Interview: Hans Beerekamp (NRC Handelsblad)

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Veertien jaar recenseerde Hans Beerekamp de televisie. Eenmaal gestopt, is hij bepaald niet minder gaan kijken: ‘De afgelopen zomer ben ik heel veel gaan binge-watchen, alle grote series wil ik gezien hebben.’

Voor die veertien jaar had hij zich decennia ervóór bijna maniakaal op film gestort, maar ineens bestond zijn leven uit tv. De hele nacht kijken, drie recorders laten meelopen, ’s ochtends stukje tikken, en dan naar bed. Elke dag weer. Of het nou om Expeditie Robinson ging of een zwaarwichtige documentaire – hij schreef er met analytische blik over.

In juni kondigde hij aan te stoppen, op doktersadvies. Hij moest voor de tweede keer gedotterd worden, de huisarts en cardioloog bezwoeren hem dat het beter voor zijn levensverwachting zou zijn als hij eens een normaal, menselijk ritme aan ging houden. Nu, een kleine drie maanden later, valt inderdaad te constateren dat de blik in de ogen levendiger en de kleur van de huid gezonder is geworden. ‘De afgelopen veertien jaar heb ik heel weinig daglicht gezien. Ik sliep van acht uur ’s ochtends tot drie uur ’s middags. Nu slaap ik ’s nachts, dat geeft me veel meer energie. Ik sta op een andere manier in de wereld. Maar het was toch een hele stap om van de apenrots af te stappen.’

Vanwege de status die bij je positie hoorde? Mijn grootste angst was om in een groot diep gat te vallen – wat zal ik vandáág nou weer eens gaan ondernemen? Een mens wordt gedreven door onbewuste processen, bij mij blijkt dat angst voor ledigheid te zijn geweest. Maar er komt nu verschrikkelijk veel op me af. ‘Ah, nú heeft hij tijd!’, denkt men blijkbaar. Een middag in de week haal ik mijn kleinzoon van school, en ik ben allerlei initiatieven en plannen aan het ontwikkelen die altijd al in mijn achterhoofd zaten.
[blendlebutton]

Elf jaar geleden interviewde ik je ook voor de VARAgids, dat was al een soort afscheidsinterview. Eigenlijk wilde ik maar voor drie jaar tv-recensent zijn, maar toen ik weer wilde teruggaan naar de filmredactie was mijn plaats vergeven en de toezeggingen over mijn terugkeer bleken in het dossier niet meer terug te vinden. Dan maar iets heel anders, ik ben met een camper door Europa gaan trekken en heb daar samen met mijn vriendin Janine Prins het blog Expeditie Europa over gemaakt, voor de site van NRC. Ik heb dat laatst teruggelezen en ben er heel tevreden over: de kiem van de huidige Europese problemen zijn daar al in terug te vinden.

Daarna ben je weer doorgegaan met tv kijken. Heb je je niet te veel blindgestaard op dat ding? Ik had twee jaar eerder kunnen stoppen, maar ik ben er van overtuigd dat je, om zo’n medium werkelijk te kunnen doorgronden, een lange kijktijd nodig hebt. Het is goed om te weten hoe Expeditie Robinson was toen er alleen maar niet-BN’ers meededen, of hoe Barend & Van Dorp ontstond, de mal waaruit de huidige talkshows komen.

Je hebt zesentwintig jaar over film geschreven, veertien jaar over tv, wat nu? Tv-series, een soort hybride vorm, inmiddels bijna een kunstvorm op zichzelf. De media hebben in de gaten dat er veel naar wordt gekeken, dat ze er iets mee moeten, maar er worden nog weinig serieuze recensies over geschreven. De kranten besteden meerdere pagina’s in de week aan bioscooppremières, terwijl de gesprekken in cafés dáár niet over gaan. Die gaan over de nieuwste Netflix-serie. Ik zit te denken aan een wekelijkse column over het fenomeen tv-series.

En dan niet in de trant van: Wow, déze moet je gezien hebben! Dat vind ik niet interessant. Het valt mij op dat heel veel series gaan over moraal, in het dagelijks leven inmiddels bijna afwezig. What’s in it for me?, dat is tegenwoordig de belangrijkste afweging. Breaking Bad, The Sopranos, Penoza, House of cards – in al die series staan juist morele kwesties centraal. Dáár wil ik over gaan schrijven. Iets anders wat ik zag: in de allereerste aflevering van Game of Thrones wordt een tienjarig jongetje, een edelman, gedwongen om te kijken naar de onthoofding van een deserteur. Ik vroeg me natuurlijk meteen af of het een referentie aan IS was. Maar die aflevering is in april 2011 voor het eerst uitgezonden, ver voor de eerste IS-onthoofding. Zouden de jongens en meisjes van IS misschien Game of Thrones hebben bekeken? Series zijn niet alleen een reflectie van wat er in de wereld gebeurt, het geldt ook andersom. Alle politici in Den Haag denken inmiddels in House of cards-termen. Gaan ze zich daar soms ook naar gedragen?

Je zit in je handen te wrijven om dit nieuwe genre te ontleden. Daar heb ik erg veel zin in.

Ik heb je niet vaak ontmoet, maar het lijkt wel of je een ander mens bent geworden. Levendiger? Dat hoor ik vaker. Ik wist ook wel dat ik in een raar soort vacuüm leefde, in een ander soort wereld.

Dat zéi je ook: ‘Ik zit in een virtuele wereld waar ik af en toe uit moet.’ Maar dat bleek lastig. Bovendien vind ik ook dat mensen zich niet aan moeten stellen. Als je werkelijk inzicht wil vergaren in een bepaald gebied, kost dat offers. Ik heb er geen spijt van dat ik me zo lang aan de televisie gegeven heb, zoals ik me daarvoor aan films heb gegeven. Nu begint de derde fase, al weet ik nog niet precies hoe die eruit gaat zien: columns over tv-series, schrijven met een wat langere adem, over persoonlijker onderwerpen. Ik heb besloten ook een boek te gaan schrijven – ik weet nog niet of ik het fictie of non-fictie moet noemen – en nu droom ik ’s nachts alleen nog maar van dat boek. Hele hoofdstukken zit ik al te componeren.

Elf jaar geleden zouden Matthijs van Nieuwkerk en Felix Rottenberg Nova gaan presenteren, maar kregen ruzie en vertrokken. Jij meende dat als zij waren aangebleven, de Nederlandse samenleving er anders had uitgezien. Was dat geen schromelijke overschatting van die rubriek? Ik denk dat ik gelijk heb gekregen, Van Nieuwkerk wilde op een andere manier over het nieuws en over cultuur gaan praten, dat zág je, maar dat was een brug te ver voor Nova. De Wereld Draait Door heeft de samenleving uiteindelijk wél veranderd.

Hoe dan? De kortademigheid. Alles blijkt terug te brengen tot overzichtelijke snippers. Er is een andere televisietaal ontstaan, en dat is heel bepalend voor hoe mensen naar de maatschappij kijken. Het grappige is dat daar nog altijd een stukje verheffingsideaal in zit dat de VARA altijd heeft voorgestaan.

Maar de markt is verpest voor alles met een langere adem. Ik ben daar ambivalent over. Aan de ene kant is het jammer dat alles kort en vlug moet, er geen lange programma’s meer zijn waarin de Vijftigers nog eens tegen het licht worden gehouden, aan de andere kant zijn er nu wél heel veel mensen die weten wie John Cage is. Die naar zijn 4.33, ruim viereneenhalve minuut stilte, hebben geluisterd, met Reinbert de Leeuw.

Je kan nooit zeggen dat de wereld is veranderd door één programma. Maar Ewart van der Horst heeft Boulevard bedacht, daarna DWDD, nu staat hij aan het roer van Jinek – ik heb dit weleens de Ewartvanderhorsting van de televisie genoemd. Dat kan je betreurenswaardig noemen, maar het hoort bij de tijd en het ís niet anders. Als ik nu mijn eigen stukken uit de jaren 90 teruglees, denk ik ook: wát een hoop overbodig ouwehoer!’

Shula Rijxman, hoogste baas van de NPO, zei in een artikel bij je afscheid dat je stukjes in Hilversum nauwlettend werden gelezen en op de burelen aldaar zeer stemmingsbepalend waren. Ik schrok daarvan. Het is natuurlijk vleiend, maar een recensent van een krant zou nooit zo’n invloed mogen hebben. Ik heb weleens begrepen dat een programma dat géén tweede seizoen zou krijgen het uiteindelijk wél kreeg omdat ik er een positief stukje over had geschreven. Tja, als beslissingen op zo’n wankele basis worden genomen, ga je de oorlog niet winnen.

Heeft al dat televisiekijken je, behalve een interessante kijk op de wereld, ook esthetische genoegdoening gegeven? Veel minder dan film. En dat was niet goed voor mijn humeur. In de talkshows wordt bijvoorbeeld elk onderwerp teruggebracht naar een persoonlijk dimensie. Zet iemand een interessant betoog op, komt de vraag: ‘Maar wat betekent dat voor jou persóónlijk?’ Hoe vaak die vraag gesteld is! Elke keer als ik ’m hoorde kreeg ik de behoefte om iets naar de tv te smijten.

Mijn reddingsboei waren de series en de documentaires, gelukkig ook de twee speerpunten die volgens mij hoog op het prioriteitenlijstje van de NPO staan. Twee genres die voortkomen uit de film, en waarvan ik durf te stellen dat wij in Nederland tot de wereldtop behoren. Ik ken geen land waar zo’n divers aanbod aan documentaires is als Nederland. De goed uitgezochte graaf-documentaires, de persoonlijke documentaires, de observerende documentaires – alles wordt hier op hoog niveau gemaakt. Die rijkdom vind je bijna nergens, alleen Scandinavië komt in de buurt.

Op welke periode in je recensentschap kijk je met speciaal plezier terug? Ik vind de twee jaar Talpa van John de Mol bijzonder interessant. Een zender die door de elite totaal is uitgekotst, die slecht werd bekeken, maar als je objectief ziet wat daar is neergezet, sta je versteld. Bij de NPO was dramaproductie zo goed als gestopt, dat was ook beleid, maar bij Talpa begonnen ze met Gooische vrouwen. Diederik van Rooijen, destijds een onbekende cameraman, maakte daar de serie Parels en zwijnen, en liep al rond met het idee voor Penoza, dat hij later bij de KRO is gaan maken. Er zijn bij Talpa dingen neergezet die later navolging hebben gekregen, de NPO is weer begonnen met het op orde krijgen van de drama-tak, wat heel goed gelukt is. Geer en Goor zijn er begonnen. Beau van Erven Dorens had een nieuwsrubriek. Ik zie Talpa als een bijzondere, experimentele en vernieuwende zender.

Je was er zelf ook op te zien. Ik ben van jongs af aan een quizfanaat, heb ooit de filmquiz Voor een briefkaart op de eerste rang gewonnen. Ik werd gevraagd om mee te doen aan De slimste, de voorloper van De slimste mens, door Linda de Mol gepresenteerd. Ik haalde de finale, maar werd inmiddels totaal neergeschreven door de grachtengordel – Paul de Leeuw, Hanneke Groenteman, Bas Heijne, Jan Blokker, ze vonden het schandalig dat ik dááraan meedeed. Ik heb de finale verloren, en ik denk dat dat mede kwam door die immense druk. Er werd gevraagd naar de laatste vijf burgemeesters van Amsterdam, en ik kon niet op de naam van Job Cohen komen. Dan is er iets raars aan de hand.

Zie je lineaire tv als een medium dat op zijn laatste benen loopt? De televisie als medium dat ons gemeenschappelijke geheugen bepaalt, zal verdwijnen. Zoals de radio die functie ook niet meer heeft. Je kan je afvragen wat dat gaat betekenen. Tv was als een groot kampvuur, waar we met z’n allen omheen zaten om naar elkaars verhalen te luisteren. Als er straks niet meer één groot kampvuur is, als de tv straks gemarginaliseerd is en iedereen zit om z’n eigen kleine kampvuurtje, bestaat de samenleving dan nog wel?

Hans Beerekamp stelde mede de longlist samen van de Sonja Barend Award 2017, de prijs voor het beste tv-interview. Hij zit ook in de jury. De uitreiking vindt plaats op donderdag 19 oktober in DWDD.

[/blendlebutton]