Bob Dylan

Het verhaal achter de gospelalbum van Bob Dylan

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De documentaire Trouble No More belicht de religieuze jaren van Bob Dylan – en de daarbij horende platen, die popcritici nu wél kunnen waarderen.

1 november 1979.

Het publiek in het Fox Warfield Theatre in San Francisco schreeuwt de longen uit het lijf voor Bob Dylan, die met zijn band klaarstaat voor het openingsnummer van de avond. Dylan, een tenger figuur gekleed in zwart leren jasje en met zonnebril op, telt af en de band begint te spelen. Robuuste blues-rock met puntige gitaarlicks erdoorheen. Dan zet Dylan de eerste regels in. Het is een nieuw nummer, met tekst die de fans niet kennen. Het gejoel van het publiek verstomt langzaam maar zeker. Tegen de tijd dat Dylan bij het eerste refrein aankomt, juicht er niemand meer. ‘Je zal iemand moeten dienen,’ zingt hij met een rauwe, soms overslaande stem. ‘Het zou de duivel kunnen zijn, of misschien de Heer, maar je zal iemand moeten dienen.’ 

‘Gotta serve somebody’ en de rest van de nummers die Dylan die avond speelt, spreken allemaal met een stem die Dylanfans niet onbekend voorkomt, maar met een onderliggende bron die volslagen nieuw is. De thema’s van de teksten variëren van apocalyptische weerspiegelingen van Amerika, aanklachten tegen corruptie, valse religie, vrouwenhaters en doortrapte wereldleiders tot smeekbedes en beloften van trouw aan het adres van de Heer. Het moge duidelijk zijn: Bob Dylan, de protestzanger die zich voorheen nooit conformeerde aan iets of niemand, heeft God gevonden. Critici en fans zijn stomverbaasd. Wat is er gebeurd met de koning van de counterculture?

Alhoewel er veel versies zijn van het verhaal hoe Bob Dylan tot het geloof kwam, begon het volgens hemzelf tijdens een concert in 1978. Dylan beleeft een van de meest dramatische jaren uit zijn carrière, met de flop van zowel het album Street-Legal als zijn kunstfilm Renaldo & Clara. Het uiteenvallen van zijn 10-jarig huwelijk met Sara Lownds, waarover hij nog gepijnigd zong op de albums Blood on the tracks en Desire (1975 en 1976), had daarbij diepe littekens achtergelaten op zijn privéleven.

https://www.youtube.com/watch?v=Awo55I-9D-4

Ik voelde me niet al te best op die avond in San Diego,’ vertelt Dylan later in een interview, ‘en iemand in dat publiek wist het. Die persoon gooide een zilveren kruisje op het podium. Ik raap normaal gesproken nooit dingen op, maar ik had iets nodig op dat moment. Ik stak het in mijn zak en vergat het.’ De avond daarop zit Dylan alleen op zijn hotelkamer in Tucson, Arizona, en haalt het kruisje tevoorschijn. Hij hangt het om zijn nek en voelt vervolgens naar eigen zeggen een hand op zijn schouder en een aanwezigheid in de kamer die niemand anders kan zijn dan God zelf. ‘Mijn hele lichaam begon te trillen, een heel fysiek iets. De glorie van de Heer blies me omver en tilde me op.’

De muzikant sluit zich niet veel later aan bij de Vineyard Fellowship, een christelijke gemeenschap waar drie van Dylans bandleden en zijn vriendin zich al bekeerden. De Vineyard (anno 2018 een internationale kerkenketen) is onderdeel van de razendsnel groeiende ‘Jesus Movement’, een charismatische stroming die breekt met veel van de traditionele uiterlijkheden van de ouderwetse kerk. Nieuwe gelovigen worden gedoopt en op die manier ‘opnieuw geboren’. De muziek tijdens de samenkomsten heeft daarbij meer weg van moderne rock en pop dan stoffige psalmgezangen begeleid door orgel. Dylan laat zich naar verluidt in besloten kring dopen en volgt daarna een interne bijbelstudie van vier dagen per week, drie maanden lang. En inderdaad, eenmaal terug in de studio blijkt hij een herboren man. Een man met een missie.

Bob Dylan doet vervolgens wat hij altijd al deed: hij schrijft. In een tijdsbestek van enkele maanden pent hij een twintigtal nieuwe nummers neer, allemaal geïnspireerd door zijn geloof. Aansluitend plant hij een tournee om zijn christelijke materiaal ten gehore te brengen. Geen grote concertzalen en stadions deze keer, maar kleine theaters en auditoriums. De tour, 79 shows in een tijdsbestek van amper zeven maanden, zouden later bekend komen te staan als de Gospel Tour.

https://www.youtube.com/watch?v=NE_luyoGPMQ

De concerten gedurende deze tour tonen een welhaast onherkenbare versie van Bob Dylan. Hij zingt en speelt directer en urgenter dan ooit, alsof hij de wereld dringend ergens van wil overtuigen. Tussen zijn nummers door vertelt – nee, predikt – hij honderduit over Jezus, de bijbel, het einde der tijden en actuele ontwikkelingen in de wereld. Niet zelden komt het hem op heftig boegeroep te staan. Na afloop van shows vraagt een deel van zijn achterban zelfs steevast geld terug, aangezien Dylan weigert zijn oude nummers te spelen.

Niet alleen de fans uiten hun onvrede over het pad dat Dylan is ingeslagen. De drie christelijke albums die hij tussen 1979 en 1981 uitbrengt, worden ongenadig afgebrand door de critici. ‘Ongeïnspireerd en hopeloos misleid door waanideeën,’ schrijft muziekmagazine Rolling Stone over Saved (1980). Het blad New Musical Express noemt Shot of love (1981) zelfs Dylans slechtste album tot nu toe. De enige vorm van kritische erkenning die de songwriter krijgt gedurende deze periode, is het winnen van zijn eerste Grammy voor het nummer ‘Gotta serve somebody’, van het album Slow train coming (1979). Ex-Beatle John Lennon vindt dit lachwekkend en parodieert het lied met het uitbrengen van de single ‘Serve yourself’, een paar dagen voor zijn dood.

Alhoewel Dylan niet openlijk erkent gebukt te gaan onder de massale afwijzing, sijpelt het verdriet zo nu en dan door de muziek. ‘Ze wijzen me de deur,’ zingt hij in het nummer ‘I believe in you’, ‘omdat ik niet ben zoals zij zouden willen. Omdat ik in u geloof.’ De ware beproeving van Dylans geloof moet dan nog komen. In 1982 overlijden kort achter elkaar drie van Dylans dierbaarste vrienden, waaronder de christelijk musicus Keith Green, de man die hem op weg hielp met het schrijven van gospelmuziek. Dylan ontbindt zijn band, stopt met optreden en verdwijnt voor ruim een jaar uit beeld.

Tot opluchting van velen brengt de artiest in het najaar van 1983 het album Infidels uit, een werk dat bejubeld wordt als een terugkeer naar de ‘oude’ seculiere Bob Dylan. De onwrikbare overtuiging van de gospelalbums heeft echter plaatsgemaakt voor somber cynisme en onzekerheid. De gospeljaren zijn voorbij, en Dylan geeft in de jaren daarna slechts cryptische verklaringen hiervoor. ‘Ik hang geen rabbi, predikant of evangelist aan,’ zegt hij in 1997, ‘ik vind God in de muziek.’

En dan is daar in 2017 ineens het verzamelwerk Trouble No More, met acht uur aan niet eerder gepubliceerde concertopnames, studiotapes en zelfs een bijbehorende documentairefilm, allemaal met een focus op de periode 1979-1981. Dylan onderstreept hiermee nogmaals datgene wat hij in de afgelopen decennia al eens vaker zei: dat zijn gospelmuziek crimineel onderschat wordt, ongeacht hoeveel hij er inhoudelijk nog van gelooft. En voor de eerste keer lijken de critici die hem veertig jaar terug nog neersabelden het met Dylan eens.

Bob Dylan: Trouble No More, vrijdag 30 maar, Arte, 22:45 uur

Documentaire over Bob Dylans gospelperiode van 1979 tot 1981, met beelden van concerten in Toronto en Buffalo (1980).

Lees ook