Interview: het thuisgevoel van Stine Jensen

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

In Dus ik ben onderzoekt Stine Jensen allerlei filosofische vraagstukken. Aflevering 3: wat is thuis?

In Dus ik ben onderzoekt Stine Jensen allerlei filosofische vraagstukken. Aflevering 3: wat is thuis?

Wat is thuis?
Thuis is een heel essentiële emotie die raakt aan veiligheid, vertrouwdheid, routine en privacy. Je zou het niet verwachten, maar thuis is een emotie. Een bepaald gevoel. Je weet eigenlijk pas echt wat thuis is wanneer er iets gebeurt waardoor het bedreigd wordt, of als je het verliest. Dan pas realiseer je je hoe belangrijk het is

Ik vroeg aan mijn 13-jarige dochter voor ik jou ging interviewen: wat is thuis voor jou? Ze antwoordde: ons huis en mijn bed. Maar ook: dat ik mezelf kan zijn.
Haar definitie is mooi. Blijkbaar kan ze thuis helemaal zichzelf zijn, waant ze zich onbespied in het gezin, maar als ze op straat komt, of op school, dan zijn er anderen en gaat ze zich gedragen via een bepaalde rol. Thuis kan ze die rol afleggen en zich ontspannen. En dat is een van die definities van thuis: de plek waar je ongezien bent. De plek waar de deur dicht kan.

Je schreef ooit: ‘Een thuis is een vesting van opgetrokken muren.’ Daar schuilt ook een gevaar in.
In Dus ik ben… thuis zit een mooi interview met de Zweeds-Italiaanse filmmaker Erik Gandini. Hij heeft de documentaire A Swedisch Theory of Love gemaakt over thuisgevoel in Zweden en hoe in dat land ‘onafhankelijkheid’ als belangrijkste waarde wordt gezien. Thuis wordt daardoor steeds meer als een vesting gezien. Als een fort dat jou beschermt tegen de buitenwereld. Maar Gandini toont in zijn film ook het gevaar dat daarin schuilt, wat de uitwassen daarvan zijn. Zo is er een man die al tien maanden dood in huis ligt. Daar is nooit meer iemand binnengeweest. Mede doordat onafhankelijkheid zo’n belangrijke waarde is. Je hebt niemand meer nodig. Er is geen afhankelijkheid meer tussen mensen. Je hoeft de deur niet meer uit, kunt alles online doen. Voor oude mensen geldt dat helemaal. Alle zorg wordt tegenwoordig aan huis geleverd omdat bejaardentehuizen nauwelijks nog bestaan. Een van de consequenties is vereenzaming. Vroeger aten die oudjes in een gezamenlijke ruimte driemaal daags samen, spraken ze elkaar. Een wezenlijk verschil met hoe het nu is.

Als ik niet kan slapen, ga ik in gedachten terug naar mijn ouderlijk huis en wandel ik daar rond. Waarom doe ik dat, in plaats van schaapjes tellen?
Het heeft te maken met nostalgie en met de idealisering van vroeger, van het thuis. Ik ga in deze aflevering van Dus ik ben… terug naar het huis van mijn oma in Denemarken, dat was ons vakantiehuis. Met dat huis is nostalgie verbonden – een gevoel van eindeloos door de duinen banjeren, van altijd mooi weer, van eindeloze speeluren die nooit ten einde raakten. Het is een soort oergevoel aan thuis, dat gekoppeld is aan Denemarken. Daar is iets rustgevends aan. Zo gaan we het thuis van vroeger idealiseren.

Want het was totaal anders dan in je herinnering.
Nee, er was helemaal niets veranderd. Het was nog steeds dat ouderwetse huis en alles was nog zoals ik het me herinnerde. Zelfs de vrouw die er nu woonde, paste helemaal in het plaatje – ze deed me aan mijn oma denken. Er was veel nouveau riche komen wonen, vertelde ze, en dat vond ze maar niks. En er waren ook net Syriërs gearriveerd op het eiland. Dat was heel interessant – want zij voelde zich kennelijk toch ook bedreigd in haar thuisgevoel door de komst van nieuwe mensen. Het ging maar om tien Syriërs, mannen, maar voor haar was dat echt een invasie.

Jij had net een huis gekocht toen je hoorde dat er 49 ex-gedetineerden in de buurt kwamen wonen. Wat deed dat met jouw thuis-gevoel?
Aan het einde van deze uitzending ga ik op bezoek bij zo’n ex-gedetineerde die een woning toegewezen heeft gekregen. Hiervoor zat-ie in een piepklein hokje bij het Leger des Heils. Hij was tegeltjes aan het uitzoeken, heel huiselijk bezig, maar ik merkte bij mezelf dat ik eigenlijk steeds wilde weten: waar heb je nou voor gezeten? Wat ben je nou voor type? Het was duidelijk dat-ie daar niks over wilde zeggen. En terecht, want dat blijft natuurlijk als een stigma aan je hangen. Hij zei wel dat het niet heel heftige dingen zijn waarvoor hij gezeten had, maar tegelijkertijd bedacht ik dat wat voor iemand anders niet heftig is, dat voor mij wél kan zijn. Er zit nog wel een verschil tussen een zedendelinquent, da’s echt niet zo lekker, en iemand die iets witgewassen heeft. Nee, ik ben er niet achter gekomen. Ik heb wel flink zitten vissen. En ik vroeg me af: heb ik nou het recht om dat te weten – als hij naast mij komt wonen – of niet?

Voor de aflevering Dus ik ben …mijn agenda, over onze drukke levens, ging je naar Zuid-Korea. Waarom?
Zuid-Korea is een enorm hightech-, superefficiënt land. Het is ontzettend westers in dat opzicht. De aflevering gaat over wat plannen is en waaróm we onze agenda altijd plannen. De Koreaan is een en al planning en efficiëntie. Je kon er bijvoorbeeld koffie krijgen in the fastest restaurant of the world. Binnen 11 seconden had je je koffie. Verschrikkelijk, want je wil eigenlijk bij het bestellen van een goede koffie juist dat je het water kan horen pruttelen, dat de barista er iets moois van maakt, authenticiteit… De ironie wilde dat er een enorme rij stond voor dat snelle kopje koffie, haha. Ontzettend boeiend. In Zuid-Korea zag ik ons voorland, vooral in de manier waarop mensen met hun mobiele telefoon omgaan. Dat is iets ongelooflijks. De Koreaan zit non-stop op zijn telefoon te kijken, in totaal isolement. Er is nauwelijks contact met anderen en dat in combinatie met dat heel harde werken.

Het klinkt alsof ze de feeling met het boeddhisme aardig kwijt zijn.
Je hebt in Zuid-Korea veel boeddhisten en die vormen inderdaad een grappig contrast met die enorm technologische prestatiesamenleving. Koreanen bezoeken ook vaak sjamanen, daar laten ze hun toekomst voorspellen. Jongeren moeten er heel erg hard studeren, daar kunnen wij ons hier weinig bij voorstellen. Ze hebben voortdurend toetsen, examens – dat gaat maar door. En dan zie je dat de vrouwen naar de tempel gaan om te bidden dat hun kind het haalt. Daar zie je het samengaan van die enorme bedrijvigheid en de boeddhistische cultuur.

Je deed er ook een ‘funeral therapy’, begraaftherapie. Wat moet ik me daarbij voorstellen?
Het is een -boedd-histische therapie, waarbij je ervaart hoe het is om dood te zijn. Het idee is dat je daarna opnieuw je prioriteiten bepaalt: wat is van waarde, hoe wil ik leven? Er waren 30 Zuid-Koreanen en ik. De therapie vond plaats in een zaaltje waar 31 open kisten stonden opgesteld. Dat was fascinerend hoor, ook de verschillende redenen waarom die mensen dat deden. Zo was er een echtpaar van wie de man zelfmoord had overwogen. Zijn vrouw had hem meegenomen en gezegd: ga nu maar in die kist liggen en kijk of je dit echt wil. Maar er waren ook mensen die bij multinationals als Samsung werkten. Dat wordt vanuit het bedrijf georganiseerd omdat de werknemers zich dusdanig over de kop werken dat ze vanuit het bedrijf zeggen: zoek uit waar het leven over gaat.

Wat voor inzicht heeft het jou gebracht?
Een halfuur in zo’n doodskist liggen vond ik heftig. Het waren heel smalle kisten, ik denk speciaal voor Zuid-Koreanen gemaakt dus ik lag al wat klem. Je moest een afscheidsbrief schrijven aan je geliefden, aan je kind, alsof je al dood was. En opschrijven hoe je alles achter wilde laten. Er stond een foto van jezelf op de kist. Het had ook wel iets Disney-achtigs. Er was een beetje een showmonnik, hij had zo’n hoedje op. En overal hingen foto’s van beroemde Amerikanen, Steve Jobs bijvoorbeeld, om je te herinneren aan wat deze mensen met hun leven gedaan hadden.

Maar wat gebeurde er met je toen je in de kist lag?
Ik moest vooral aan -Spoorloos denken, die film naar het boek van Tim Krabbé, waarin die vrouw levend begraven wordt, zoiets engs, -claustrofobisch… Maar ja… op een bepaald moment, dan ga je écht -nadenken. En dan kom je eruit en dan moet je een to do-list maken van wat belangrijk is in het leven. Ik dacht meteen: ik moet mijn dochter knuffelen en ik moet léven. Maar na een week is dat weer weg hoor.

Dat is toch met veel van die dingen zo, yoga, mindfulness…
Wat niet meteen weg is, is de ervaring van in zo’n kist liggen en wat dat met je doet. Dat proefsterven internaliseer je, dat blijft je bij. Maar inderdaad, je vervalt vrij snel in oude gewoonten. En bepaalde dingen móeten ook gewoon. Je kunt wel op je lijstje zetten: ik ga vanaf nu alleen nog maar reizen, maar dat is niet realistisch.

Is jouw tv-werk puur zelfontplooiing of wil je anderen iets te leren?
Dat wisselt. Mocht ik zelf iets echt willen doen, dan moet er in ieder geval een algemeen filosofisch verhaal aan gekoppeld kunnen worden. Dat had ik bij het gebruik van de medicinale drug Ayahuasca. Dat viel samen met dat ik het zélf heel graag wilde doen. Anders was het veel te eng geweest. Dat ga je niet voor een tv-programma doen. Ik niet althans.

We zien je niet tijdens die Ayahuasca-trip. We horen alleen flarden van jouw stem waarbij je vertelt over wat je allemaal hebt meegemaakt. Heb je er bewust voor gekozen om die ervaring niet te laten filmen??Ja, ik vond het te intiem. Wat ook meespeelde was dat we naar andere programma’s gekeken hadden, waarin het wél getoond werd. Daarbij denk je vooral: wat een weirdo’s, wat dóen ze in vredesnaam? Ze zijn aan het overgeven, rennen gillend rond – dat krijgt iets heel exhibitionistisch-raars. En wat zich afspeelt tijdens zo’n ervaring is ook niet iets van de buitenkant – maar heel erg iets in je hoofd – dan kun je ook de verbeelding gebruiken. Daar hebben we voor gekozen. Het daadwerkelijk tonen voegt niet iets toe, sterker nog…

…Het weerhoudt mensen ervan om het te gaan doen.?Nou het is sowieso niet mijn bedoeling om anderen aan te -moedigen om het te gaan doen, maar je krijgt een ander soort televisie. Dan gaat het minder over de filosofische reis naar het non-dualisme, waar het mij om te doen was, maar raak je gefixeerd op het freak-effect. Zo van: oh, ze moest 8 uur overgeven. En ik dacht ook dat als de Ayahuasca echt zou werken die camera erbij ook nog een verstorend effect zou kunnen hebben.

In diezelfde aflevering waarin je uiteindelijk Ayahuasca gebruikt, zagen we coach Jeanette, die iets los probeerde te krijgen bij jou. Jij voelde weerstand en kondigde aan dat de camera uitging. Weer kregen we niks te zien.
Het was een heel persoonlijk programma… en het is een fine line. Ik maak nu bijvoorbeeld een programma over opvoeden en daar doet mijn dochter ook aan mee. Er zullen vast wat mensen zijn die zeggen: dat moet je niet doen. Maar mijn dochter vond het zo geweldig leuk om mee te doen, die had er zo’n lol in. Ik had niet het idee dat het schadelijk was. Maar ik kan me voorstellen dat mensen zeggen: dat moet je je kind nooit laten doen. Het is ook ingewikkeld, maar nu zag ik Abdelkader Benali, met zijn vrouw en kind in een heel gezellig kookprogramma, en daar werd ik eigenlijk alleen maar heel blij van. Ik dacht: o wat zitten ze daar leuk. Hij is zo’n trotse vader en daar herken ik me wel in, ik ben ook zo’n moeder. Maar ik snap de bezwaren, het blijft een fine line. Het persoonlijke staat vaak in dienst van de filosofie en ik hoop dat de kijker via mij wat leert. Dat ik een reflectiescherm ben, waardoor je over jezelf gaat nadenken.

Sommigen vinden het irritant dat je die camera uitzet. Die zeggen: wie a zegt moet ook b zeggen.
Dat snap ik. Er wordt een soort nieuwsgierigheid opgeroepen, zoals bij die Ayahuasca, en vervolgens zie je niets. Maar in dat geval vond ik het echt te eng, ik had geen idee wat er ging gebeuren. We hadden overigens wel een handcamera laten liggen, zodat ik mezelf zou kunnen filmen. Maar ik was zó out of space, ik heb geen seconde aan die camera gedacht. Ik denk dat als de crew erbij was gebleven, het echt een andere ervaring geweest was. Dan is inderdaad de vraag: doe je het voor de televisie of voor jezelf? We wilden hoe dan ook die ervaring echt laten zijn. Dus soms blijft-ie er wel bij en soms ook weer niet. Bij de coffin therapy in Zuid-Korea weer wel.

Maar niet binnenin de kist.
Nee, maar ik droeg een geluidszender dus je hoort mijn nogal ehm… angstige ademhaling haha. In deze reeks zit ook een aflevering over opvoeden. Daarin onderga ik ook een soort therapie en dan filmen we alles. Bij de montage bepalen we de grens: wat laten we zien en wat liever niet. Het mag persoonlijk zijn, soms zelfs een beetje particulier, maar je moet ergens het idee hebben: het is geen programma over Stine Jensen maar een programma over opvoeden. Ik vertrouw op die momenten volledig op de geweldige regie en montage.

Jouw Ayahuasca-trip duurde acht uur. Kan je die acht uur nog oproepen?
Na afloop van een bevalling kunnen vrouwen alles van a tot z navertellen. Dat had ik zelf ook. Ik weet nu nog exact wat er gebeurde toen mij dochter geboren werd, hoe alles ging en na afloop kun je het blijven vertellen aan mensen. Het is een heel sterke herinnering. Dat geldt ook voor deze tripervaring, ik weet het allemaal nog vrij gedetailleerd.

Op internet las ik dat een Ayahuasca-ervaring ook een soort thuiskomen is. Begrijp jij nu waar we vandaan komen, wat we hier doen?
Het grote inzicht bedoel je? Dat je een soort waarheid voorgehouden krijgt voor jezelf? Tsja. Dat weet ik niet hoor. Aan Ayahuasca hangt een labeltje dat het een medicinale drug is, genezend. Laat ik het zo zeggen: ik heb er écht iets aan gehad. Het was een helende en avontuurlijke ervaring.

Lees ook