Grand Designs S11: troostrijke huizenbouw-tv

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hoe is het elfde seizoen Grand Designs (een Brits woonprogramma) in hemelsnaam in het trendinglijstje van Netflix terechtkomen?!

Hoe is het elfde seizoen Grand Designs (een Brits woonprogramma) in hemelsnaam in het trendinglijstje van Netflix terechtgekomen?!

Men neme een man die geobsedeerd is door de bouw van een nieuw huis, een vrouw die daar in principe ook wel naar uitkijkt, een roedel kinderen, een beperkt budget, enige vorm van woonvisie en daar is weer een nieuwe aflevering van even voorspelbare als onweerstaanbare Grand Designs.

Grand Designs is onder de titel De grote verbouwing al vele jaren het leukste programma op SBS 6 (sorry Rob Geus, sorry Viktor Brand), lang voordat Netflix bestond, maar het programma lijkt gemaakt voor de streamingdienst – het zal er in ieder geval een hoop nieuwe vrienden bij krijgen. Het programmaidee is eenvoudig: presentator (en designer, maar daar hoor je hem nooit over) Kevin McCloud volgt een stel bij de bouw van een nieuw huis. Voor de productie nemen de makers de tijd: één aflevering kan makkelijk enkele jaren beslaan – een huis is immers niet zomaar af. Zeker niet het soort huizen dat we in Grand Designs tegenkomen.

Grand Designs is als een kookprogramma: je ziet wat je zelf wil doen, doet ideeën en inspiratie op, en daarna gaat de tv uit en denk je er nooit meer aan. En het is Ik Vertrek: je laaft je aan het lef van de bouwers, maar verbaast je ook over hoe onvoorbereid je aan zo’n project kunt beginnen. Vaste elementen: de man die zich verliest in het project (in serie elf zit een man die al een jaar of tien schetsen maakte voor zijn huis en nu eindelijk kan beginnen), de vrouw die (na geruzie en extreem veel stress) aan het einde van een kale ruimte iets gezelligs maakt én de onvermijdelijke overschrijding (soms een verdubbeling) van het budget. Voor McCloud is de kwestie van budgetoverschrijding een vast element en tevens de uitsmijter, zoals de prijs van het kunstwerk in Tussen kunst & kitsch de uitsmijter is.

Tussendoor komt McCloud het project bezoeken en stelt kritische vragen, niet zelden een tikje vals. God nee, moet die antieke vloer er echt uit?! Of: wordt dit huis geen ongezellig betonnen fort?! En altijd weer die vraag over het budget – halverwege een aflevering dreigt overschrijding al, en dan moet er nog een verdieping of anderhalf worden gebouwd. Om de afleveringen onderling wat profiel te geven, wordt het karikatuur rond het personage eindeloos uitgemolken: de man met voorliefde voor boerenschuurarchitectuur. De ex-soldaat die zijn legerkennis gebruikt voor het managen van een bouwproject. De herhaling is er ook voor de mensen die het programma gewoonlijk via Channel 4 (dus mét reclame) kijken en dus halverwege inhaken.

Heel geëmancipeerd is het allemaal niet, in Grand Designs. De monomane man die een nestje wil bouwen. De vrouw die probeert het gezin draaiende te houden en zich bezighoudt met de inrichting en zich zorgen maakt over het budget voor de kranen. En intussen wordt het echtpaar almaar grijzer, almaar dunner. Grand Designs is op zijn best als er wat te bewonderen valt, maar is alleen compleet als er een element van ramptoerisme aanwezig is. Die voorspelbaarheid van Grand Designs maakt het troostrijke comfort-tv in roerige tijden.

Geen wonder dat het zo’n grote hit op Netflix is.