Interview: Esmaa Alariachi (De Mama's van Halal)

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

‘Ik hoor hier thuis. Als het je niet bevalt, Flip, Marie of Mohammed, dan heb je een probleem: ik ga niet weg.’

Esmaa Alariachi (1979) is een van de drie zussen Alariachi – voorheen bekend als

‘de meiden van halal’. De meiden komen terug op tv, sadder & wiser maar optimistisch. ‘Ik hoor hier thuis. Als het je niet bevalt, Flip, Marie of Mohammed, dan heb je een probleem: ik ga niet weg.’
Esmaa Alariachi is een van de drie zussen Alariachi, voorheen de Meiden van halal. Het was een paar jaar rustig rond haar en haar zussen – tenminste in de media. In haar eigen leven gebeurde van alles: ze trouwde, werd twee keer moeder (en is hoogzwanger van de derde) en werkt sinds een aantal jaren als docent Engels op een VMBO-school in Amsterdam-West. Maar, vriend en vijand: vanaf deze week zijn ze terug. Niet meer als de meiden, maar als ‘de mama’s van halal’. Opnieuw zullen ze in gesprek gaan met ‘anders denkenden’. Edoch: sadder & wiser, en met een ‘geshuffled prioriteitenlijstje’. Zichzelf bewijzen hoeft Esmaa niet meer zo nodig. Voor een betere wereld zorgen, vooral voor haar kinderen, staat inmiddels bovenaan dat lijstje.

Spreekt hier een milde moeder?
Nou… ik denk wel dat er het een en ander is gebeurd de afgelopen tien jaar. We hebben alle drie kinderen gekregen, mijn zussen hebben een vliegtuigcrash overleefd (het Turkish Airlines-toestel dat naast de landingsbaan terechtkwam in 2009, red.) en ik sta ook echt anders in het leven dan indertijd. Het moederschap heeft me veranderd. Verantwoordelijker gemaakt. Kwetsbaarder. Voorheen hoefde ik eigenlijk alleen maar rekening te houden met mezelf. Dat is echt anders nu.

Drie milde mama’s van halal. Terwijl jullie signatuur toch het adremme, niet om woorden verlegen, Marokkaanse, gehoofddoekte drietal is. Het wordt toch geen saaie tv?
Dat denk ik niet, maar als ik terugkijk op De meiden van halal dan zie ik dat de gesprekken met ‘anders denkenden’ vaak uitliepen op discussies. Ik denk dat we misschien iets naïever waren toen, dingen meer zwartwit benaderden. Ik zie nu wel in dat er een groter grijs gebied is. Je groeit door. Daar ben ik blij om – wij alle drie trouwens. Wat overigens wel grappig is, is dat we ook ten opzichte van elkaar zijn veranderd. Tien jaar geleden woonden we nog onder één dak en zaten we wat meer op een lijn. Nu zie je dat we toch alle drie onze eigen weg gaan. En anders denken over bepaalde onderwerpen. Opvoeding bijvoorbeeld, waar het veel over zal gaan in deze serie.

Denk je weleens: wat een vreemde ideeën hebben Jihad en Hajar?
Jazeker. En omgekeerd geldt dat ook. Toevallig laatst, tijdens de opnamen, hadden we een ding. Ik vroeg: jullie zouden het toch wel tegen me zeggen als jullie iets raar vinden? Toen zei mijn ene zusje: nee dat zou ik niet zeggen, want jij reageert altijd zo fel! Ik was verbaasd, vroeg om voorbeelden – die ook meteen op tafel kwamen! Heel lang waren we zes handen op een buik, nu gaan we meer ons eigen pad.

De Alariachies waren met vijf kinderen thuis: naast de drie zussen, waarvan Esmaa de oudste is, zijn er nog twee broertjes. Ze groeiden op in Amsterdam-West, dat er toen, zegt ze zelf, ‘heel anders uitziet dan nu’. Veel van de huizen die er toen stonden, zijn nu weg. De kleine flat waar ze zelf werd geboren is er ook niet meer. Toen Esmaa acht was, verhuisde het gezin naar Slotervaart, naar een ruimer appartement. Haar vader was ‘handig met auto’s’. Hij had altijd beroepen in die sfeer: monteur, taxichauffeur, buschauffeur, vrachtwagenchauffeur. Hij behoorde tot de eerste generatie gastarbeiders, eind jaren 60 naar Nederland gekomen. Haar moeder was juf in Marokko. Ook hier gaf ze nog een tijdje Arabische les in het kader van onderwijs in eigen taal, dat toen nog bestond. Toen ze kinderen kreeg, stopte ze met werken. Leren, een vervolgstudie doen, dat vonden haar ouders belangrijk voor hun kinderen.

In jullie nieuwe programma gaat het veel over opvoeden. Hoe ben je zelf opgevoed?
Mijn vader was strenger dan mijn moeder. Maar mijn moeder kon er ook wat van. Ik neig in mijn opvoedstijl wat meer naar mijn vader.

Heb je je nooit tegen hem verzet?
In de puberteit heb ik me wel verzet tegen een aantal zaken. Ik stelde altijd de ‘waarom’-vraag. En als je het een Marokkaanse man, afkomstig uit een machocultuur, lastig wilt maken dan moet je vragen waarom. Dat hij moet onderbouwen waarom hij iets verbiedt. Nou… dat is niet fijn!

Dat deed je?
Ja en mijn zussen ook.

Hoe reageerde hij daar op?
Geïrriteerd. Dan riep hij dat we Hollanders waren. Vaak ging hij toch dingen uitleggen. Soms moesten we het gewoon aannemen. Op een gegeven moment zie je dat je ouders vaak gelijk hebben. Toen kon ik beter omgaan met het daarom.

Denk je dat je ook wegkomt met de ‘daarom-joker’ straks met je eigen kinderen? Ja, dat doe ik nu al. Mijn dochter van vier vraagt ook de hele dag: waarom. Ik zeg dan vaak: omdat ik ouder ben.

Ben jij goed met kinderen?
Met mijn leerlingen ben ik duidelijk. Met mijn eigen kinderen werkt het weer anders. Ze zijn nog te jong om echt in dialoog te gaan. Dus ik hoor mezelf toch vaak ‘nee’ zeggen. Het is ook interessant hoe ik verschil met mijn zussen. We zijn alle drie op een andere manier streng. En ik wil van bepaalde dingen domweg niets weten. Eigenlijk is dat verkeerd. Want als je niks wilt weten dan betekent het dat je je ogen sluit.

Noem eens een voorbeeld?
Drugs. Ik vind dat moeilijke materie. Ik zeg: mijn kinderen mogen geen drugs gebruiken, punt.

Maar je woont in Amsterdam. Je kunt je ogen toch niet sluiten?
Dat is natuurlijk precies wat mijn zussen zeggen. En wat doe je dan als ze drugs gaan gebruiken? vragen ze me. Ik zeg: dan zal ik ze straffen. Waarop mijn zussen antwoorden: dat is niet de manier. We zijn voor de serie naar een deskundige in Venray afgereisd en met haar hadden we het over de normen en waarden die je meegeeft zodat kinderen hun eigen keuzes kunnen maken. In de auto terug hadden we het over meer van dat soort zaken. Ik ben bijvoorbeeld ook tegen seks voor het huwelijk. Ik vind dat je dat pas met iemand moet doen als je heel veel geeft om diegene.

Jij hebt tot je dertigste geen seks gehad?
Inderdaad. Maar mijn zussen zeggen dan: je kunt er niet van uit gaan dat onze tijd, hun tijd is. Iedereen vindt zijn eigen jeugd makkelijker. Maar toen waren er andere uitdagingen.

Volgens mij heeft iedere tijd in zekere zin dezelfde uitdagingen.
Misschien. Maar ik vraag me wel af: wat was het dat ik van mijn ouders meekreeg, waardoor ik nooit een trekje van een joint heb genomen?

Dat mocht niet?
Nee, dat mocht sowieso niet. Maar ik heb ook nooit de behoefte gevoeld.

Heb je wel eens iets stouts gedaan?
Jawel. Ik heb heel domme, stoute dingen. Ik heb op mijn zestiende een keer de autosleutels gepikt en ben met de auto naar school gereden.

Zonder rijbewijs…
Nou en of.

Dat vind ik best ver gaan. Hoe werd er thuis op gereageerd?
Niet. Ze weten het niet.

Heeft het zin om dingen te verbieden denk je?
Is het niet veel belangrijker om kinderen weerbaar te maken en dat ze dan zelf de keuze kunnen maken wat goed en slecht is? Ja, dat zei die vrouw in Venray ook. Dat je over slechte en slechtere keuzen kunt spreken. Je eigen referentiekader is een ander dan dat van je kind. Maar je moet ze proberen dingen mee te geven die jij belangrijk vindt. Je hoopt dat het beklijft, maar dat kun je pas zien in de puberteit.

Dat zie je ook op school neem ik aan, het verschil tussen kinderen?
Je ziet karaktertjes. Neem drugs: de ene staat er helemaal niet open voor. De ander is wat nieuwsgieriger. Het heeft ook niet echt met het geloof te maken. Ik weet niet wat het geheim is. Ik hoop dat mijn kinderen er uit de buurt van blijven.

En stel nou dat een van jouw kinderen extremistische denkbeelden zou ontwikkelen?
Ik hoop echt dat de fundering die ik nu leg, dat niet gaat voeden. Eigenlijk heb ik het zelfvertrouwen dat dat niet zal gebeuren.

Bij drugs mis je dat, maar hierover heb je minder twijfel?
Ja, met drugs ben ik onbekend. Ik weet alleen dat het slecht voor je gezondheid is. Maar dat andere, als het gaat om religie of extremistische gedachten: ik probeer mijn kinderen een ander platform te geven. En ik zorg ervoor dat zich gehoord voelen daarin. Misschien was ik net iets te radicaal toen ik zei dat ik waarom-vragen torpedeer. Ik leg natuurlijk heel vaak dingen wel uit.

Toen jullie tien jaar geleden begonnen met het presenteren van ‘De meiden van halal’ kregen jullie veel tegengas. Het leek me dat jullie de confrontatie expres opzochten, dat het een spel was.
Het was zeker geen spel en ook niet altijd leuk. Wij waren de eersten met een andere achtergrond, een ander uiterlijk en een andere religie die zo open en bloot in debat gingen. We hadden een grote mond, en mensen dachten al snel dat ze ons over alles konden bevragen. Tegelijkertijd zaten ze niet te wachten op ons antwoord, want als het niet klopte met hun vooroordeel dan werden ze kwaad.

Het politieke en sociale klimaat van Nederland is in de tussentijd veranderd. Hoe hebben jullie dat in de serie verwerkt?
Wij gaan op zoek naar de vraag of Nederland echt verhard is. En we onderzoeken of mensen dat zelf hebben meegemaakt. Negen op de tien zegt van niet – en de tiende heeft het van horen zeggen.

Je bent de laatste jaren uit de schijnwerpers, meer ‘gewone’ burger geworden. Voel jij die verharding in je eigen leven?
Nee, ik ondervind het niet in levenden lijve. Maar ik lees er wel over. Dat er hoofddoekjes worden afgetrokken, dat mensen bespuugd worden. Maar het gekke is dus: ik krijg er niet mee te maken.

Als je met je zussen in de tram zit en jullie spreken Arabisch?
Dat doen we eigenlijk alleen als we willen dat mensen ons niet kunnen horen. Ik weet wel dat mijn zus een keer Arabisch sprak met haar dochter en dat ze daar op aan werd gesproken. Iemand vroeg waarom ze geen Nederlands met haar dochter sprak. Ze antwoordde dat ze het prettig vond om Arabisch met haar kind te spreken. Die ander vond dat raar: ‘We wonen toch in Nederland’. ‘Ja,’ zei mijn zus ‘en dat spreekt ze ook.’ Ze moest zich echt verantwoorden.

Je geeft les op een VMBO in Amsterdam-West. Wat zie je daar?
In mijn klassen zitten tientallen nationaliteiten, van Surinamers, tot Bulgaren, Afghanen, Turken, Marokkanen, Kroaten, Serven en een enkele Nederlander. Het is heel multicultureel, maar mensen zien een kind met zwart haar en denken meteen dat het een Turk of een Marokkaan is. Het is een VMBO-Basis en -Kader, dus het is best pittig. Maar het gaat eigenlijk prima. Pubers zijn pubers. Die roetsjen van leuningen, scheuren dingen van de muur. Schoppen, slaan, rennen achter elkaar aan. Ik draai mijn hand er niet voor om. Ik wil graag goede burgers van die kinderen maken.

Hebben ze gelijke kansen in Nederland?
Nederland is niet zoals Frankrijk. Ik sta er niet van te kijken dat mensen daar in opstand komen: ze willen wel Frans zijn, maar worden niet geaccepteerd. Er is geen ruimte voor hun religie. Ik praat het niet goed, geweld lost niets op. Maar als er wordt gezegd: als je niet hetzelfde bent als wij, dan ben je geen Fransman, dan is er een groot probleem.

Hoe is dat hier?
Anders. Het is anders, maar het wordt niet door iedereen zo ervaren. De een voelt zich slachtoffer omdat hij/zij niet kan zijn wie hij/zij wil zijn. De ander vindt dat je op een ‘Nederlander’ moet lijken. Maar wanneer ben je Nederlander? Alleen als je eruit ziet als Marietje? Of als Piet. Of mag je er ook uitzien als Fatima en mag je dan participeren en ben je dan Nederlander? Als je hier geboren bent en je bent hier getogen en je hebt hier onderwijs genoten en je bent hier gevormd: ben je dan Nederlander – ook al kies je voor een andere religie? In Nederland wordt seculariteit gepromoot, of nog liever: atheïsme, maar het gaat wel over joods-christelijke waarden en normen. Wat wil je dan? Iedereen heeft zijn eigen leven. En je kunt hier nog altijd zijn wie je wilt. Het is het beste land ter wereld. Met trots schreeuw ik het uit. Ook al is het niet zonder slag of stoot.

Je bent optimistisch.
Ik dwing het af. Ik hoor hier thuis. Als het je niet bevalt, Flip, Marie of Mohammed, dan heb je een probleem: ik ga niet weg.

Gaan jullie nog terug naar Hans Teeuwen?
We zijn er mee bezig. Hans Teeuwen denkt er nog over.

NPO 2, 27 november, 16:30 uur.

Lees ook