Gooier ziet: Kijken in de ziel

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Gisteren spraken wetenschappers in Kijken in de ziel met Coen Verbraak over wetenschappelijk onderzoek en het fijne fenomeen van serendipiteit.

Gisteren spraken wetenschappers in Kijken in de ziel met Coen Verbraak over wetenschappelijk onderzoek en het fijne fenomeen van serendipiteit.

Iedereen kent serendipiteit, ofwel ‘de ongezochte vondst’, in het dagelijks leven: je zoekt iets en stomtoevallig vind je iets heel anders. Zuiver toeval is het natuurlijk niet, want als je alles overhoop haalt, is het niet gek dat je allerlei dingen vindt. Serendipiteit komt ook tijdens wetenschappelijk onderzoek voor. Over de aard van dat onderzoek, de verschillende stijlen van onderzoek – zeer methodisch en controlerend onderzoek versus wetenschap met een soort artistieke flair – en de rol van serendipiteit wisten de wetenschappers boeiend te vertellen; deze en de vorige uitzending van Kijken in de ziel zijn zeer het terugkijken waard. Ter aanvulling enkele andere voortreffelijke voorbeelden van wetenschappelijke serendipiteit die ons dagelijks leven verrijkte:

In 1945 was Percy Spencer in het lab van het bedrijf Raytheon aan het werk met een apparaat dat elektromagnetische straling voortbracht toen de chocolade reep in zijn zak begon te smelten. Geïntrigeerd plaatste hij een schaal popcorn voor het apparaat. Die begon te poppen. Enig verder geëxperimenteer leidde in 1947 tot de introductie van de eerste magnetron.

In 1968 probeerde wetenschapper Spencer Silver een superlijm te ontwikkelen voor zijn werkgever 3M. Onbedoeld was een van zijn resultaten een heel slechte, slappe maar eeuwig plakkerige lijm. Silver begon intern te leuren met zijn lijm, maar niemand in 3M was geïnteresseerd totdat ene Art Fry vijf jaar later met de lijm begon te experimenteren in combinatie met papier. Het was toevallig geel papier, want in het lab lag alleen geel papier. Langzamerhand werd 3M enthousiast en sinds 6 april 1980 verovert Post-It de wereld.

In 1941 wandelde de Zwitserse ingenieur George de Mestral met zijn hond in de bossen bij zijn huis en vroeg zich af of de klissen, ofwel die irritante stekelige bolletjes, die sommige planten op zijn hond en zijn broek achterlieten, misschien ook praktisch nut konden hebben. Het idee rijpte maar langzaam, maar na veel geëxperimenteer patenteerde hij in 1955 de uitvinding die ons leven aanzienlijk verbeterde: klittenband.

Het wetenschappelijk onderzoek in Kijken in de ziel is van minder frivole aard. Gaat dat zien:

http://www.npo.nl/kijken-in-de-ziel-wetenschappers/05-08-2016/VPWON_1253012