Joe Rogan: Strange Times: achterhaalde, gemene retoriek

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Onder de dekmantel van ironie schopt de macho-komiek venijnig naar beneden.

Komiek Joe Rogan brak ooit door als presentator van Fear Factor, en was daarop ook regelmatig te zien als televisiecommentator bij verschillende vormen van vechtsport. Sinds 2009 bestiert hij zijn eigen podcast, die wordt beluisterd – en bekeken, op YouTube – door miljoenen fans. In gesprekken variërend van een half uur, tot enkele uren, deelt hij zijn levensvisie met collega’s uit het komedieambacht. En er wordt natuurlijk aan één stuk door gegrapt. Dat er niets voorbereid is aan de podcast, maakt dat gesprekken regelmatig uitmonden in interessante, bijkans filosofische discussies waarin Rogan geen blad voor de mond neemt. Hij is en blijft een libertair (hij doet waar hij zin in heeft, wars van autoriteit).

Rogan is het type man dat het bijzonder vervelend vindt dat ‘je in het huidige klimaat niet meer alle geluiden mag maken met je gezicht’. Daar bedoelt hij mee dat hij niet meer ronduit grappen mag maken die kunnen worden opgevat als seksistisch, of racistisch – hoewel niemand het hem verbiedt. Vandaar ook de titel van zijn show: Strange Times. Tijdens de voorstelling spreekt hij voortdurend deze disclaimer uit: ‘Ik ben ook maar een idioot; ik meen niet alles.’ Daarmee doelt hij natuurlijk op zijn ironische bespiegelingen. Zo van: als ik een grap maak over homo’s dan ben ik niet per definitie tegen homoseksualiteit.

https://www.youtube.com/watch?v=g5bx5DGr1o8

Rogan begrijpt (en met hem vele komieken) ironie niet volledig. Hoewel hij het één zegt en het ander bedoelt is het één (een grap over homo’s) niet zonder twijfel onschuldig. De vraag rijst: wat draagt Rogan met z’n grapjes over de mannenliefde bij aan het beeld dat – onder meer onder zijn fans – bestaat over de mannenliefde? Je zou kunnen stellen dat die bijdrage weinig constructief is, deze leidt niet tot meer wederzijds begrip. Rogan kan dus wel al zijn grappen achteraf ontkrachten met loze excuusjes, dat maakt zijn humor er niet beter op. Net als zijn grap over Harvey Weinstein: als het mannen waren geweest die waren gemolesteerd door een (denkbeeldige) vrouw (Harvina) dan had niemand ernaar omgekeken.

Je vraagt je af in welk paradigma Rogan leeft. En waarom hij telkens de dubbele standaard aanhaalt (vrouwen worden beter behandeld dan mannen). Maar de aap vliegt al snel uit de mouw: ‘Niemand geeft om jongens.’  Hier bezigt de komiek een soort omgekeerde, gemene retoriek – maar hij meent het niet, hè! Hij zegt hier: er is zoveel aandacht voor vrouwen, dat mannen in het gedrang komen. Tegelijkertijd zegt hij ook dat hij (de toenmalige) FOX-presentatrice Megyn Kelly niet serieus kan nemen, met haar sexy outfit en haar gladde huid (‘zo glad als een dolfijn, ik wil je neuken’). Met zo’n observatie reduceert hij de vrouw tot een lustobject, maar dat allemaal in het kader van de ironie, nietwaar?

Onder de dekmantel van ironie geeft Rogan zichzelf ook permissie om Afrikanen te parodiëren, en vrouwen neer te zetten als weinig ambitieuze mensen (‘Wat hebben jullie ooit uitgevonden?’). De conclusie is kraakhelder, op een stukje over huisdieren na (dat begint met een tirade tegen vegans) kan Rogan alleen maar naar beneden schoppen. Homo’s zijn het lijdend voorwerp; vrouwen zijn het lijdend voorwerp. En Rogan dan? Die komt, als het gaat om zelfspot, niet verder dan ‘Ik ben een idioot’. Hij had ook stukjes kunnen verzinnen over zijn macho-reputatie, of over hoezeer hij zichzelf serieus vindt. Dan had hij kunnen zeggen dat hij geweldig was. Hoe ironisch. 

 

Joe Rogan: Strange Times, vanaf 2 oktober 2018 op Netflix

Lees ook