Marcel Hensema

In gesprek met Marcel Hensema over Hollands Hoop III en zijn midlife crisis

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Bij de start van het laatste seizoen van Hollands Hoop verklaart Marcel Hensema (49) zijn eigen midlife crisis.

Je bent opgegroeid in Hooge-zand-Sappemeer.

Klopt, mijn ouders hadden daar een snackbar met een kroeggedeelte, wat ik als kind heerlijk vond. Ik had veel vrijheid, want mijn ouders waren altijd aan het werk. De Groningse keuken is niet geweldig, maar eierballen zijn niet te versmaden. Ken je die? Mijn moeder maakte ze zelf, in mijn schoolpauze kwam ik naar de zaak, waar een pan stond met honderdvijftig eieren die ik mocht pellen. Vooral hield ik van lekker observeren, stamgasten, bezoekers. Zat ik onder tafel te luisteren. Daarnaast was ik verzot op de wereld van André van Duin en De Mounties. Zoiets wilde ik worden: komiek. Als kind was ik veel extraverter dan nu, ik wilde altijd in het middelpunt van de belangstelling staan.

Waar kwam dat vandaan?

Psychologie van de koude grond natuurlijk, maar vast om aandacht van mijn immer drukke ouders te trekken. Ik zong liedjes, maakte medleys van Nederlandstalige nummers en daar trad ik mee op. Later ging ik met een vriendje naar Groningen, om op straat muziek te maken. We speelden op personeelsfeesten en af en toe verdiende het best aardig. We moesten heel proactief zijn, want als je op straat saai bent, lopen ze weg. Als het stil wordt in het publiek, word ik nog steeds onzeker.

En wat vonden je ouders?

Nou, af en toe kwamen ze weleens kijken, maar het zijn Groningers, hè? Bij hen weet je altijd wat ze bedoelen, ze zijn recht door zee. Ik hou van Groningse mensen en hun taal. De enige taal waar je aan twee klanken genoeg hebt om alles duidelijk te maken. Jaaaooh of jaoh.

Toch ben je geen cabaretier geworden.

Nee, het werd de lach én de traan. In m’n puberteit ben ik toneel gaan spelen, en zo kwam ik terecht op de toneelschool in Maastricht, overigens nadat ik had gebluft dat ik een havodiploma had. Toen de school hierachter kwam moest ik een extra test doen, waarvoor ik alsnog allemaal klassiekers moest lezen.

Ik stel me bij zo’n opleiding een soort Fame voor, die Amerikaanse tv-serie van vroeger over jonge theaterstudenten.

Nou, ik werd op die school best een serieuze jongen. Je leert van alles: hoe je rechter moet lopen, hoe je contact kunt zoeken met je emoties. Het was bijna een vorm van therapie. Ik zocht in Maastricht aanvankelijk vaak de lach op, maar dan zeiden de docenten: ‘Ja Marcel, dit kennen we nou wel, nu willen we je andere kant zien.’ Ook moest ik mijn Groningse accent afleren, dat was een hele omschakeling, die echt wat deed met mijn persoonlijkheid. De taal van mijn gevoel is nog steeds Gronings, dan ga ik ook meteen een octaaf lager praten. Wat ik geleerd heb op de toneelschool is discipline, hard werken. Op momenten dat je denkt ‘nu is het wel even mooi geweest’ toch doorgaan.

Wat vonden je medestudenten van zo’n Groningse jongen?

De veel te vroeg overleden schrijver Nanne Tepper schreef ooit: ‘Nuchtere Groningers, een groter misverstand bestaat er niet.’ Ik heb op de toneelschool altijd een minderwaardigheidsgevoel gehad, qua opleiding en afkomst, en het heeft me echt lang gekost om daarvan los te komen. Altijd heb ik de neiging gehad om mensen met een hogere opleiding of uit een hoger milieu, hoger in de kast te plaatsen en me naar hen te richten.

Ging je daaronder gebukt?

Gebukt is een groot woord, maar ik heb er wel last van gehad dat ik in sommige toneelstukken of met bepaalde regisseurs niet m’n eigen gevoel durfde te volgen. Ik kon vaak de dingen niet zo goed onder woorden brengen, vond ik zelf, waardoor ik me makkelijk door slimmere mensen onder de tafel liet praten. Het is eigenlijk pas sinds de laatste jaren dat ik durf te denken: hé, maar wat ik vind is ook waar. Ik durf meer op m’n intuïtie te vertrouwen en die ook uit te spreken.

Ik zag je ooit in het toneelstuk Begeerte heeft ons aangeraakt, naar de roman van Bert Natter, geregisseerd door Theu Boermans. Hoe liep dat?

Theu is een geweldige regisseur, maar zijn werkwijze is niet de mijne. Theu geeft zijn acteurs een tempo aan en hij doet voor hoe hij een rol wil hebben. Ik ben in zo’n geval een acteur die vervolgens heel exact de aanwijzingen van Theu gaat naspelen, waardoor ik mijn eigenheid verlies. Acteurs als Jaap Spijkers, Pierre Bokma of Jacob Derwig kunnen dat veel beter. Een regisseur moet voor mij af en toe streng zijn, maar me ook vertrouwen geven. Ik moet me op mijn gemak voelen, daarin gedij ik het best.

En daarom ben je vooral solo’s gaan spelen?

Vanaf 2012 wilde ik eigenlijk geen toneel meer spelen, het was voor mij niet meer leuk. Ik ben heel loyaal naar een regisseur, maar vond vaak dat ik als een natte krant stond te spelen. Ook viel het me zwaar om de hele dag op toer te zijn met andere acteurs, om te spelen in stukken die me eigenlijk niet interesseerden. Ik dacht erover om alleen nog maar voor tv te acteren, maar gelukkig bood Ola Mafaalani (toneelregisseur en destijds directrice van het Noord Nederlands Toneel, RG) me aan een solovoorstelling te maken. Ik bracht een ode aan mijn geboortegrond en afkomst. En wat een bevrijding was dat! Wanneer je met anderen in een stuk staat, moet je je aan de tekst houden, maar in mijn eentje hoefde dat niet. Als ik op een avond geen zin had in een bepaalde passage sloeg ik die gewoon over. Voor mij werkte dat heel goed, want ik ben heel erg van wat me op dat moment invalt. Ik wil levendigheid.

Jouw film- en tv-carrière ging ondertussen als een speer. Ik zag dat je in bijna dertig films speelde en in bijna vijftig tv-series in Nederland en Duitsland.

Het begon met Pleidooi en daarna heb ik veel verschillende rollen gespeeld, soms kleine, soms hoofdrollen. In Wet & Waan speelde ik bijvoorbeeld een psychiater die een verhouding krijgt met een officier van justitie, gespeeld door Huub Stapel. Aanvankelijk was dit een vrouwenrol, maar ze konden geen geschikte actrice vinden. Waarom wordt het geen mannenstel, vroegen de makers zich af. Ik was de eerste acteur die ze testten en ik kreeg meteen de rol.

Wat vond je ervan om een homoseksuele man te spelen?

Norbert ter Hall, de regisseur, zei: ‘Er is weinig verschil, alleen draai je je op straat om als er een man voorbijkomt in plaats van een vrouw.’ Het mooie was dat het in de hele serie eigenlijk geen topic was. In Eddy Terstalls film Simon speelde ik ook een homoseksuele man, de vriend van Kees Geel, het personage dat in de film door euthanasie zijn leven beëindigt. Gisteren was ik met mijn dochter in een kringloopwinkel waar een dvd van die film lag. Op het moment dat ik met het hoesje in mijn hand stond, kwam er een zestienjarige jongen heel streetwise vragen of hij even een foto van me mocht maken, want hij herkende me van Penoza. Ik zei: ‘Weet je wat jij eens zou moeten kijken? Misschien vind je het een beetje traag, maar ik denk dat je deze film wel leuk vindt.’ Ging hij met Simon naar huis, vond ik wel geestig.

Word je vaak herkend?

In Groningen word ik wel herkend en in perioden dat ik veel op tv ben, overkomt het me wel, maar na een halfjaar is dat effect weer weggeëbd. En dat is ook wel fijn, hoewel het daarnaast natuurlijk wel belangrijk is om af en toe ergens op te duiken. Producenten vinden het belangrijk dat je als acteur wat bekendheid hebt. Dat zijn de momenten dat ik in alle eerlijkheid denk: moet ik niet vaker mijn gezicht op tv laten zien? Maar aan de andere kant moet je ook de dingen doen die bij je passen en waar je je senang bij voelt dus je zal mij niet in allerhande spelletjes zien.

https://www.youtube.com/watch?v=C1gntDZm93o

Zit je in een fase waarin je zoals dat heet ‘exposure’ zou kunnen gebruiken?

Ik wéét dat er wordt gekeken naar hoeveel volgers je hebt, het speelt gewoon mee. En in het buitenland speelt dit nog meer. Je moet bankable zijn, dat wordt steeds belangrijker. Je ziet ook dat YouTubers nu grote rollen in films krijgen en dat zij de theaters in no time voltrekken. Ik voel me soms ouderwets, want ik hou van wat ik doe en dat doe ik met ziel en zaligheid, maar ik realiseer me ook dat de tijd verandert. Daar moet ik me misschien ook in aanpassen.

Is het feit dat je hebt toegestemd in dit interview daar een voorbeeld van?

Nee, dit hoort gewoon bij de promotie van Hollands Hoop. Maar in m’n achterhoofd denk ik ook: ik heb nu weer een nieuwe solovoorstelling en het is fijn om een interview te geven, want dan komen de mensen misschien daar dan ook wel heen.

Laten we het er dan over hebben! Jouw autobiografische voorstelling heet Alles in de hens en gaat over een man die worstelt met een midlifecrisis. Heb jij dat aan den lijve ondervonden?

Jazeker. En nog af en toe wel. Ik was — wat ik helemaal niet van mezelf kende — down en humeurig. Mijn chagrijn hield langere tijd aan, ik was ontevreden, prikkelbaar en heel onzeker. Ik werd minder gevraagd voor rollen en het begon in mijn hoofd te malen hoe dat kwam. Ik merkte hoezeer dat samenhing met mijn eigenwaarde, dat ik dan thuiszat en de telefoon niet ging. Ging ik maar een beetje YouTube-filmpjes zitten kijken. Ik dacht: wie ben ik nou? Op een tv-set word je gepamperd, maar alleen thuis, is dat anders. Ik dacht: wie ben ik nou? Ik voelde me vaak onzeker en verdrietig.

Waarover verdrietig dan?

Ik wist het niet en ik weet het nog steeds niet helemaal. Wat ik inmiddels wel weet, is wat er tegen zo’n bui kan helpen. Dan ga ik naar buiten om te wandelen. Ik zoek mensen op. Ik lucht m’n hart bij vrienden. Ik had wel kennissen, gigantisch veel kennissen, maar eigenlijk heel weinig vrienden. Dit gevoel lag ten grondslag aan mijn voorstelling. Ik wandelde in de natuur en dacht: dit is zo mooi, dat wil ik betrekken in mijn toneel. Aanvankelijk was dat geen goede inspiratie, want mijn voorstelling bestond alleen maar uit landschapsbeschrijvingen. Relatief kort voor de première ben ik gaan nadenken: waarom heb ik de drang om te wandelen? En zo kwam ik bij het thema midlifecrisis. Dat vond ik eng en ik dacht: Jesus Christ, dit wil ik helemaal niet.

En hoe pakte het uit?

Nou ja, ik ben toch gewoon over mezelf gaan vertellen. Uiteindelijk is het een voorstelling geworden met vooral veel humor. Het thema is universeel, een crisis kun je op ieder moment van je leven krijgen. In de programmaboekjes staat een mailadres waarop toeschouwers kunnen reageren, en dat wordt tot mijn verbazing massaal gedaan. Het valt me op hoe kwetsbaar mensen zich opstellen. Het woord ‘herkenbaar’ heb ik nog nooit zo vaak gelezen.

Is jouw sombere gevoel nu weg?

Nou ja… Ik krijg in ieder geval een gigantische dosis adrenaline door die voorstelling. Nu zit ik weer in een soort high. Het nieuwe seizoen van Hollands Hoop komt uit, m’n voorstelling loopt goed, er gaat een nieuwe speelfilm draaien, ik heb net een mooie rol gekregen in een nieuwe serie. Maar wat me vooral geholpen heeft, is mezelf dwingen minder met mezelf bezig te zijn. Ik ontdekte een bijzondere stichting, NLcares.nl, die flexibel vrijwilligerswerk aanbiedt. Je kunt daar last minute bekijken wat je kan doen als je je voor een goede zaak wilt inzetten. Bijvoorbeeld: vandaag in Utrecht worden nog twee mensen gezocht voor de voedselbank en vier mensen voor het daklozenrestaurant. Een goede site voor mensen die een druk leven hebben, maar wel af en toe iets willen doen voor andere mensen. Mij heeft het erg geholpen om mijn eigen leven in perspectief te zien. 

Nog even: hoe is het met de kroeg annex snackbar van je ouders? Heb je ooit gedacht om die over te nemen?

Haha, daar staat nu een Jumbo. Even heb ik dat wel geambieerd, mijn ouders hadden het mooi gevonden. Maar de kroeg komt wel veelvuldig terug in mijn werk. In Alles in de hens vertel ik er ook weer over. Nu voor de laatste keer, denk ik. Mijn voorstelling gaat ook over een man die beseft dat hij alleen nog maar over vroeger praat. Je kunt in het geweldige verleden blijven hangen, maar je leeft uiteindelijk altijd in het heden. 

Hollands Hoop zondag 9 februari, NPO 3, 20:15 uur
Start van het derde en laatste seizoen van de dramaserie

Lees ook