Hoe komt de weekafsluiting van DWDD tot stand?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

In gesprek met De Partizanen over hun weekafsluiting in De Wereld Draait Door. 'Er zijn veel factoren waarop we geen invloed uit kunnen oefenen.'

De Wereld Draait Door heeft tegenwoordig niet meer één huiscomedian, maar twee: Thomas Gast en Merijn Scholten, beter bekend als De Partizanen. In de amper drie minuten die ze tot hun beschikking hebben weten ze elke vrijdag te verrassen met een haarscherpe sketch over de actualiteit, waarbij vooral de media die het nieuws brengen op de hak worden genomen.

Was DWDD een ingewikkeld bastion om te veroveren?
M: Het is een bizarre plek om te zitten, om in tweeënhalve, drie minuten een scène te laten ontstaan en ter plekke af te maken. Nee, een comfort zone zou ik het niet willen noemen.
T: Het programma bestaat al jaren, de muren staan heel vast, daarbinnen moeten we werken. Als we in het theater spelen, kunnen we zelf bepalen wat er gebeurt. Hier moet je maar zien hoe het gaat en hoe de sfeer in de studio is.

[blendlebutton]
Jullie hadden een gelijksoortige rubriek in ‘Cojones’, daar zit je al in de context van een comedy-programma.
T: Precies. We zitten in hún show. Het ligt ook aan de plek waar we zitten in de studio – kunnen we de mensen goed zien? Er zijn veel factoren waarop we geen invloed uit kunnen oefenen.

Hoe ontstaat een sketch?
M: Het fijnste is als het groot nieuws is. Iets wat in alle hoofden zit. Er is zo weinig tijd, je kan niet eerst eens een ingewikkeld dossier aan gaan leggen om daar nog eens een sketch over te doen.

Dat is juist ook het nieuws waar al zo veel over gezegd en gedaan is.
T: De meeste comedians zijn solisten, dan gaat het puur om de grappen die er gemaakt worden. Bij ons worden de grappen in een vorm gegoten. Dan is de invalshoek meteen al anders.

Was het meteen duidelijk dat jullie deze vorm – de tweespraakjes, de interviews – hier zouden gaan hanteren?
M: Ja, maar dat was ook omdat we voortborduurden op wat we bij Cojones hadden gedaan. Het voelt als een heel logische vorm, om in een tv-programma een tv-programma te persifleren, maar soms is het ook een beetje knellend. Wat we in het theater doen, is divers, we gaan alle kanten op. Op tv dreigen we soms twee Muppets achter een desk te worden, terwijl we eigenlijk vrijer dan dat zijn.
T: Laatst waren we al weg van de desk: Merijn interviewde mij, ik zat in het publiek en hij liep op mij af.
M: Dat voelde superlekker. Je neemt meteen veel meer de studio in. Het is soms ook heel gek om achter dat deskje te zitten – voor de duidelijkheid, we hebben daar zelf voor gekozen hoor, niemand dwingt ons! – terwijl er allemaal dynamiek in de studio gaande is.

Maakt het voor jullie uit wat er vóór jullie gebeurd is in het programma?
T: Het is een groot verschil of er net een lekker los, grappig gesprek is geweest, of dat Gijs Scholten van Asschat en Pierre Bokma allemaal mega-theatrale Shakespeare-dialogen hebben gedaan. Ja, dat maakt wel uit.

Want, dan voel je je ineens heel nietig?
T: Weet je…
M: …ik denk dat het voor de mensen niet eens veel uitmaakt, maar het maakt heel veel verschil met welke attitude wíj die sketch in gaan.

De Partizanen

Hoe zijn de momenten voordat het begint?
M: Dat zijn een paar hele rare minuten. Je zit de hele tijd op een klok te kijken: over hoeveel tijd beginnen we, hoeveel tijd hébben we nog überhaupt. Tegelijkertijd probeer je actief te luisteren naar het gesprek dat bezig is, én je te concentreren op het begin van de sketch. Het is een bizar niemandsland waar je dan in verkeert.
T: Een autocue gebruiken we niet, dus je zit jezelf ook krampachtig af te vragen: zít het nog in mijn hoofd?

Waarom geen autocue?
M: Dat komt het spel niet ten goede. Onze kracht zit erin dat we op elkaar reageren. En niet dat we ergens naar zitten te turen. Althans, dat vermoeden wij.

Hoe weet je of het goed gegaan is?
T: We voelen of we er allebei ín zaten. Misschien vonden mensen er geen hol aan en is er amper gelachen, maar dan was het tóch zo zoals we het bedacht hadden.
M: Het is heel leuk om die flow te bereiken met z’n tweeën.

Worden er achteraf nog verwijten gemaakt?
T: Er wordt hooguit gebaald. Als de boel vertraagd is omdat ik m’n tekst kwijt was, bijvoorbeeld. Maar we weten allebei dat het een heel heftig ding is om te doen, dus we vergeven elkaar een hoop.

Schrijven jullie woordelijk uit wat jullie doen?
T: We variëren een heel klein beetje.
M: De beste afleveringen zijn ook degene die we donderdagavond al strak in ons hoofd hebben zitten. Dan krijg je het gevoel dat het natuurlijk komt, als we die tekst door en door kennen. Als we gaan zoeken, wordt het rommelig.
T: Soms hebben we donderdag iets ingestudeerd, maar komt hij vrijdag met een hele nieuwe sketch aan – ‘We moeten toch iets anders gaan doen.’
M: Ik schrijf onze scènes. Het komt voor dat we iets hebben ingestudeerd wat oké is, maar waarover we niet écht enthousiast zijn. Dan word ik ontevreden wakker, soms levert die energie iets beters op. Althans, in onze adrenaline denken we dan vaak dat het beter is.
T: We moet ook oppassen dat we het idee dat we vroeg in de week hadden niet afschrijven omdat we er zelf inmiddels op uitgekeken zijn, terwijl het eigenlijk goed was.
M: Daar zijn we gedisciplineerder in geworden: niet meer urenlang over een idee gaan lullen, dan vind je het op een gegeven moment niet meer lachen.

Zien jullie jezelf als nieuws-beschouwers?
T: Het is niet onze diepe behoefte om onze mening te geven. ‘Mensen, dit kán toch niet’ – dat is niet wat wij doen. Meer: laten zien hoe mensen reageren op het nieuws, hoe het gebracht wordt, hoe de media werken.

Jullie maakten ooit een fake-documentaire over een standup-comedian die nooit bestaan heeft. Al toen waren jullie nieuwsvormen aan het persifleren.
T: Het meta-gebeuren, daar houden wij van.

Jullie toeren met succes langs de theaters, voelen jullie je tv-makers?
T: Bij Cojones waren we méér tv-makers, hier vullen we een hoekje in een tv-programma.
M: Maar als je bedoelt of we potentiële tv-makers zijn, ja, dat denk ik zeker.
T: Als we het alleen al over Nederland hebben zijn Jiskefet en Van Kooten en De Bie bijvoorbeeld grote voorbeelden van ons. Televisie, daar zitten nog hele werelden voor ons in om te ontdekken.
[/blendlebutton]