Flex

Hoe hiphop Nederland veroverde

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De hiphoprevolutie gaat in Nederland onverminderd door – ook op Eurosonic Noorderslag.

Het is natuurlijk wat overdreven te stellen dat festival Noorderslag in Groningen álles zegt over de stand van zaken in de Nederlandse popmuziek. En dat wie jaarlijks naar de Oosterpoort afreist – of de registratie op tv bekijkt – dus precies weet wat er speelt. Maar toch. Iedereen die in Groningen een beetje heeft opgelet, moet getuige zijn geweest van een grote verandering in de Nederlandse pop, om niet te zeggen: een totale, nooit eerder vertoonde poprevolutie.

Noorderslag is een jaarlijks feestje voor de Nederlandse muziek en pleegt steeds een brede en gevarieerde blik te geven op ons popcircuit. Dat circuit is ingrijpend veranderd, en dat zie je dus in de Oosterpoort. Tien jaar geleden moest je nog met een zaklamp zoeken naar een of andere opkomende Nederlandse hiphopact, of iets dat we toen nog heel on-Nederlands ‘urban’ noemden. Ergens in een klein achterafzaaltje, met het cachet van een vergaderkamer, kwam je dan misschien een jongen als Sef tegen (2011), of een formatie als Zwart Licht (2010). Grote acts als The Opposites en Opgezwolle kwamen wel vaker opdraven, maar dat waren toen al gevestigde popnamen. Net als De Jeugd van Tegenwoordig, het pretcollectief dat in 2011 de Popprijs in ontvangst nam en met die kartonnen namaakcheck over de hoofden van het publiek surfde. Maar verder? Schaarste.

Dan het Noorderslag van dit jaar. Uiteraard staat de producer Jack $hirak prominent in het programma, de producer die de Nederlandse jeugd in 2015 verblijdde (en ouders een paniekaanval bezorgde) met het nummer Drank & Drugs van Ronnie Flex en Lil’ Kleine. $hirak is nog steeds een van de allergrootste hiphophitmakers, en scoort met bijvoorbeeld de Hoornse rapper Jacin Trill. En dus staat die ook op Noorderslag, in de altijd gezellige foyer naast de Grote Zaal. Dan lopen we nog tegen het zachtmoedige dichtwerk aan van de Oosterhouter Ares, en vliegen langs de straffe Rotterdamse raps van Young Ellens en het minstens zo brute werk van de Amsterdammer Jiri11. En we luisteren naar Willem van The Opposites, naar Jay-Way en Fata Boom. Er is geen ontkomen aan: Noorderslag 2019 viert de staatsgreep van de hiphop.

En die werd de afgelopen jaren al ingeleid, want de hiphop raast uiteraard al jaren door het poplandschap – en vooral over de streamingplatfoms. Vorig jaar had héél Noorderslag, en eigenlijk heel Nederland, het maar over één man: Boef. Die zat toen nog midden in de door hemzelf gecreëerde ‘kech’-affaire en werd links en rechts geboycot, maar hij kon in Groningen toch mooi zijn Noorderslagshow spelen. En dat deed hij toen al met de routine van een heel grote artiest. 

Het was tekenend voor wat er aan de hand was in Nederland muziekland. Liefhebbers van zoiets ouderwets als ‘bandjes’, en dus jongens en meisjes met gitaren en de welbekende ‘puntige liedjes’, konden de hiphop bekritiseren wat ze wilden, maar de hiphop liet zich niet meer wegdrukken of boycotten. Boef rapte in Groningen wat oprechte excuses, gaf er een strakke hiphopshow overheen en het publiek dat Boef had willen uitfluiten of met bier bekogelen droop na twee tracks verslagen af. Achteraf bezien een zeer symbolische confrontatie, die we best de Slag om de Oosterpoort mogen noemen. Boef had gewonnen.

Boef

Hoe allesoverheersend de hiphop in Nederland was geworden, bleek ook eind vorig jaar, toen overal de jaarlijstjes opdoken. De cijfers van het grootste streamingplatform ter wereld Spotify waren verbluffend, en voor popliefhebbers van de al wat oudere generaties misschien zelfs angstaanjagend. In de top-10 van meest gedraaide artiesten in Nederland stonden vrijwel uitsluitend Nederlandse rappers, van de absolute nummer één Josylvio tot Boef, Lil’ Kleine, Frenna, Bizzey, Broederliefde, Sevn Alias en natuurlijk Ronnie Flex. Alleen de Canadese rapper Drake en de Britse popzanger Ed Sheeran hadden zich met moeite in dat ererijtje weten te wurmen, op de plaatsen 6 en 9. Vrouwelijke popartiesten – of vrouwelijke rappers – deden in Nederland even niet mee. Nooit eerder kregen we de hiphoprevolutie zo duidelijk en in heldere cijfers onder de neus geschoven.

Dat deze onthulling kwam van een streamingplatform, is veelzeggend. De hiphop, wereldwijd maar vooral ook in Nederland, kon zo groot worden omdat dat genre nu eenmaal perfect aansluit bij de nieuwe muziekindustrie en dus vooral ook bij de jonge muziekconsumenten. De Nederlandse hiphop is nauwelijks te vinden op ouderwetse geluidsdragers – probeer in een platenzaak maar eens aan een tastbare versie van het nieuwe mini-album 93 van Boef te komen – maar heeft volledig bezit genomen van de online muziekkanalen.

De streamingplatforms en bijvoorbeeld het videokanaal YouTube zijn relatief gezien erg toegankelijk, zeker vergeleken met de oude muziekindustrie van strenge platenmaatschappijen. Iemand die van zichzelf vindt dat hij een paar goede teksten heeft geschreven en er bovendien prima beats bij heeft bedacht, kan een track op YouTube of Soundcloud zetten. En wie het spel slim speelt, kan snel bovenaan de populariteitstlijstjes komen of zelfs ‘viraal gaan’. 

De hiphop speelt het spel slim. Waar bandjes van vroeger twee jaar in stilte zaten te broeden op een nieuwe plaat, om die dan als verrassing ineens met het publiek te delen, gooien jongens als Josylvio, Boef en Frenna om de paar weken een paar nieuwe tracks online, steeds in samenwerking met andere rappers die het al goed doen of net even een duwtje in de rug kunnen gebruiken. En die gestage stroom aan nieuw Nederlands hiphopwerk komt ogenschijnlijk vanzelf in de betere afspeellijsten terecht.

Josylvio

Zo vloeit de Nederlandse hiphop bijna automatisch in de oren van ontelbaar veel jonge liefhebbers, via het draadje van de koptelefoon in de smart­phone. Het contact tussen de artiesten en de luisteraars is heel direct, en dat wordt natuurlijk nog inniger dankzij de sociale media en natuurlijk de online hiphop-gemeenschappen van bijvoorbeeld het baanbrekende hiphopplatform 101Barz, dat steeds nieuwe en frisse muziek naar buiten brengt. 

En natuurlijk sluit de hiphop ook inhoudelijk aan op de jongere doelgroepen. Een opkomende rapper als Jacin Trill scoort, omdat zijn teksten voor iedereen vanaf 12 jaar te begrijpen zijn en voor de gemiddelde popliefhebber van een jaar of 30 waarschijnlijk volslagen ondoorgrondelijk. Test uzelf, bij bijvoorbeeld de tekstregels uit het liedje Byenkorf van Trill: ‘Oh, Jacin Trill, je smoket weer veelsteveel. Ze vragen: Jacin Trill, kijk eens naar je mail. Ik zeg bitch: kijk eens naar mijn iced out juweel.’ Et cetera.

Jacin Trill

Hoe verschrikkelijk hard het kan gaan met nieuwe Nederlandse hiphoptracks, vertelde de baas van Spotify Benelux Wilbert Mutsaers vorige maand tegen de NOS. Het nummer Verleden tijd van Frenna en Lil’ Kleine werd in september vorig jaar in één dag een miljoen keer gestreamd op Spotify. ‘De cijfers van Nederlandstalige hiphop zijn extreem, echt extreem’, zei Mutsaers. En dus gaat het ook op YouTube hard. Drie weken geleden gooiden Boef en rapper Lijpe een video bij het nummer Terug naar toen op YouTube, en die clip is al ruim anderhalf miljoen keer bekeken. Het zijn cijfers waar bijna geen enkel Nederlands bandje aan kan tippen, hoe sneu dat ook is voor al die jongens en meisjes die elke week met hun gitaarkoffers de oefenruimtes binnenlopen.

Toch was er de afgelopen jaren, in de eerste fase van de Nederlandse hiphopovername, ook iets vreemds aan de hand. Hoe dominant, allesoverheersend, spraakmakend en feestelijk de hiphop ook was, in het gevestigde popcircuit van podia en de bekende popfestivals zag je er verhoudingsgewijs veel te weinig van terug. Er waren wel een paar popclubs die opkomend Nederlands hiphoptalent het podium opduwden, zoals de Amsterdamse Melkweg en poppodium 013 in Tilburg, maar wie zo’n vijf jaar geleden het oog over de agenda’s van de poppodia liet gaan, kwam toch nog steeds vooral weer die bandjes tegen. Waar waren al die leuke nieuwe hiphopnamen eigenlijk? Probeerde de bestaande Nederlandse infrastructuur van de pop zich nog een beetje halsstarrig te verzetten tegen de nieuwe tijd, of hoe zat dat?

Zo simpel lag het niet. In de eerste plaats is een optreden in ‘een poppodium’, een benaming die voor jonge muziekliefhebbers waarschijnlijk net zo belegen klinkt als ‘een langspeelplaat’, voor veel opkomende rappers misschien niet direct het hoogst haalbare artistieke doel. Je ontkomt er in een poppodium toch niet aan een show van minstens anderhalf uur neer te zetten, en waar moet je zo’n optreden vandaan toveren als je net begonnen bent iets van een oeuvre te creëren. Bovendien is ‘live’ spelen vaak toch een ander kunstje, dat je ook een beetje moet liggen.

Maar de jongens en meiden die het kunstje wél beheersen, kozen aanvankelijk toch vaak voor een andere route. Waar al die leuke nieuwe rappers te vinden waren? In de discotheek natuurlijk, of op dat feest in die tent op het dorpsplein. Wie het discothekencircuit de afgelopen jaren wat minder goed heeft bijgehouden zal het ontgaan zijn, maar die branche drijft al jaren op optredens van Nederlands raptalent. Dat circuit is voor opkomende hiphop namelijk net zo toegankelijk als de online muziekplatforms: met een microfoon en een set tracks op een usb-stick kom je een heel eind.

En de shows in dit netwerk zijn ook nog eens bijzonder lucratief. Rappers als Sevn Alias of Kraantje Pappie vragen zo’n achtduizend euro voor een optreden van een half uur, uiteraard zonder complete begeleidingsband maar gewoon, met die microfoon. Boef komt ook een halfuur opdraven voor een bedrag tussen de acht- en tienduizend euro, en Lil’ Kleine doet het voor bijna het dubbele. De Nederlandse YouTube-ster Famke Louise lijkt goedkoop, met een vraagprijs van tussen de twee- en drieduizend euro, maar zij komt voor dat bedrag slechts een nummertje of vijf vertolken. Na een kwartier staat zij weer buiten. En het mooie aan deze markt: artiesten kunnen optredens ‘stapelen’. Als ze het een beetje uitgekiend plannen, kunnen Boef en Famke Louise op één avond zeker drie of vier shows geven, en dan wordt een lange nacht behoorlijk winstgevend. Vooral ook omdat de inkomsten met vrijwel niemand hoeven te worden gedeeld.

Kraantje Pappie

Maar toch lijkt de hiphop het laatste bastion de afgelopen jaren ook in te nemen. De agenda’s van de podia staan de komende maanden ramvol met Nederlandse hiphop. In popzaal Ronda van TivoliVredenburg komt straks producer $hirak voorbij met Famke Louise, Mula B en nog veel meer. Daarna treedt Boef aan, én rapper Donnie, én Ronnie Flex met band Deuxperience. En op de websites van vrijwel alle podia is zo’n uitgebreide hiphopagenda te vinden. Er wordt iets rechtgezet, en dat is ook logisch. Als breed en maatschappelijk verantwoord poppodium kun je niet om de hiphop heen: het zou raar zijn als de muziek in een club niets meer met de poprealiteit te maken heeft.

En de hiphop lijkt met de bestorming van de poppodia én de grote popfestivals toch ook iets te willen winnen. Iedere zichzelf respecterende artiest zal iets als artistieke groei willen doormaken, en daar horen op enig moment ook liveshows in het volwassen popcircuit bij. Ronnie Flex bewees al dat het kon. Hij bouwde vorig jaar een reusachtige band om zich heen en veroverde Paaspop en Pinkpop.

Met die Pinkpopshow van Ronnie Flex bewees Pinkpop zich vooral ook zelf een enorme dienst. Ronnie Flex trok jong en oud, en er was na een nummertje of drie niemand meer die zich afvroeg wat deze hiphop eigenlijk op een eerbiedwaardig popfestival als Pinkpop te zoeken had.

Ronnie Flex

En in de poppodia zien we de komende maanden dus eenzelfde revitalisering. Voor de optredens van Famke Louise, Boef en Frenna zal straks een hyperjong publiek naar de concertzaal komen, en het hele podiumcircuit zal er door worden opgefrist. Het zal soms wennen zijn: op de website van het Haagse podium Het Paard stond twee weken geleden nog een uitgebreide instructie, voor iedereen die naar het concert van Boef wilde komen. ‘Kinderen onder de 14 jaar mogen alleen naar binnen met begeleiding’, stond er te lezen. ‘Er wordt op leeftijd gecontroleerd.’ Maar hoe belangrijk de hiphop is voor de levenskracht van de Nederlandse popmuziek, zal over een paar jaar blijken, als de podia en festivals een heel nieuw publiek aan zich gebonden hebben.

Het zijn mooie tijden. En daarvan kunnen we straks op Noorderslag getuige zijn.

Eurosonic  Noorderslag van woensdag 16 t/m zaterdag 19 januari

Festival in ­Groningen met de artiesten van de toekomst. 

Noorderslag 2019 live zaterdag 19 januari, npo 3 23.05

Lees ook