Guerrilla S1E1: Terug naar de revolutionaire jaren zeventig

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

John Ridleys dramaserie over de Britse Black Panthers komt nog niet helemaal op gang.

Activistische scenarioschrijvers grijpen steeds vaker terug naar de revolutionaire jaren zeventig, toen verandering (net als nu) in de lucht hing. Oscarwinnaar John Ridley (12 Years a Slave) verbeeldt in Guerrilla de beproevingen van een drietal verzetsstrijders, in Londen in 1971. Kent (Idris Elba), Jas (Freida Pinto) en Marcus (Babou Cesay) staan aan de vooravond van een revolutie. Deze ‘kinderen van het kolonialisme’ zijn onderdeel van een beweging die zich wil verzetten tegen de dominantie van de witte racistische conservatieve man, die ‘claimt’ dat je als ‘kleurling niets waard bent’.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

De eerste aflevering opent met een citaat van Vietnamees Ho Chi Minh, de bekende communistische vrijheidsstrijder. Daarmee is de toon meteen gezet: verandering zal problemen met zich mee brengen; change is trouble. Meer verzet zal leiden tot meer repressie. Engelse staatsburgers met een koloniale afkomst willen niettemin erkend worden als volwaardig, en niet als ‘inbreker’ of ‘bezoeker’, zoals ze in deze roerige tijden worden gekarakteriseerd door rechtse politici. De activisten zijn hiervoor bereid hun leven op het spel te zetten, zo blijkt wanneer de hoofdrolspelers besluiten dat vreedzaam verzet niet werkt. Eerst wordt een invloedrijk politiek gevangene met geweld uitgebroken.

Dit geweld wordt gelegitimeerd omdat het gelijkheidsbeginsel een farce is: gelijkheid is voor mensen met een donkere huidskleur een onmogelijkheid. In meerdere scènes zien we hoe de gediplomeerde docent Marcus vanwege zijn (Afrikaanse) achtergrond nergens een baan komt. Daarmee raakt Ridleys scenario de actualiteit: onlangs bleek uit een onderzoek dat sympathisanten van Trump hun stem op hem vooral uitbrachten omdat ze tegen een diverse samenleving zijn. In Amerika ligt de wortel van dit latente racisme onder meer in het slavernijverleden, zoals te zien in de uiterst intrigerende de documentaire The Black Panthers: Vanguard of the Revolution (2015) – een film die je voorafgaande aan Guerrilla prima kunt zien.

In Ridleys Londen aan het begin van de jaren zeventig zijn het evenwel de naweeën van het kolonialisme in het racistische Londen die centraal staan. Hoewel de Amerikanen en Engelsen – de activisten toen en nu – hetzelfde doel hadden en hebben: het verdringen van racisme en het verwerven van (gelijke) rechten. Ridley weet deze immense missie in de eerste aflevering nog niet volledig te vertalen naar overtuigend drama. Momenten van contemplatie – bespiegelingen van personages – duren te lang, waardoor het geheel stilvalt. Ook Ridleys acteursregie – de cast bestaat met Elba en Pinto uit grote talenten – is gemankeerd. Vooralsnog hebben we van beide acteurs beter gezien.

Schoenmaker blijf bij je leest. Ridley kan via het scenario zijn schrijftalent etaleren – Guerrilla is behoorlijk knap geschreven – als hij de regie overlaat aan een ander. Gelukkig mag veteraan Sam Miller, bekend van zijn televisiewerk, ook drie afleveringen regisseren.

Guerrilla S1, 16 april bij Showtime

Lees ook