Gooijer ziet: Independence Day: Resurgence

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De overdrijving uit Independence Day uit 1996 was boeiend, maar de overdaad uit het vervolg laat het ons onverschillig.

De overdrijving uit Independence Day uit 1996 was boeiend, maar de overdaad uit het vervolg laat het ons onverschillig.
Een Big Mac met geen twee maar acht burgers erop, is dat nog lekker? Is het nog voedsel? Met een vergelijkbaar sentiment loop je de bioscoop uit na het zien van Independence Day: Resurgence, het vervolg op de vrolijke alien invasion-rampenfilm Independence Day uit 1996. Wat een overdaad aan heel knappe maar ook heel saaie effecten, wat een triest geval van het misverstand bigger is better. En wat boeiend dat de overdrijving uit deel één zo leuk was en de hyper-overdrijving van deze film zo onverschillig laat.

Het verhaal is identiek aan het vorige: de reptiel-achtigen die de mensheid in de vorige film versloeg, komen terug om een gaatje in onze planeet te boren en zo de kern leeg te zuigen. Wij hebben inmiddels hun technologie gejat en een massaal mondiaal leger op de been gebracht om de onvermijdelijke terugkeer van de aliens het hoofd te bieden. Maar we konden natuurlijk niet weten dat het moederschip, dat vorige keer  afschuwelijk groot was, nu absurd groot is. Ongeveer vijfduizend kilometer breed is het, met zo’n massa dat het z’n eigen zwaartekrachtveld opwekt en zodoende het hele oostelijk halfrond uit de grond rukt en een eindje verder op Londen weer laat vallen, waardoor er wolkenkrabbers uit Dubai in de Thames donderen. Op London Bridge natuurlijk, want zoals het karakter dat door Jeff Goldblum wordt gespeeld opmerkt: ‘ze raken graag de monumenten’. Dat is, naast een beeldgrapje over de in dit genre bijna verplichte vernietiging van het Witte Huis, de enige humor die regisseur Emmerich toelaat. Humor redde deel één nog, maar de bloedeloze serieusheid waarmee de uitwisselbare jonge piloten opnieuw op zoek gaan naar een zwakke plek in de buitenaardse militaire overmacht, is nu niet om aan te zien. Net als al het gekopieer, want de design-esthethiek waarmee de buitenaardsen en hun hardware zijn vormgegeven, is geleend van andere films, vooral die van de Alien-serie. ‘Dit heeft 200.000.000 dollar gekost,’ verzucht je na anderhalf uur verveling.

Maar dan, in de finale, doet Emmerich iets goed. Hij beperkt zich zowaar. De aliens worden teruggebracht tot één beest, namelijk hun koningin, en de mensheid tot een paar vliegtuigen (eentje bestuurd door de ex-president der VS uit deel één) en een schoolbus met kinderen, bestuurd door de vader van Jeff Goldblum. De locatie wordt ook veel rustiger: een uitgestrekte, lege en spierwitte woestijn. En dan, als bigger is better is vervangen door less is more, blijkt het einde van Independence Day: Resurgence ineens tamelijk opwindend en visueel indrukwekkend. Maar dat maakt de rest niet beter, en de suggestie in de laatste minuut dat we een deel drie tegemoet kunnen zien waarin de mensheid naar de reptielen afreist om de boel daar eens goed uit te roeien, stemt niet vrolijk.

Lees ook