Davis

Hoe kwam de knuffel tussen Sammy Davis jr. en Richard Nixon tot stand?

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Het was een ongewoon stel: de zwarte entertainer Sammy Davis jr. en de witte president Richard Nixon – in omhelzing nog wel. Davis ontving doodsbedreigingen. Hoe kwam die knuffel tot stand? ‘Het is duidelijk dat ik fout zat.’

Hij was net door zijn partij genomineerd als kandidaat voor het presidentschap – opnieuw. ‘Four more years!’ klonk het uit ruim duizend Republikeinse kelen in het congrescentrum in Miami, waar de partijconventie plaatsvond. Richard Nixon, president van de VS, ging voor een tweede termijn en dit was zijn avond. Het was 23 augustus 1972. Na de bekendmaking van de uitslag begaf Nixon zich naar een feest van Republikeinse jongeren. Daar stond Sammy Davis jr. op de bühne. De Afro-Amerikaanse wereldster trad op met The Mike Curb Congregation, de begeleidingsband waarmee hij eerder die zomer zijn eerste nummer één-hit ooit had gescoord, met ‘The Candy Man’. Davis droeg een wit overhemd, met twee punten bijeengebonden, blote bast vrij in het zicht. Het contrast met Nixon, die in kostuum gestoken met zijn beveiligers kwam binnenwandelen, was groot. ‘Dames en heren, jonge stemmers: de president van de Verenigde Staten,’ sprak Davis tot het publiek. Gejuich. Nixon, glunderend, nam plaats achter de microfoon. Davis gunde hem vanaf het andere eind van het podium de ruimte. Tot hij ineens, als met een sprong, de president vastgreep in een omhelzing, van achteren. Grijnzend hield hij zijn hoofd tegen Nixons schouder. Ook Nixon grijnsde. Hij torende hoog boven Davis uit. In een reflex bracht hij, de bovenarmen in Davis’ greep, zijn grote handen omhoog en drukte ze tegen zijn bovenlichaam aan. Ongemak. Fotocamera’s flitsten.

De omhelzing zou Davis zwaar opbreken: scheldpartijen, vernederingen, doodsbedreigingen. Een zwarte Amerikaan die steun betuigde aan een Republikeinse president, op fysieke wijze nog wel – daar zat begin jaren 70 niet iedereen op te wachten. De inkt van de Civil Rights Act van 1964, die een eind maakte aan rassenscheiding in de VS, was nog niet zo heel lang droog. De opmars van Afro-Amerikanen in alle geledingen van de maatschappij verliep met horten en stoten. Veel zwarten ging het te langzaam. Als zij hulp verwachtten vanuit de nationale politiek, dan van de Democratische partij, die zich met de presidenten John F. Kennedy en Lyndon B. Johnson had ontwikkeld tot bastion van de burgerrechtenbeweging. Bij een deel van de witte bevolking leidde de interraciale wrijving tot onrust, zeker in de voormalige slavenstaten in het Zuiden. Daar stond de traditionele voorkeur voor de Democraten op de tocht. De Republikeinse partij raakte steeds populairder. Nixon stond voor beleid dat in het bijzonder Afro-Amerikanen raakte: meer nadruk op orde en gezag, minder op armoedebestrijding. Dat hij in zijn eerste kabinet geen zwarte politicus had opgenomen, had ook kwaad bloed gezet. Kortom, Davis en Nixon vormden een curieus koppel. Hoe was die openbare knuffel in Miami tot stand gekomen?

Sammy Davis jr. (1925–1990) werd geboren in New York en groeide op onderweg. Op driejarige leeftijd trad hij toe tot het variétégezelschap waarvan ook zijn vader deel uitmaakte, het Will Mastin Trio. Naar school ging hij niet, schrijven zou altijd een worsteling blijven. In die avontuurlijke, maar beschermde omgeving bleef Davis gevrijwaard van openlijk racisme. Pas in militaire dienst kwamen de eerste aanvaringen, met gebroken neus en al – een schok, zo zou hij later in interviews zeggen. Davis raakte betrokken bij de burgerrechtenbeweging: hij liep mee in protestmarsen en doneerde gul. Toch bleef zijn relatie met de Afro-Amerikaanse gemeenschap moeizaam. Velen vonden dat Davis, een van de eersten onder hen die als artiest algemeen aanvaard werd door het grote publiek, een te ‘wit’ leven leed. Hij vertoonde zijn kunsten voor de elite en trok op met The Rat Pack, de groep – blanke – entertainers rond Frank Sinatra. Het interraciale huwelijk met de Zweedse actrice May Britt, van 1960 tot 1968, kon evenmin op algemene goedkeuring rekenen. Davis stemde Democratisch. Hij steunde de presidentiële ambities van John F. Kennedy, voor wie hij op de Democratische conventie van 1960 boegeroep weerstond van partijleden uit het Zuiden, waar rassenscheiding nog tot de dagelijkse praktijk behoorde. Groot was zijn ontgoocheling toen hij vernam dat Kennedy, eenmaal gekozen, hem niet in het Witte Huis wilde ontvangen. Volgens biograaf Wil Haygood (In Black and White: The Life of Sammy Davis, Jr, 2003) was Davis in de kern een zeer onzeker mens. De entertainer zelf, tegen het tijdschrift Ebony in 1980: ‘Ik werd behandeld als een verstotene door de Democraten en behandeld als een mens door een man genaamd Bob Brown. En Bob Brown, zoals je weet, was een van Nixons hoogste adviseurs.’

Richard Nixon leek altijd meer geïnteresseerd in macht dan in minderheden. De raspoliticus uit Californië diende als vice-president onder Eisenhower, verloor de verkiezingen van Kennedy en keerde in 1968 als president terug in het Witte Huis. Van daaruit handhaafde hij menig stuk progressieve wetgeving – wat heet, hij bevorderde positieve discriminatie. Tegelijkertijd schurkte hij dermate dicht tegen de oerconservatieve, Zuidelijke stemmer aan dat het overgrote deel van de zwarte gemeenschap een hekel aan hem had. Vrienden in die kringen kon hij dan ook goed gebruiken. Zijn adviseur Bob Brown, een van de weinige Afro-Amerikanen in het Witte Huis, zond hij in 1972 naar Sammy Davis jr. Was Davis misschien bereid plaats te nemen in een economische adviesraad van de president? Davis accepteerde het blijk van erkenning onmiddellijk. In ruil daarvoor schakelde Nixon hem in voor allerhande klusjes: het bijwonen van de begrafenis van gospelzangeres Mahalia Jackson, het entertainen van Amerikaanse soldaten in Vietnam – Afro-Amerikaanse goodwill, kortom. In interviews verdedigde Davis Nixons beleid. Toen de president zijn nieuwe vriend vroeg om mee te helpen met zijn herverkiezingscampagne, kreeg hij wederom een ja te horen. En zo kwam het dat Sammy Davis jr. op een avond in Miami Richard Nixon omhelsde. Hij zou het bezuren.

Zodra de foto van de omhelzing in de pers was verschenen, stroomden bij Davis’ secretaresse Ann Slider de doodsbedreigingen binnen. De zanger zou zich weer bewezen hebben als een ‘Oom Tom’, een Afro-Amerikaan die voor de witte meerderheid buigt. Via de post en de telefoon kwamen zoveel vijandige reacties binnen, dat Slider ze verzweeg voor haar baas. Wel seinde ze de autoriteiten in, bang voor een aanslag. De zwarte gemeenschap was boos. Julian Bons, een Afro-Amerikaanse politicus uit Georgia, noemde de omhelzing ‘ongelooflijk, een irrationele daad.’ Zangeres en actrice Eartha Kitt, zo noteert biograaf Haygood, zag zichzelf in die periode toevallig plaatsnemen in hetzelfde vliegtuig als Davis. Direct na de landing schoot ze hem aan: ‘Waarom? Waarom?’ Davis wist niets te zeggen. In de luchthaven staarden voorbijgangers de twee beroemdheden verwonderd aan. Toen Davis antwoordde dat Nixon om zwarten gaf, beende Kitt woest weg.

Sy Marsh, Davis’ impresario, besefte dat er iets moest gebeuren. Begin 1973 – Nixon was inmiddels herkozen, met het volledige Zuiden in de tas – nam Marsh contact op met Jesse Jackson. De jonge, zwarte predikant bemoeide zich actief met de burgerrechtenbeweging. Davis was een trouwe geldschieter van Jacksons Operation PUSH, de organisatie waarmee hij armoede bestreed in Chicago. De zanger moest van dat gedoe met Nixon verlost worden, zei Marsh. Prima, vond Jackson. Als Davis 25.000 dollar meebracht voor PUSH, dan mocht hij naar Chicago komen. Marsh leende het bedrag – zoveel stond er nu ook weer niet op de rekening – en nam Davis mee naar een bijeenkomst van PUSH, waar hij zou optreden. Wat daar gebeurde, zou de zanger jaren later omschrijven als het verschrikkelijkste uit zijn carrière. En dat zegt iets, voor een man die ooit zijn linkeroog had verloren in een auto-ongeluk. Marsh overhandigde Jackson de cheque, en even later stond de predikant achter de microfoon. ‘Dames en heren, ik heb een verrassing. Brother Sammy Davis is hier.’ Davis liep het podium op – en werd uitgejouwd. Jackson, verbijsterd, besloot er een schepje bovenop te doen. Hij pakte Davis stevig beet en begon uit te weiden over diens verdiensten voor de zwarte gemeenschap. ‘Ik had wel verwacht dat een paar gekken zo zouden reageren omdat de man de president van de Verenigde Staten heeft omhelsd. Nou en? Kijk naar de betrokkenheid die deze gigantische, kleine man de afgelopen jaren heeft getoond.’ Opnieuw boegeroep. Davis wilde zich losrukken uit Jacksons greep. De predikant vroeg hem een van zijn hits in te zetten, ‘I’ve gotta be me’. Davis zong, en verliet het podium. ‘Ze willen me niet. Ik wil hen niet,’ zei hij tegen Marsh. Die avond dronk hij zich een stuk in de kraag, en huilde.

Davis had behoefte aan vriendschap, en vond die op dit punt in zijn leven op het hoogste politieke niveau. Een maand na het debacle bij PUSH nodigde Nixon hem uit te komen optreden in het Witte Huis. Davis stemde toe en nam zijn derde echtgenote Altovise mee, met wie hij die avond bleef logeren. Het verhaal gaat dat Davis midden in de nacht trek kreeg en naar de keuken sloop. Daar trof hij enkele Afro-Amerikaanse mannen. ‘Brother,’ zei Davis, ‘kan ik een boterhammetje krijgen voor boven?’ Zwijgend pakte een van de mannen een stuk ham en begon te snijden. Zelfs een nietszeggend babbeltje met de grote Sammy Davis jr. was kennelijk ongepast.

Twee maanden later begon de Amerikaanse senaat aan zijn verhoren inzake het Watergate-schandaal. Nixons einde was nabij. Davis’ vriend zou niet lang meer in het Witte Huis blijven. En Davis zelf? Die keerde terug naar de Democratische partij. Hij zou een aantal malen Ted Kennedy steunen in diens presidentiële ambities. In een terugblik in Ebony zei hij later: ‘Mij was heel wat beloofd door de regering-Nixon. Niet voor mij persoonlijk, maar er zouden dingen worden gedaan voor mijn mensen, als ik me zou binden.’ Davis had gedacht dat hij Nixon kon veranderen. ‘Het is duidelijk dat ik fout zat en een verkeerde keus heb gemaakt.’

Het uur van de wolf, donderdag 9 augustus, NPO 2, 22:45 uur

Documentaire over entertainer Sammy Davis jr., die ruim baan geeft aan zowel het overweldigende talent van Davis als aan de tragedies in zijn leven

Lees ook