Daan Schuurmans

Het Curriculum vitae van Daan Schuurmans: van Oppassen!!! naar Ik weet wie je bent

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Acteur Daan Schuurmans (1972) over zijn carrièrepad, dat hem zowel langs de jongerenfilm Costa! voerde als de nieuwe thriller-serie Ik weet wie je bent.

Oppassen!!! (1995)
‘In het derde jaar van de toneelschool heb ik foto’s laten maken en ben daarmee langs verschillende castingbureaus gegaan. Castingdirecteur Harry Klooster belde mij voor mijn eerste tv-optreden: Oppassen!!!, die comedyserie met die opa’s. Het was een gastrolletje, auditeren hoefde niet. De regie had Nico Knapper (die Pipo, Medisch Centrum West en Zeg ‘ns Aaa had geregisseerd, red.) en in een theatertje in Hilversum werd het opgenomen. Ik speelde Hans, een jongen die met dochter Anna ging toneelspelen. We repeteerden voor Romeo en Julia, maar Anna’s broer Rik zat er als een stoorzender tussen. Het grappige is dat ik in een televisiecomedy iemand moest zijn die toneel wilde spelen. In het echte leven deed ik toneel, maar wilde ik heel graag filmen. De keuze voor tv had in die tijd een andere status dan nu. Een echte acteur stond op de planken, heette het.’

Fort Alpha (1997)
‘In Fort Alpha had ik een grotere rol. De jeugdserie gaf me mijn eerste ervaring met herkend worden. Regelmatig brachten de acteurs bezoeken aan middelbare scholen. Tygo Gernandt en Tatum Dagelet zeiden dat ik een keer mee moest gaan: “Je weet niet wat je meemaakt!” Dat klopte. Al die scholieren wilden met ons op de foto, terwijl ik voor mijn gevoel net zelf van de middelbare school af was. Het was een rare ervaring. Niet meteen heel plezierig. De regisseur, de Vlaming Peter Gorissen, heeft me zeer beïnvloed als acteur. Hij regisseerde ons op volstrekt onorthodoxe wijze. Vrij moesten we zijn, vol risico er volledig voor gaan, de controle loslaten, zoals hij zelf ook deed. Hij heeft nog een tijdje op zolder gewoond bij mij en mijn toenmalige vriendin, omdat hij geen huis had. Daaruit is het idee ontstaan om hem een solovoorstelling van mij op de Amsterdamse toneelschool te laten regisseren. Zo heb ik een paar maanden met hem opgetrokken. Die man was een gids voor mij. Hij gaf vertrouwen, iets waar een beginnend acteur behoefte aan heeft. Dat deed hij bovendien in een periode in mijn leven die nogal verwarrend was: mijn vader overleed.’

Jewish Boxing (1997)
‘Deze korte film is van groot belang geweest. Twee Belgen, Wim Reygaert en Stefan Van Den Eede, hadden een scriptje geschreven voor een tien minuten durende eindexamenfilm aan de filmacademie in Gent. Ze zochten een hoofdrolspeler en hadden van iemand mijn naam doorgekregen. Ze kwamen praten bij mij thuis. Toevallig had ik net een rolletje aangeboden gekregen in een comedyserie. Daarmee had ik geld kunnen verdienen, met deze artistieke eindexamenfilm niet. Maar ik vond die jongens zo interessant. Ze wilden draaien op 16 mm, dus echt op film, en hun script intrigeerde me. Het ging over een Joodse geneeskundestudent die in een apotheek werkt. Daar zit hij te studeren, terwijl hij op de radio een gevecht volgt tussen een Italiaanse en een Joodse bokser. De Joodse bokser wint. Vervolgens stappen twee Italianen de apotheek binnen en beginnen de zaak kort en klein te slaan – zoals ook, op de radio, die Joodse bokser door Italiaanse fans in elkaar wordt geramd. Na afloop vragen die twee gasten aan de geneeskundestudent of hij nog iets lekkers voor ze heeft. Drugs. Hij antwoordt: “Morphine?” – de film is Engelstalig. Dat willen ze wel, maar de student geeft ze expres arsenicum mee en een paar injectienaalden. De volgende dag heeft de student een snijexamen. Hij staat bij een levenloos lichaam, slaat het doek opzij en daar ligt een van die Italianen. Ik vond het een briljant verhaaltje. Ongeveer een week lang heb ik bij die jongens geslapen om de film op te nemen. Toen hij af was, heb ik hem meegenomen naar mijn vader (Ton Schuurmans, journalist voor onder meer de actualiteitenrubriek Brandpunt, red.), die de film een keer of 25 heeft zitten kijken. Iedereen die op ziekenbezoek kwam, de huisarts incluis, moest óók kijken. Hij was er trots op. In dat filmpje zag hij dat ik iets kon. Dat heeft hem gerustgesteld. Van mijn latere carrière heeft hij niets meegekregen. Hij overleed in de maand waarin Jewish Boxing uitkwam.’

Westenwind (1999–2003)
‘Een ontzettend woedend mannetje was die Anton die ik speelde. Daarvoor kon ik gebruik maken van de woede die ik voelde over mijn vader, die me was afgenomen. Het was een rol waarvoor ik ongelooflijk veel meters moest maken. Op de set van Westenwind heb ik leren acteren voor de camera. Weten wat een camera met je doet, hoe je overkomt – dat soort dingen. Vanwege Westenwind ben ik nooit afgestudeerd. Ik heb drie jaar op de toneelschool in Maastricht gezeten, toen twee jaar in Amsterdam, en daarna kwam de grote rol van Anton. Er speelden te veel verwarrende zaken in mijn leven om de discipline op te brengen om dat papiertje te halen. De dood van mijn vader, maar ook twijfel over welke kant ik op moest: toneel of film en televisie? In de keus tussen die twee paden ben ik altijd ambivalent geweest. Het ene pad is helder: naar school gaan en een toneelspeler worden. Daar ben ik iets te ongedurig voor. “Daantje zou naar school toe gaan/ maar hij bleef gedurig staan,” zegt het kinderwijsje. Het andere pad heeft me uiteindelijk veel moois gebracht. Zeker de afgelopen jaren heb ik alles mogen doen: mooie films, televisieseries, maar ook toneel. Het kan ingewikkeld zijn om je eigen spoor te volgen, want mensen willen je stappen duiden en je kan faliekant de mist in gaan. Al is dat laatste, vind ik, gelukkig niet gebeurd.’

Costa! (2001)
‘Vol bravoure riep ik: voor mijn dertigste heb ik een hoofdrol in een speelfilm! Bij Westenwind deed de kans zich voor. Ik wist dat Johan Nijenhuis, die af en toe een aflevering regisseerde, een beach boy zocht, dus schoot ik hem aan. In Westenwind zag ik eruit als de dood van Pierlala, met het bleke gezicht van iemand die een intensief nachtleven leidt. Ik zei dan ook tegen Johan: je moet je me voorstellen met een sixpack, gebruind en gespierd. Op een dag bezocht hij me in mijn kleedkamer. “Als je niet te veel geld vraagt, heb jij die rol.” En zo geschiedde. Costa! was mijn eerste speelfilm. Hij groeide uit tot een veel groter succes dan we hadden verwacht. Aan de andere kant werd hij nogal mishandeld in de pers, dat was minder. Costa! markeert het begin van een bloeiperiode in de Nederlandse film. Al een tijdje was het wat stiller in de bioscopen, maar op een gegeven moment kwamen ook de romantische komedies op en bleven de bezoekersaantallen maar groeien. Ik heb een aantal van dat soort films gemaakt, totdat ik dacht: ik moet eens door.’

Deuce Bigalow: European Gigolo (2005)
‘Het team van Deuce Bigalow kwam naar Europa en iedereen, van agenten tot acteurs, stond te klapperen met zijn oren van de bedragen die de Amerikanen bereid waren te betalen voor al die flauwekul. Het was een onzinfilm waar de Nederlandse filmindustrie heel veel geld aan heeft verdiend. Mijn rol was die van een zekere Zucchini Gigolo. Een zucchini is Engels voor courgette, en dat stuk groente droeg mijn personage bij zich om zichzelf van een groter geslacht te voorzien. Je kunt het je niet goedkoper voorstellen. Ik weet niet of je de film gezien hebt, maar het is een aanrader. Op dit moment weegt mijn thuissituatie, met drie kleine kinderen, zwaarder dan een carrière in het buitenland. Ik houd me er niet sterk mee bezig, want ik heb er geen tijd voor. Soms is het niet eens een keuze: niet zo lang geleden heb ik een project in Japan afgeslagen omdat ik dan de geboorte van de tweeling had gemist. Wel heb ik in 2015 een scène met Donald Sutherland gespeeld in de tv-serie Crossing lines. Dat was bijzonder. Veel dichter bij Hollywood ben ik niet gekomen – al hebben mijn vrouw (actrice Bracha van Doesburgh, red.) en ik er van 2008 tot 2009 een tijd gewoond. Een buitenlandse klus is meer binnen handbereik gekomen doordat je tegenwoordig thuis een selftape kunt maken en opsturen, en je dus niet voor een auditie naar bijvoorbeeld Amerika hoeft te vliegen. Zo heeft Sylvia Hoeks die waanzinnige rol in Blade Runner 2049 bemachtigd. Als ik een tape zou maken, moet ik beschikbaar zijn, maar momenteel draai ik me in Nederland een slag in de rondte. Als ik echt een carrière in het buitenland zou nastreven, zou ik een half jaar vrij moeten nemen om er gericht aan te werken. Maar dat doe ik op dit moment niet.’

Closer (2007)
‘Closer was een life changer. Omdat ik daar Bracha heb ontmoet? Niet alleen daarom. Het mooie van toneel is dat je acht weken in een repetitielokaal verdwijnt, en nergens kan een acteur beter voelen hoe hij ervoor staat. Van tijd tot tijd een toneelstuk doen is ontzettend goed voor je ontwikkeling als speler. Het Nationale Toneel had me gevraagd, een aantal fijne acteurs deed mee. Als een script goed is, of de mensen met wie je werkt, dan is het halve werk al gedaan. Dan kan je het alleen nog maar zelf verpesten. Probeer je met krakkemikkig materiaal iets te maken, dan sta je met 1-0 achter. Door dat toneelstuk ben ik mijn projecten veel zorgvuldiger gaan kiezen. Het is niet zo dat ik zeg: alles wat ik hiervoor deed was rotzooi, en pas na Closer werd het goed. Ik heb genoten, zowel van commerciële projecten als van klassieke dingen. Je hebt alles nodig om te komen waar je komt. Maar het stomste wat je kunt doen voor je ontwikkeling is dingen uit de weg gaan, omdat je bang bent voor de mening van een deel van je publiek. Je moet zelf keuzes maken. Risico nemen is belangrijk in mijn vak. Zo ontdek je wat je wil en wat je niet wil.’

Annie M.G. (2009)
Bernhard, schavuit van Oranje (2010)
‘Deze twee dramaseries werden tegelijkertijd uitgezonden, en worden daarom vaak samen genoemd. Voor beide rollen heb ik één prijs gewonnen (de Beeld en Geluid Award voor beste acteur, in 2010, red.). Misschien wel omdat ze zo uiteenliepen: de volstrekt extraverte playboy Bernhard tegenover de introverte Flip van Duyn, de zoon van kinderboekenschrijfster Annie M.G. Schmidt. Of de extraverte prins mij beter ligt? Dat vind ik niet. Dat is een kwestie van smaak. Het personage Bernhard valt meer op. Sterke figuren, vol bombarie, trekken nu eenmaal meer aandacht dan zachte en stille.’

Van God los (2012)
‘Mijn eerste regieklus, een aflevering van Van God los, was een aangename ervaring. Hij heeft me inzichten geboden als acteur. Als je je realiseert wat een regisseur allemaal moet doen... Acteurs zijn gauw geneigd te denken dat zij het allerbelangrijkst zijn, maar een regisseur heeft meer aan zijn hoofd dan dat ene personage. Daarnaast merkte ik dat het fijn is wanneer acteurs gul zijn. Daarmee bedoel ik dat ze zich geven, en bereid zijn uit te proberen wat een regisseur van hen vraagt. Jack Wouterse was enorm gul, bijvoorbeeld. Het regisseren smaakte naar meer. Ik wordt weleens gevraagd, maar ik wil voorzichtig zijn in de keuze van mijn eerstvolgende regieklus. Die luxe heb ik, omdat ik als acteur genoeg aan de slag ben. Desalniettemin: ik hou ervan om verhalen te vertellen. Er ligt een en ander bij producenten, en Bracha en ik hebben een productiemaatschappij waarbinnen we samen projecten ontwikkelen. Dus ik ben er wel degelijk mee bezig.’

Heer & meester (2014)
‘Achttien jaar geleden ontmoette ik Willem Zijlstra, toen hij hoofd drama werd bij Endemol. Ik zei: “Wij moeten iets gaan doen.” Waarop hij antwoordde: “De Nederlandse Saint.” Je weet wel, die Engelse tv-serie met Roger Moore als gentleman-misdaadbestrijder. Willem is dat idee gaan ontwikkelen. We hebben een paar dagen met een aantal schrijvers gebrainstormd op Schiermonnikoog. Daar is de naam Valentijn verzonnen (Valentijn Rixtus Bentinck, zoals het hoofdpersonage heet dat Schuurmans speelt, red.). En dat hij in een hotel woont en een butler zou hebben. Twaalf jaar heeft het project een sluimerend bestaan geleid, totdat Willem bij Jan Slagter van Omroep MAX zat en dacht: laat ik het eens opperen. Slagter was meteen enthousiast, en nu zijn we twee seizoenen en een film verder. Zo werkt het. Toen we begonnen, bestond MAX niet eens. Die omroep programmeert series met een nostalgisch karakter, en Heer & meester paste erbij. De tijd was gewoon rijp.’

Ik weet wie je bent (2018)
‘Ik weet wie je bent heeft een vergelijkbare voorgeschiedenis. De thrillerserie is geproduceerd door Chantal van der Horst. Ik ken haar al twintig jaar, uit de tijd dat zij assistent-productieleider was bij Westenwind. Daar zat ze op een klein kamertje. Er stond een kast waar nieuwe scripts in belandden. Die kwam ik steeds bij haar lezen. Wij hebben altijd contact gehouden, en toen ze de Spaanse serie Sé quién eres zag, waarop Ik weet wie je bent is gebaseerd, dacht ze meteen: dit is iets voor Daan. Het bijzondere aan mijn rol is dat ik een man ben die aan geheugenverlies lijdt, maar als kijker vraag je je constant af of dat ook echt zo is. Misschien speelt deze Daniel Elias het maar? Dat maakt zijn personage voor mij als acteur interessant. Nu eens moet de kijker vinden dat ik oprecht ben, dan weer lijkt het van geen kant te kloppen. Acteren begint bij ‘als’. Wat als je niemand om je heen herkent? Iedereen weet wie jij bent, en jij hebt ze maar te geloven. Dat maakt je bestaan verschrikkelijk wankel. Of je doet alsof, natuurlijk.’

Ik weet wie je bent zondag 26 augustus, NPO 3, 21:10 uur

Dramaserie met Daan Schuurmans als strafadvocaat die zelf verdachte wordt bij de vermissing van zijn nichtje (Gaite Jansen).

Lees ook