunberg en Femke Halsema. In Amerika moeten buitenstaanders voor sterrenkracht zorgen. Onder meer Nate Silver, statisticus en hoofdredacteur van het invloedrijke FiveThirtyEight, Wikipedia-oprichter Jimmy Wales en zangeres (en ‘dochter van’) Rosanne Cash zijn gestrikt. Prominent is de bijdrage van journalistiekprofessor en mediacriticus Jay Rosen die nauw met de Nederlanders samenwerkt. ‘Het zijn stuk voor stuk mensen wier werk we bewonderen,’ zegt Pfauth in het kantoor in Manhattan waar The Correspondent (vooralsnog) met negen werknemers opereert. ‘De ambassadeurs moeten zorgen dat genoeg mensen over ons horen.’ Een dag later reist hij met een boekje met de tien principes af naar Baltimore voor een gesprek met David Simon, maker van tv-series The wire, Show me a hero en The deuce. Inmiddels is ook hij ambassadeur.

De keuze voor Amerika was een praktische, zegt Pfauth. ‘Het is de grootste markt, we kennen het land en we hebben hier de meeste connecties.’ De plannen voor de Engelstalige uitbreiding zijn vrijwel zo oud als De Correspondent zelf. Kort nadat Wijnberg was ontslagen als hoofdredacteur van nrc.next, nodigde Pfauth hem uit voor een mediadiner met journalisten als Tim de Gier, bedenker van het podcastplatform Dag en Nacht, en Blendle-oprichter Alexander Klöpping. Wijnberg speelde met het idee voor De Vijfde Macht, een initiatief dat later de werknaam De Correspondent zou krijgen. Pfauth sloot aan, samen met mede-oprichters Harald Dunnink en Sebastian Kersten van het designbureau Momkai. Vanaf januari 2014 reisde het viertal twee keer per jaar naar de Verenigde Staten om het netwerk van De Correspondent uit te breiden. Geregeld publiceerden Wijnberg en Pfauth op blogplatform Medium Engelstalige stukken over hun missie. Op de redactie van NRC Handelsblad, zijn toenmalige werkgever, had Pfauth eerder kennisgemaakt met Jay Rosen, professor journalistiek aan de New York University (NYU). ‘Hij had op Twitter gezegd dat hij De Correspondent de interessantste start-up van het moment vond,’ zegt Pfauth. ‘Dat was nogal een statement.’ Toen hij in september van 2016 een gastcollege aan de NYU gaf, vroeg een student hem of hij internationale ambities had. Ja, die had hij. Een ochtend later zat Pfauth aan het ontbijt met Rosen. ‘Hij sloeg met de hand op tafel en zei: laten we plannen maken.’ In december van 2016 werden ze concreet.

Wekelijks overleggen Wijnberg en Pfauth met hun mentor Rosen, die zich als ‘trust advisor’ onbezoldigd inzet voor The Correspondent. (In het Nederlandse initiatief zag de Amerikaan een medicijn voor het gebrek aan vertrouwen in de journalistiek dat bij de presidentsverkiezingen van 2016 was blootgelegd.) Hij stelde hen de lastige vragen die tijdens de campagne te verwachten zijn, zoals: wat kan The Correspondent toevoegen aan het Amerikaanse medialandschap?

In de VS moet het platform concurreren met diepgravende journalistieke publicaties als The New York Times, het multimediale Vox en The Intercept, dat net als The Correspondent werkt met leden. Het is de vraag of de Amerikaanse consument op een nieuwkomer uit Nederland zit te wachten. ‘Het kan zijn dat het niemand aanspreekt,’ zegt Wijnberg. ‘Mensen kunnen denken: hoe is dit anders dan wat ik al gratis kan krijgen? Het is aan ons om dat duidelijk te maken.’ Wat The Correspondent met name onderscheidt, denkt Wijnberg, is de doorlopende dialoog die schrijvers van het platform met de lezers voeren, zoals ook in Nederland gebeurt. ‘De meeste media zijn zenders. Het publiek consumeert tegen betaling of gratis. Die aandacht van de consument wordt in de meeste gevallen verkocht aan adverteerders. Wij zien journalistiek als een uitwisseling van kennis tussen journalisten en lezers. Het moet niet zijn: kop, stuk, reacties eronder en op naar het volgende stuk. We proberen samen met onze leden uit te zoeken wat er in hun vakgebied speelt.’

‘Het betrekken van de lezers bij de totstandkoming van een verhaal gebeurt hier incidenteel,’ zegt Pfauth. Hij noemt het Pulitzer Prize-winnende onderzoek van Washington Post-journalist David Fahrenthold naar de filantropie van Donald Trump. Op Twitter plaatste de Amerikaan zijn bevindingen, waarna lezers hem tips konden sturen. Het leidde onder meer tot de ontdekking van de fameuze ‘Grab them by the pussy’-opnamen. ‘Er is geen internationaal medium die een dergelijke methode routineus hanteert,’ zegt Pfauth. ‘Dat kunnen wij toevoegen.’

In het restaurant in Manhattan kijkt Wijnberg over zijn schouder naar het obligate televisiescherm boven de bar. Sport, ziet hij. ‘Het is altijd dat óf nieuws.’ Eenheidsworst, noemt hij de laatste categorie, voorgeschoteld als all-you-can-eat-buffetten door 24/7-zenders als FOX News, CNN en MSNBC. Wijnberg kijkt ernaar met pijn en moeite. ‘Het gaat allemaal over hetzelfde. De obsessie met één man, Donald Trump, is echt bizar groot. Als je hier elke dag naar het nieuws kijkt, zou je vergeten dat er nog zeven miljard andere mensen zijn.’ Voor het uitleggen van The Correspondent zijn de onuitputtelijke nieuwstornado’s niettemin een handig hulpmiddel. ‘We kunnen er naar wijzen en zeggen: dat willen we niét zijn.’

De Nederlanders lanceren hun platform in een hevig gepolariseerd land, beseffen ze. Om een zo groot mogelijk publiek te bereiken, willen ze ‘bruggen slaan met onderwerpen die door links en rechts heen snijden’, zoals Wijnberg het verwoordt. ‘Neem een thema als echtscheidingen. Daardoor raken jongeren in de problemen, mensen in de schulden. Je kunt kijken hoe scheidingen invloed hebben op ons leven. Dat is een thema dat niet bij voorbaat rechts of links is.’ Mocht The Correspondent slagen, dan blijft Wijnberg achter als hoofdredacteur in New York, totdat duidelijk wordt waar de internationale redactie gevestigd zal worden. Pfauth zal op en neer gaan reizen tussen Nederland en Amerika. ‘Het ideaal is dat de journalisten uit verschillende landen met elkaar gaan samenwerken,’ zegt hij. ‘Dat is de droom.’ Nog even en de Nederlanders weten of die gerealiseerd kan worden. Half december heeft The Correspondent nieuws. Voor deze ene keer.

Lees ook