Verbaan

In gesprek met Georgina Verbaan over KLEM, haar Column en Twitter

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Actrice Georgina Verbaan heeft sinds vijf jaar een column in NRC Handelsblad. ‘Schrijven is een fijne bezigheid; je hebt ook geen visagie nodig.’

Het wordt Georgina Verbaan (38) de laatste tijd vaker gevraagd, zegt ze. Of het niks voor haar zou zijn een scenario te schrijven voor een serie of film. Het is niet zo’n gekke vraag; het is alweer twintig jaar geleden dat Verbaan haar carrière als actrice begon als Hedwig Harmsen in Goede tijden, slechte tijden en sinds een jaar of vijf heeft ze, zichtbaar althans, het schrijverschap ontdekt met haar prettige column in NRC Handelsblad. Het resulteerde in haar eerste boek, de bundel Loze ruimte (2016), en later dit jaar komt er nog zo’n bundel met korte verhalen en columns aan: Iets om naar uit te kijken.

Dat gezegd hebbende: een scenario schrijven lijkt er voorlopig niet in te zitten. Verbaan: ‘Ik schrijf voor mijn eigen plezier en weet nooit helemaal waar het heen gaat. Met een scenario ben je heel erg gebonden aan de haalbaarheid. Je kunt allemaal leuke zijwegen verzinnen, maar sommige dingen sneuvelen omdat ze niet te betalen zijn. Ik vind er geen reet aan als je rekening moet houden met dat soort zaken.’

Bovendien heeft Verbaan over het aanbod van rollen niet te klagen – en nooit te klagen gehad. Vanaf donderdag 13 september is ze weer te zien als Kitty in Klem, de succesvolle BNNVARA-dramaserie van scenarist en regisseur Frank Ketelaar.

Wat maakt dat jij kiest voor een serie als Klem? Dat was nu niet zo moeilijk. Seizoen 1 was een succes. Het is te gek om met goede acteurs als Jacob Derwig en Barry Atsma te werken. Er wordt veel gelachen. Daarnaast maakt Frank vaak goede series en films. Hij is een pietje-precies met tekst. Omdat hij alles zelf schrijft, mogen we niet één woord veranderen. Hij schrijft heel erg in spreektaal, maar hij heeft soms zulke rare constructies! Dan kan ik het gewoon niet onthouden en begrijp ik de zin niet meer. Dan hebben we het daar over. En uiteindelijk doen we het precies zoals Frank het heeft geschreven.

Word je beter in het kiezen van wat je wel en niet doet? Nou, nee, niet echt. Het rottige is dat je als acteur afhankelijk bent van wat je aangeboden krijgt. Het is een heel kleine markt in Nederland. Als je één of twee goede dingen gedaan hebt, hebben mensen ook geen zin meer in je hoofd. Misschien maak ik de laatste jaren wat betere keuzes, maar het is moeilijk. Ik ben, denk ik, best goed in ‘nee’-zeggen, maar soms zeg je twee romcoms af omdat je daar geen zin meer in hebt, en dan blijft je agenda leeg. Dan komt er iets veel ergers, en moet je dat toch doen.

Iets veel ergers? Ja. Je probeert te streven naar alleen maar mooie, artistieke of grappige dingen. Maar dat lukt niet altijd. Ik heb de laatste jaren geluk, denk ik.

Geluk? Eh, ja. Daar hou ik het maar op.

Je won een Gouden Kalf voor De surprise, stond op het toneel met Venus, schrijft columns voor NRC en &C en had een glansrol in seizoen 1 van Klem. Doe je jezelf niet te kort? Zeker in het acteerwerk zit er een element van geluk aan, dat geloof ik echt. Ik heb in mijn carrière lang gehad dat ik, naast slechte producties, ook weleens een goede rol speelde. Dan stond er in recensies: wat een verrassing. Eerst vond ik dat heel irritant: zo’n verrassing kan het ook niet meer zijn, ik doe dit vak al twintig jaar. Nu probeer ik te denken: leuk dat ik mensen kan blijven verrassen. Natuurlijk zal er ergens in de verte wel een beetje talent zitten, maar het blijft een klein, raar wereldje, die film­wereld in Nederland.

Is het toneel iets dat trekt? Als ik eerlijk ben: ik ben opgegroeid voor de camera. Dat ging soms tegen wil en dank, maar ik voel me daar het veiligst. Daarom is het leuk om af en toe iets onveiligs te doen, maar het reizen zit niet zo in mij. Ik kom ook niet van de toneelschool. Ik mis de drive om op het toneel te staan. Bij Venus, dat geregisseerd werd door Johan Doesburg, voelde ik die drang ineens wel. Het was ook in DeLaMar in Amsterdam, dat vond ik een pré. Ik heb wel besloten dat ik geen donkere stukken meer wil doen. De volgende keer wil ik weer een komedie.

Waarom?Venus begon in het najaar. Dan is het al de hele dag kutweer en het stuk was ook vrij donker. Het begint met het geluid van onweer; dat is de start van een donkere trein waar je twee uur in zit. En die moet je maar op het spoor houden.

Dat zware gemoed neem je mee naar huis? Toch een beetje, ja.

Hoe uit zich dat? Dan kijk ik er, als ik opsta, al een beetje tegenop dat ik dat onweer weer ga horen. Ik weet ook niet hoe dat komt. Als ik eenmaal aan het spelen ben, is dat gevoel weer weg, maar ik vind het vreselijk om er de hele dag tegenaan te hikken.

Vind je het prettig aan tv-series – want gemonteerd – dat je meer controle hebt? Ja, absoluut. Het fijne van acteren in series is dat het zo overzichtelijk is. Je moet tekst leren, en daarna word je thuis opgehaald, krijg je eten en doe je je ding. Tussen ‘actie’ en ‘cut’ is het jouw creatieve invulling, maar het zijn kleine opdrachtjes die je uitvoert met een korte spanningsboog. Dat is op het toneel anders. Ja, je moet soms lang wachten op een filmset, maar dan kan ik lezen en twitteren.

Wat lees je nu? Geluk is onmogelijk, van Gustave Flaubert. Dat wissel ik een beetje af met Haat is een deugd, ook van hem. (Ze lacht.) Ik ben onlangs in Parijs geweest, vandaar.

Je bent een van de weinige bekende mensen die Twitter prettig vindt. O ja? Niet altijd, hoor, maar ik vind het een fijn medium. Het heeft me heel vrij gemaakt. Ik was heel erg jong toen ik in dit vak begon en deed toen al meteen veel interviews. Voor je het weet, wordt er iets van je gemaakt waar je niet meer uit kunt stappen. Mijn taal werd altijd versimpeld in interviews en er werd tussendoor heel vaak ‘hihi’ opgeschreven. Het is niet eenvoudig daar vanaf te komen. Op Twitter kan ik mijn eigen stem laten horen, dat vind ik fijn.

Is je NRC-column ook een middel om je te uiten? Ik kan mezelf op voldoende manieren uiten en heb niet meer zo’n last van die beeldvorming, hoor. Ik slaag er vrij aardig in het los van mij te laten bestaan; ik heb er toch geen invloed op. Er is een tijdje geweest dat ik mijn interviews niet eens meer nakeek. Ik dacht: schrijf maar wat op, het zal wel, maak er maar van wat je ervan wil maken. De NRC-column was voor mij vooral een manier om uit het gevoel te stappen dat ik geleefd word. Ik wilde mijn eigen verhaal schrijven, minder afhankelijk zijn van producties die anderen bedenken. Maar ik ben helemaal niet gewend om mezelf aan het werk te zetten.

Ben je een uitsteller? Ik word al 100 jaar opgehaald. Een dag van tevoren hoor ik hoe laat de auto komt, nou, op dat tijdstip komt de auto de volgende dag, en dan ga ik aan het werk. Bij schrijven moet je een moment vinden waarop je gaat zitten. Dat vind ik moeilijk. Zelfdiscipline. De column lukt vaak nog wel. Als ik twee uur voor de deadline ga zitten, komt het goed, alhoewel ik hem dan vaak een half uur te laat inlever. Met korte verhalen is het meestal ook gelukt.

Nadat Loze ruimte uitkwam, zei je dat je een roman wilde schrijven. Dat is ook het idee, maar de zelfdiscipline die daar voor nodig is, is echt anders dan bij een column. Ik schrijf nu via Written Kitten. Dan krijg je na elke honderd woorden die je getikt hebt een kattenplaatje in beeld. Anders gebeurt er echt niks.

Hoe ziet een schrijfdag eruit? Eh, nou, ja. Voordat ik het weet, ga ik andere dingen lezen. Dan ga ik iets opzoeken op internet wat ik misschien nodig heb in huis. Vervolgens zit ik op allerlei fora te kijken wat andere mensen over dat artikel zeggen. Dan komt het besef dat ik écht wat moet gaan doen, maar dan wil ik eerst een kop thee. En dan ga ik de vaatwasser uitruimen. Terwijl ik naar buiten kijk, zie ik dat de ramen toch wel heel goor zijn. Nou, zo een beetje. Voor je het weet, kom je je jeugdfoto’s tegen in een rare doos. Nee, ’s nachts schrijven werkt eigenlijk het beste, maar ik moet vroeg opstaan om mijn dochter naar school te brengen, dus dat is niet handig. Maar schrijven is een fijne bezigheid; je hebt ook geen visagie nodig. Dat is echt top. En mijn katten zijn erbij, dat zijn fijne collega’s.

Ben je gehecht aan je cocon? Heel erg. Ik ben een beetje einzelgängerig. Altijd geweest. Mijn beste vriend Patrick Martens spreek ik elke dag; hij heeft een enorm netwerk aan kennissen en vrienden en is altijd op feestjes. Daar moet ik echt niet aan denken. Als ik twee sociale afspraken in een week heb, kun je mij opvegen. Ik stel me van alles voor bij dat soort gelegenheden met mensen uit de filmwereld. Op de een of andere manier voelt het daarom soms als geluk dat ze überhaupt aan mij denken.

Zou je alleen willen schrijven? Soms denk ik van wel. Dat ik even de treinen vol acteerklussen voorbij kan laten trekken. Maar ja, die hypotheek hè. Met schrijven verdien je helemaal niks. Ik had een tijdje dat ik acteren niet meer leuk vond. Maar toen kwam dus De surprise. Die onvrede zat ook gewoon in het hele vak, met alles wat eromheen zit. Het hele wereldje, het bekend-zijn, die gefakete glamour. Als ik iets op Twitter zet, komen er berichten op nu.nl of Boulevard. Nu heb ik er gelukkig al jaren voor gezorgd dat mijn focus ligt op werk, maar soms blijken zulke dingen erbij te horen. Ik doe dan wel mee aan Ranking the stars. Daar krijg je voor betaald, maar ik word daar niet per se gelukkig van.

Zie je voordelen van een bestaan in het middelpunt van de aandacht? Toen ik voor NRC, nog vóór de column, een keer een persoonlijk verhaal had geschreven, benaderden uitgevers mij. Zo ook mijn huidige uitgever Joost Nijsen van Podium. De eerste keer dat hij mij vroeg, vertelde hij mij welke andere BN’ers hij allemaal uitgaf. Toen zei ik: vertel me liever welke schrijvers je uitgeeft. In eerste instantie heb ik dat aanbod dus afgehouden, maar Joost is mij blijven mailen – als hij iets goed vond, maar ook als hij vond dat er iets beter kon in mijn columns. Ik wil niet een tv-persoonlijkheid met een column zijn. Bij mijn eerste bundel wilden ze mijn hoofd op de voorkant zetten, maar dat is toch heel raar? Het werd uiteindelijk een duif. Dus ja, wat zijn voordelen? Misschien word je eerder gevraagd voor dingen. Ik ben sinds mijn 16de niet anders gewend, dus ik vind het moeilijk echt voordelen te zien. Ik weet niet anders. O, wacht! Ja, ik heb nu een volle vriezer met Ola-ijsjes omdat ik onlangs over raketjes heb getwitterd. En ik heb een opblaasraket voor vakantie. Nou, daar heb je je voordelen.

Klem S02, donderdag, NPO 1, 20:35 uur

Start van seizoen 2 (lees hier de recensie) van de dramaserie met Barry Atsma, Jacob Derwig en Georgina Verbaan.

Lees ook