Interview: Dirk Zeelenberg (All in the kitchen)

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Aan zijn rottige jeugd wil Dirk Zeelenberg liever niet herinnerd worden, maar het heeft hem wel gevormd. 'Ik moet on the edge leven, ik heb in die zin altijd haast.'

Aan zijn rottige jeugd wil Dirk Zeelenberg liever niet herinnerd worden, maar het heeft hem wel gevormd. ‘Ik moet on the edge leven, ik heb in die zin altijd haast.'
 

Dirk is druk. D-r-u-k. Binnen vijf minuten is het mysterie van de spiegelende zonnebril ontrafeld (‘Mag ik die álsjeblieft ophouden? Het is hartstikke onbeleefd, maar ik heb hooikoorts en anders nies ik me gek’), heeft hij zijn hese stem toegelicht (‘Heb ik altijd al gehad’) en uiensoep besteld, er worden twee handen geschud, van een tafel binnen naar eentje buiten verhuisd en dan komt toevallig ook nog zijn vrouw Suus met middelste zoon Kees voorbij.
‘Kees! Kom nou, geef eens netjes een hand. Jawél.’ En tegen Suus: ‘Dít is nou mijn geheime vriendin haha! Kees, krijg ik nog een kus?’ Papa krijgt kus, Suus krijgt kus, dag-dag.

Wat voor pakje had je zoon nou aan?
Hij turnt. En goed ook, hij is een soort Epke. Wij zijn totaal niet van die pushy ouders, maar Kees heeft serieus aanleg, dus we moeten tegen wil en dank toch ook een beetje fanatiek zijn. Hij vindt het namelijk echt leuk. Heeft-ie van negen tot twaalf getraind, is hij nog die zaal niet uit te krijgen. Hij is ook heel sterk. Heeft hij niet van mij, net zomin als mijn andere zoon, die is helemaal gek van voetballen. Hij wil prof worden. Wacht, m’n telefoon gaat, mag ik heel even kijken? Er wordt een pakketje… O nee, dit is voor het feest. We geven een feest aanstaande zaterdag, om geen en-ke-le reden. Puur om het leven te vieren, er komt een man of tweehonderd, het loopt helemaal uit de klauwen.

Project X-achtige perikelen?
Ik heb in elk geval ook maar alle buren uitgenodigd. Het is bij ons thuis, met heel lekkere happen en echt goede wijn. Mijn vrouw gaat optreden met haar band. Ik heb nog een extra zanger ingehuurd. Jaaa, dat wordt wat, joh. [Soep wordt geserveerd] Ah, de soep, top, dank je wel.

Zo, en nu gaan we beginnen met het interview.
Gatverdamme, waar je zin in hebt.

Ik moet er even met een gestrekt been in. Wat is nou waar van het verhaal dat jij de aanleiding was van het stoppen van Divorce omdat je divagedrag zou hebben vertoond?

Het is een gossipnieuwtje geweest, afkomstig van iemand die zich niet kenbaar heeft gemaakt. Er zijn wel meer roddels geweest. Toen ik 18 was, stond in een blad: ‘Dirk Zeelenberg steekt kapitaal in eigen carrière’. En als je de moeite nam om verder te lezen, stond er alleen dat ik mijn eigen zanglessen betaalde. Of twee jaar geleden: ‘Dirk Zeelenberg gescheiden op Ibiza’. Omdat ik mijn vrouw twee dagen later ophaalde op de airport in verband met haar werk. Ik ga toch niet serieus… Wat moet ik erover zeggen?

Was je bang dat je op een zwarte lijst zou komen, als in: met die man is niet te werken want waar rook is, is vuur?
Iedereen die mij kent, weet dat ik me altijd keurig aan de afspraken houd. Ik doe al twee jaar veel huwelijken (Dirk is buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, red.), nou als ik érgens niet te laat kan komen… Joh, straks moet ik nog gaan bewijzen dat ik geen homo ben terwijl ik een gezin met drie kinderen heb. Het maakt niet uit. Laatst was ik met mijn vrouw in Ziggodome waar ik werd aangeklampt, mensen sprongen om me heen, kusten me, ik zweer het je. Door Divorce. Het publiek heeft allang gekozen.

Wel jammer. Dat het stopt dan.
Jij wilt toch ook niet veertig keer dit gesprek met mij doen? Na drie keer denk je ook: zo, nu ken ik die gozer wel. We hebben vijftig afleveringen gedaan, dat was fantastisch en ik ben dankbaar.

Vlak daarna het volgende breaking news: je stopte al snel met de talkshow Thuis op zondag. Waarom?
Ik vind het leuk om nieuwe dingen te proberen, en dan maakt het me eigenlijk niet eens uit of ik daar succesvol in ben. Mijn presentatiecarrière duurde precies twintig weken. Ik ben oprecht blij dat ik dat heb gedaan, maar het was niks voor mij – op z’n zachtst gezegd. Zoveel zelfreflectie heb ik dan nog wel.

Waarom was het niks?
Omdat bijvoorbeeld Tineke Schouten te gast was. Had ik zin in, zij zit ook in de theaterwereld. Maar toen bleek dat ik met haar over kleinkinderen moest praten. Dat moet je mij niet laten doen, interesseert me niet. Dat is net zoiets als wanneer ik met jou ga praten over tuinieren.

Ik houd toevallig wel van tuinieren…
Nou, dan mag jij dat dus ook gaan presenteren, ik sta met liefde mijn plaats aan je af. Nee, maar snap je wat ik bedoel? En daarnaast is een duo-presentatie (met Kim-Lian van der Meij, red.) ook heel moeilijk. Je wilt beiden iets anders van de gast weten, of op een andere manier. Poeh, dat is ingewikkeld hoor, of je elkaar nou aardig vindt of niet. [Grinnikt] Dat vind ik ook het leuke aan acteren: ik heb liefdesscènes gespeeld met vrouwen die ik echt walgelijk vond. Dat vind ik smúllen om te doen. Dan ga ik juist heel verliefd spelen, terwijl ik denk: wat een t***wijf. Acteren is letterlijk doen alsof. In het ootje nemen. Voor het lapje houden.

Dat is een praktische instelling.
Het is gewoon een baan: je moet kunnen lachen, huilen, verongelijkt zijn en ik moet jou hier, nu opeens, kunnen uitschelden. Dat kan ik, het stelt geen hol voor. ‘Inleven in een rol’? Dat heb ik nooit begrepen. Het is niks anders dan bijvoorbeeld bakker zijn: als je geen croissants kunt bakken, dan ben je een beetje een lul-bakker. En als je niet kunt huilen, ben je een prul-acteur.

Heb je daar vroeger niet enorm misbruik van gemaakt op school?
Tuurlijk!

Wéér oma dood. Ik zei tegen de conrector: ‘Ik moet naar huis om een reden die ik niet kan vertellen.’
Dat werkt als een tierelier en je liegt ook nog eens niet. Want de reden is: geen zin. Tóp.

Over nieuwe dingen gesproken: je hebt een boek geschreven: Niet bepaald een succesverhaal. Maar het mag vooral geen autobiografie worden genoemd.
Nee zeg, dan zou ik mezelf onmetelijk belachelijk maken. Het zijn hoofdstukken over belangrijke punten in mijn leven, dat zich kenmerkt door nogal wat dalen. Nee wacht, ik zal eerst wat anders erover zeggen: met dit boek haal ik het Instagram-filter van mijn leven weg. Volgens mij zijn mensen, en ik sowieso, het beu om op social media alleen maar succes te zien. Van die foto’s met twee voetjes bij het zwembad en fles rosé, dat is toch niet alleen maar het leven? Als ik wil lachen ga ik naar een Instagram-account van [piiiieeep]; die filmt zichzelf de hele dag in de sportschool terwijl hij aan de apparaten hangt. Dan zit ik te gieren met mijn kinderen. Ik vind het dus echt intens ijdel als je zoiets doet. Kijk, ik kan wel zeggen: o, ik heb zo’n leuk gezin, en enorm succes en heel veel werk, maar dan denk jij: lekker dan lul, ik niet. Terwijl als ik je vertel over mijn angsten, onzekerheden en missers, dan denk je: hé, dat is herkenbaar. Dan krijg je een gesprek dat tenminste ergens over gaat.

Een open boek dus, letterlijk. Ook over je jeugd, die niet bepaald fijn was – en daar moet je nu weer interviews over gaan geven. Is het niet lastig om weer op te lepelen dat je bijvoorbeeld door je vader werd geslagen en je geen contact meer hebt met je ouders?
Ik vertel hoe ik ermee omga. Zéker niet om zielig gevonden te worden, want dat ben ik niet, maar het is waar. Griet op de Beeck zei in Zomergasten dat niet alle ouders onvoorwaardelijk van hun kinderen houden. Dat ben ik met haar eens, en tot die minderheid behoren mijn ouders, vrees ik. Mijn jongste zoon is nu net zo oud als ik toen (vader Zeelenberg sloeg Dirk de keuken door omdat hij de sleutel was vergeten, red.) – ónvoorstelbaar vind ik dat. Maar het is gebeurd en het hoort bij me dus… Ja.

Het is zoals het is.
Ik verander er niks meer aan, nee. En aan de andere kant ben ik daardoor een ongelofelijk sterk iemand geworden die het heft in eigen hand neemt.

Toen ik jou researchte kwam ik dat heel vaak tegen: ‘Ik ben sterk.’ ‘Mij krijg je niet klein.’ ‘Niemand krijgt mij omver.’ Het lijkt alsof er een soort fanatisme in je zit.
Fanatisme niet, maar het is wel zo dat ik heb geleerd om mij te moeten vermannen. Dat is een tweede natuur geworden omdat ik het vroeger simpelweg allemaal alleen heb moeten doen. Als ik thuis was gekomen met [zielig stemmetje] ‘Ik ben afgewezen op de toneelschool,’ dan had ik geen ouders die zeiden: ‘Ach lieverdje toch, we gaan lekker drie weken op wintersport, even bijkomen, en dan gaan we het er daarna eens over hebben.’ Nee. Ik heb mijn ouders niets gekost, echt níéts. Nogmaals, dat is niet zielig, maar wel zoals het is.

Wat is jouw donkere kant?
Ik vind de wereld vaak intens rot. Je moet heel sterk zijn, er is weinig plaats voor mensen die zwakker in het leven staan. Daarom heb ik lang getwijfeld of ik kinderen op deze wereld wilde zetten. Maar nu dank ik God dat ik ze heb, zij zijn het enige waar ik echt blij van word. Status, geld, succes: het interesseert me werkelijk waar helemaal niks. Ik zie de onvolkomenheden in mensen. In de eerste plaats bij mezelf, maar ook bij anderen. Ik ben vaak teleurgesteld.

Toch wek je de indruk dat jij als een soort labrador met een bal op mensen afstormt. Ik bespeur weinig waakzaamheid.
Ik ga er altijd vol in. Een blauwtje lopen, zoals vroeger in de liefde, dat vond ik ook nooit erg. Het is veel leuker om te zeggen: ‘Ik vind jou leuk,’ en dat je dan hoopt dat de ander het terugzegt, dan dat je je mond houdt en het nooit zal weten. Behoudend zijn past niet bij mij. Laat mij maar op m’n bek gaan. Hoe onveiliger iets is, des te leuker ik het vind.

Jouw andere mantra is genieten. Hoe rijm jij een rotte wereld met maximaal plezier?
Ik heb een gigantische financiële ramp meegemaakt, echt down the drain, ik dreigde de schuldsanering in te gaan – met mijn gezin. Ik heb dat af weten te wenden maar zelfs toen, en daar zijn mijn vrouw en ik heel trots op, hebben we de verjaardagen van onze kinderen groots gevierd. We hebben gegierd van het lachen, terwijl het hartstikke mis was. Sinds ik dat weet, kan me niks meer gebeuren – op dat vlak dan hè, als er iets met hun gezondheid gebeurt kun je me opdweilen. Dus het gaat erom te allen tijde iets kunnen vinden om van te genieten. Bij de pakken neerzitten doe ik niet, daarvoor is het leven te kort. Ik moet on the edge leven, of zoals ik ooit in een toneelstuk heb gehoord: ‘Ik wil van mezelf kunnen huiveren als ik dood ben.’ En daarmee bedoel ik dat ik alles wil hebben geprobeerd wat ik leuk vind, dat ik er vol voor gaan. Ik heb in die zin altijd haast.

Wat wil je dan nu nog meer allemaal doen?
Niks. Ik wil tevreden zijn. Niet dat ik geen ambities meer heb, maar als ik om me heen kijk, ben ik tevreden. Zo! Wil je op mijn feestje komen?

All in the kitchen (met o.a. Géza Weisz en Dirk Zeelenberg), woensdag 26 oktober, RTL 5, 21:30 uur

Lees ook