Assad

Hany Abu-Assad over de The Mountain Between Us

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hany Abu-Assad (Het 14e kippetje, Paradise Now) is al enige tijd Hollywoodfilmer – nu is er het liefdesdrama The Mountain Between Us met Kate Winslet en Idris Elba in de hoofdrollen. Een interview.

The Mountain Between Us heet de nieuwe film van Hany Abu-Assad. Een Hollywoodfilm pur sang is het, met alles op de juiste plek: plotwendingen, overweldigende beelden, aanzwellende violen op de juiste momenten en twee beroemde acteurs in de hoofdrollen: Kate Winslet en Idris Elba. De regisseur maakte al eerder een Hollywoodfilm, The Courier in 2012, maar daarover zou hij later zeggen dat het een ‘een mislukking,’ was. Abbu-Assad is altijd de eerste om zijn eigen films te bekritiseren. Zo maakte hij – weer zijn eigen woorden – ‘een puinhoop’ van zijn debuutfilm, Het 14e kippetje. Maar tevreden kan hij eveneens zijn en is hij ook: over Omar, een thriller over een Palestijn die wordt gedwongen voor de Israëlische autoriteiten te werken en over Paradise Now over twee Palestijnse jeugdvrienden die zich opmaken voor een zelfmoordaanslag. De film werd opgenomen in de bezette gebieden en de regisseur hield er shellshock aan over, zo gevaarlijk en traumatisch was de draaiperiode. Paradise Now werd genomineerd voor een Oscar. Die won hij niet, maar het was wel Abu-Assads ticket naar Hollywood.

Nu is er dus zijn tweede Hollywoodfilm, het op het gelijknamige boek gebaseerde The Mountain Between Us, over twee mensen die elkaar aan het begin van de film niet kennen, maar stranden op de top van een berg nadat de Cessna waarmee ze thuis proberen te komen verongelukt in slecht weer.
Abu-Assad is even in Nederland voor de promotie van de film – en dat is groots aangepakt. De toegestroomde journalisten krijgen vijfentwintig minuten per gesprek. De regisseur heeft nog net geen bodyguard, wel zit er, zoals soms gebruikelijk bij interviews in Hollywood, een publicitair medewerker in de hoek, driftig in de weer met zijn laptop en zijn horloge (na 24 minuten klinkt er een streng: ‘laatste vraag’) en als die is gesteld en de handen geschud zijn ter afscheid, staat er op de gang weer een volgende journalist klaar en is er een assistent-medewerker publiciteit om je rap het hotel uit te loodsen. Het lijkt lang geleden dat we uren spraken over Het 14e kippetje (1998) en ook het kalme gesprek over The Idol, zijn laatste film, in het Filmmuseum, nog geen twee jaar terug, lijkt een eeuwigheid geleden.

Zo hard als hij de afgelopen jaren heeft gewerkt – sinds Paradise Now (2005) en de nasleep (promotie, Oscars en verwerking van het trauma) die drie jaar duurde, levert hij om de twee jaar een nieuwe film af – zo rustig praat hij zelf, waarbij je soms even voor hem wilt ademen, want het zit wat hoog, zijn respiratie. Daarbij is zijn stem een beetje geknepen. Het zijn niet de zenuwen; hij had dat tijdens het gesprek over zijn debuutfilm ook al. Misschien is het de taal, het Nederlands, dat hij leerde toen hij in 1980 op 19-jarige leeftijd vanuit Palestina naar Nederland kwam om hier vliegtuigtechniek te studeren – lang voordat dat een verdachte studie was voor studenten uit het Midden-Oosten. Hij rondde de studie keurig af en ging toen naar de Filmacademie. Het Nederlands beheerste hij als de beste toen, maar nu hoor je hem af en toe zoeken naar woorden, het Engels is er ingeslopen. De Nederlandse filmmaker die hij altijd dacht te worden, kaliber ‘Alex van Warmerdam of George Sluizer’ werd hij niet – ook dat ‘per toeval’: terwijl hij samen met Thomas Ross bezig was met een script over de Bijlmerramp, kwam deze met het idee voor een film over de laatste 24 uur van een zelfmoordterrorist. Zo geschiedde met Paradise Now.

Nu zijn we een handdruk verwijderd van Kate Winslet. En van Michael Fassbender, die ook auditeerde, met als tegenspeelter Jessica Chastain en van Charlie Hunnam en Rosamund Pike. Maar het werd de combinatie Winslet/Elba, waarmee hij een eerste alternatie aanbracht aan het oorspronkelijke, door Chris Martin geschreven boek. In dat boek waren de hoofdpersonen wit. Dat het in Abu-Assads film om een ‘gemengd’ koppel gaat, is, zegt Abu-Assad, ‘geen politieke keuze geweest, of een politiek correcte, of een emancipatorische beslissing’. Het is veel pragmatischer: Elba en Winslet waren de beste combinatie. ‘Dus dat een van de hoofdpersonen gekleurd is, is geen issue. Het is het eerste liefdesverhaal dat kleurenblind is.’ Nog iets: je mag bij deze film van het begin tot het einde dan misschien het gevoel hebben dat het onderwerp je bekend voorkomt, volgens de regisseur is het een van de weinige films waarin liefde en overleven met elkaar verbonden zijn. ‘The African Queen uit 1951 is het enige andere voorbeeld wat ik kan bedenken,’ zegt hij.

Dat het toch zulk bekend terrein is, zit ’m waarschijnlijk in de zachte benadering van het materiaal, met alles op de juiste plek, klassiek Hollwood heet dat. In dit geval ontmoeten Ben Bass en Alex Martin elkaar op het vliegveld van Salt Lake City. Ze moeten allebei naar huis, zij omdat ze de volgende dag gaat trouwen, hij omdat hij cardioloog is en een belangrijke operatie op een tienjarig jongetje moet uitvoeren. In verband met de weersomstandigheden vertrekt hun vliegtuig niet, maar Alex, koppig als een ezel en vastberaden op tijd thuis te zijn voor haar ja-woord, regelt een privé-vliegtuig met piloot en vraagt Bass of hij mee wil om zo de kosten te delen.

Na een kleine dertig minuten zijn we getuigen van de crash en begint het verhaal – en de opbloeiende liefde tussen Alex en Ben. De piloot is dood, alleen diens racistische hond is er nog bij. Maar nogmaals – ook die is niet bedoeld om iets aan de kaak te stellen. Abu-Assad: ‘Ik heb de film poëtisch-realistisch aangepakt. Ik wilde de confrontatie niet op zo’n manier aangaan dat je kijkers verliest. Ik denk dat mensen gaan nadenken, zonder dat je iets in hun gezicht gooit.’

The Mountain Between Us werd grotendeels opgenomen boven de boomgrens. Abu-Assad is een voorstander van authenticiteit; aan green screens doet hij niet, aan computer gegenereerde beelden maakt hij zich zo min mogelijk schuldig. Zodoende filmde hij 20 van de 45 draaidagen boven op de berg, bij -30 graden. De suggestie dat twee acteurs van het niveau van Winslet/Elba zo onderlegd zijn dat ze ook kunnen acteren dat ze boven op een berg zijn, weerlegt Abu-Assad: ‘als je echt voelt hoe het is, dertig graden onder nul, dan worden je keuzes anders. Natuurlijk kunnen zij spelen, doen alsof. Theater is een en al spel. Maar maken ze eerlijke keuzes? Ik denk dat de keuzes eerlijker worden als je in de situatie zit. Ze worden eerlijk tegenover hun gevoelens, spelen niet op de automatische piloot. Als regisseur weet ik zelf dat ik in die omstandigheden betere keuzes maak. Het is gevaarlijk, maar ook mooi. De combinatie, daar ben ik naar op zoek gegaan.’

Voor Abu-Assad was het werken met twee zulke beroemde acteurs een nieuwe ervaring. ‘Vooral bij Winslet moet je niet met flauwekul aankomen, je moet alles beargumenteren. Elba werkt meer ­intuïtief, maar heel verrassend en de combinatie tussen de twee was interessant. Ik heb er veel van geleerd en er van genoten om te zien dat ze samen iedere scène optilden.’

Of zijn volgende film weer een Hollywoodproductie wordt, weet hij nog niet. Al is het hem goed bevallen. ‘Het is niet echt anders werken, tenminste als regisseur niet. Op de set kreeg ik alle vrijheid om te doen wat ik wilde. En het werk van een regisseur is toch het beoordelen van de acteurs en het beeld. Hoe de compositie moet zijn, hoe je de leegte invult. Het was prachtig, ik zag dat sneeuwlandschap letterlijk als mijn canvas.’
Anders was wel alles wat er daarvoor en daarna gebeurde, in pré- en de postproductie. Zo moest iedere verandering die hij maakte in het script door een commissie van mensen goedgekeurd worden: producenten, de studio, zelfs advocaten bemoeien zich ermee. ‘Zo wilde ik de naam Ashley veranderen naar Alex. Voordat dat kon, ging de juridische afdeling kijken of er een Alex Martins bestaat als journalist. Dat moet gecheckt worden. En dan is er nog de post-productie. Je moet steeds onderhandelen, in de montage, met de keuring, en dan is er nog het publiek.’

Dat brengt ons bij de eindscène, die, zonder twijfel tot de zoetste Hollywoodscènes van het laatste decennium hoort. We doen niet aan spoilers hier, maar Abu-Assad wil wel zeggen dat hij zelf eigenlijk wilde stoppen op het moment dat de hoofdpersonen weglopen en dan ‘cut to black’. ‘Maar dat hebben we getest en dat vond het publiek niet goed. Wie ben ik om ze niet te geven wat ze willen?’

The Mountain Between Us draait vanaf 26 oktober in de bioscoop.

Lees ook