In gesprek met Michiel van Erp over Dit zijn wij

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Michiel van Erp portretteert in Dit zijn wij Nederland en zijn bewoners. ‘Als ik niet wakker lig, weet ik inmiddels, loopt de draaidag erna meestal ook niet zo goed.

Michiel van Erp portretteert in Dit zijn wij Nederland en zijn bewoners. ‘Als ik niet wakker lig, weet ik inmiddels, loopt de draaidag erna meestal ook niet zo goed.'

Michiel van Erp maakte een nieuwe documentaireserie: Dit zijn wij. Het is weer een typische Van Erp: meanderende portretten van Nederlanders in die typische situaties die bij ons aller leven horen, zoals trouwen, doodgaan, geboren worden en je auto liefhebben. Elke aflevering met een eigen thema, en verhaallijnen die door elkaar lopen, nu weer grappig dan weer diep ontroerend. Gaat het maken van zo’n serie, in dat wonderlijke genre dat hij zo’n beetje zelf ontwikkelde, hem na vijfentwintig jaar in het vak makkelijk af?
‘Nee.’
Elke film of serie is weer een bevalling. Ook nu, blijkt uit de verhitte verhandeling over de worsteling die volgt met de voice-overs van Dit zijn wij.
Kort samengevat: ‘Filmen is en blijft een proces vol twijfels.’

Wordt dat nooit makkelijker? Nee. Heel jammer.

Had je dat gehoopt toen je net begon? Ja, dat ik minder gespannen zou zijn. Dat ik er niet meer van wakker zou liggen. Maar als ik niet wakker lig, weet ik inmiddels, loopt de draaidag erna ­meestal ook niet zo goed. Er moet ­spanning zijn. Als ik weinig geef, komt er ook niet zo heel veel terug.

[blendlebutton]

Is het geen kwestie van simpelweg vastleggen wat er gebeurt? Kijk, als ik ergens ga filmen, zie ik dat als een avontuur. Een avontuur dat ik aanga met een cameraploeg, een researcher en de mensen die ik ga filmen. Van tevoren zit ik te bedenken wat ik allemaal hoop te gaan zien, eigenlijk hoop ik dan dat het nog nét ietsje meer wordt – dat er iets misgaat, dat iets opeens enorm ontroerend is. Daar ben ik eigenlijk de hele dag mee bezig. Dat gevecht maakt me ­gespannen. Ik heb ook geen zin in een chagrijnige cameraman bijvoorbeeld, want dan maak ik me dáár weer zorgen over.

Want je moet veel geven tijdens een draaidag. In de eerste aflevering zit een bruidspaar dat gaat trouwen in Gouda. Daar ben ik dus al een uur van tevoren. Om te kijken hoe de bode is, hoe de trouwambtenaar is… Die trouwambtenaar vond ik al een typje, dan weet je: daar kan iets mee gebeuren, die moet ik een microfoontje geven. Vervolgens kwamen het bruidspaar en de gasten te laat, waardoor er alsmaar niet begonnen kon worden. Dat kon dat bruidspaar geen klap schelen, vond ik erg grappig, maar die trouwambtenaar was er niet zo van gecharmeerd. Heerlijk.
Dus dan zijn we enorm in de weer om te zorgen dat we de leuke dingen wel filmen. Het ziet er uiteindelijk zo vanzelfsprekend uit: ‘Oh, waar is Michiel nóu weer in beland?’ Terwijl het vooral een kwestie is van goed opletten, van voorbereiding. Het is maar waar je de focus op legt, ik kan me voorstellen dat een andere filmer zich juist staat te ergeren dat iedereen te laat is.’

De voldoening kan groot zijn, al blijft het een worsteling? Ja. En nu is het klaar. En dan denk ik: ‘Oh wat heerlijk, ik hoef niet te draaien!’ Want ik vind dat echt wel een gedoe. Maar na een maand begin ik dan toch weer tegen Monique (Busman, Van Erps compagnon in hun productiebedrijf De Familie Film & TV) balletjes op te gooien om weer dingen uit te gaan zetten. Ik heb alweer van alles verzonnen voor de komende jaren. Want dan mis ik het alweer.

Wat is het basisidee als je zo’n documentaire gaat maken? Daar hebben we in dit geval echt lang over nagedacht. De VPRO wilde een serie op NPO 1, voor een groot publiek. Monique en ik maken graag programma’s rond diversiteit, ook in films van anderen die we produceren, dus daar zaten we op te broeden: wat kun je nou nog maken dat bijdraagt aan het eeuwig voortdurende debat? VPRO-hoofdredacteur Karen de Bok zocht ook naar iets waarmee de VPRO kon laten zien dat er ook heel veel wél goed gaat in Nederland. Misschien, dachten we toen, moeten we een serie maken die niet gáát over diversiteit, maar wel een heel divers Nederland laat zien. We worden allemaal verliefd. We willen allemaal een kind. We geven allemaal om onze auto. We gaan allemaal dood. Dáár gaat die serie over. Over wat ons verbindt. Geen pamflet, maar amusement waar stiekem een boodschap in zit verstopt.

Een boodschap die jullie graag uitdragen. We maken er gewoon veel films over. De films van Sunny Bergman, bijvoorbeeld.

Waarom is dat zo? Omdat dat mij heel erg bezighoudt. Heeft ook een beetje te maken met mijn eigen homoseksualiteit. Dat je niet bij de grootste gemene deler hoort, heeft me altijd wel bezig gehouden. Als we dan toch een bedrijf hebben en documentaires maken, kunnen we maar beter dingen doen die we belangrijk vinden. Niet altijd de makkelijkste weg, maar wel een dankbare.

Is het alleen maar een nadeel om, bijvoorbeeld, homoseksueel te zijn en niet bij de grootste gemene deler te horen? Het is ook wel prettig. Je hebt iets om je tegen af te zetten, iets te veroveren, dat is ook leuk. Dat gaat me ook goed af. Het helpt ook dat het ­herkend wordt wat ik maak, en dat ik erkenning krijg.

Heb je daar weleens discussies met Sunny over, dat het een voordeel kan zijn om je uit een minderheidspositie omhoog te vechten? Nee, Sunny snapt soms oprecht niet dat mensen haar niet willen begrijpen. Die wordt dan alleen maar feller. Terwijl ik dan denk: Mensen kúnnen een andere mening hebben. Sunny en ik kunnen heel erg om elkaar lachen.

Zou je wel een film over Sunny ­willen maken? Ja, en zij over mij! Vroeger zei ze weleens: ‘Michiel, hoe doen jullie homoseksuelen dat nou? Jullie staan toch zo-en-zo in het leven?’ Dat vind ik dus leuk. Fijn om te constateren dat…

…enige generalisering ook haar niet vreemd is. Juist. Heel grappig. Word ik helemaal niet boos om. En er valt nog een hoop te ontginnen.

Zou jij pamflettistische films kunnen maken zoals zij doet? Nee. Ik ben totaal geen actievoerder, en ook geen intellectueel. Maar ik vind het fijn dat ik het zo kan organiseren dat anderen op de barricades gaan. Ik ben heel goed in mensen portretteren, hun levens bekijken. Maar Sunny bijvoorbeeld, die laat niet los. Die zet haar tanden in een onderwerp en blijft maar doorbijten. Dat vind ik knap. Ik laat veel eerder los.

Ben je gemakzuchtiger? Fel: Nee, gemakzuchtig vind ik niet iets wat bij me past.

Het lijkt wel of je een aversie tegen dat woord hebt. Ja, ik weet ook niet waarom ik daar zo op reageer. Gemakzuchtig associeer ik toch een beetje met luiheid, dat ben ik helemaal niet. Ik vind: je moet eruit halen wat erin zit. Uit alles. Het komt nooit voor dat ik wakker word en níet weet wat ik met een dag ga doen.

Elke dag moet een nuttige dag zijn? Ja. Maar nuttig kan ook zijn dat je hartstikke dronken wordt. Maar dan niet van: O, per ongeluk dronken geworden!

Ben je altijd al zo geweest? Ja. Al heb ik tot mijn tweeëntwintigste wel zitten emmeren. Zo van: wat moet er nou van mij worden? Ik wist nog niet exact wat mijn talent was. Ik werkte toen zo’n beetje als acteur, dat ging best aardig, maar ik had wel door dat ik dat niet mijn hele leven moest blijven doen. Toen ik ging filmen, had ik dat wel. Ik wist meteen: dit vind ik leuk, en dit kan ik.

Je hebt ook vanaf het begin je eigen ­stijl gevonden. En die is nooit weggegaan, die is tot op de dag van vandaag bij me gebleven. Nou is het ook zo dat het meteen heel goed ging. Mensen vonden het mooi of spannend, herkenden het.

Moet je in je persoonlijke leven ook altijd vooruit, moet het altijd nuttig en goed zijn? Ja, maar ik ben eigenlijk ook een heel gelukkig iemand. Ik heb een leuke man, leuke vrienden, leuke familie – daar doe ik heel veel mee, daar investeer ik ook veel in. Dat is fijn. Ik vind het jammer dat ik ouder word. Vervelend. Die eindigheid bevalt mij niks. Er zijn mensen met wie ik samenwerkte, die zijn maar een paar jaar ouder dan ik, en gaan met vervroegd pensioen. Ik vind dat angstaanjagend. Laatst zag ik Paul Verhoeven in een heel geestig gesprek bij DWDD. Die man is volgens mij in de zeventig en heeft nu meer succes dan ooit, met een mooie film, dus je hóéft het niet te verleren. Dat vond ik troostrijk.

Jij bent zelf nu ineens dramaregisseur geworden. Eerst was er Ramses, nu ga ik een speelfilm maken. Echt een droom. Had ik vijf jaar geleden ook niet gedacht. Het leuke is: als je zo’n ontluikende ambitie hebt die wordt herkend of erkend, er zoveel avonturen zijn om aan te gaan. Bergen te beklimmen, in de hoop dat je de top bereikt. Kan ik nog wel twintig jaar mee voort. Ik ga nu een boek van Philip Huff verfilmen, een scenario van Marnie Blok en ook nog een scenario van Dimitri Verhulst.

Hoe kwam je bij Dimitri Verhulst? Hij is mijn favoriete schrijver. We zaten samen in de jury van Film by the Sea, het filmfestival in Vlissingen. Daar was ik in gaan zitten omdat hij erin zat, al heb ik dat natuurlijk niet aan hem verteld. Nou, dan zit je avonden met elkaar te praten, en toen bleek dat hij graag een film zou schrijven. En dat ik die dan moest ­regisseren. Fantastisch.

Walg jij wel eens van iemand die je aan het filmen bent, of vind je iedereen even vermakelijk? Walgen doe ik zeker niet. Maar het is soms ingewikkeld dat je bij mensen thuis bent en je zeker weet dat de hele kamer op Wilders stemt. Daar begin ik dan maar niet over. En het is ook een soort voorrecht dat je in zoveel werelden terechtkomt. Dat je er ook zoveel plezier hebt. Je krijgt heel veel mee van de mensen met wie je filmt. En op wie ze stemmen is uiteindelijk niet zo relevant. Heel lang geleden, misschien wel twintig jaar, was er bij de VARA een interne discussie met alle eindredacteuren: hoe de VARA het volk moest bereiken. Iemand zei toen: ‘We hebben maar één maker in huis die het volk kent en dat is Michiel.’ Paul Witteman moest er enorm om schaterlachen, zo’n onzin vond hij dat. Hij vond dat je het volk in discussies moest zien te bereiken. Maar ik was wel de enige die bij al die mensen thuiskwam.

Vind je dat Nederland veranderd is in al die jaren dat je er films over maakt? Ik vind dat zo moeilijk om te zeggen, met die blik loop ik helemaal niet rond. Ik doe geen onderzoek. Wat er veranderd is, is hoe mensen reageren op film. Iedereen is zo gewend om gefilmd te worden, weet ook hoe dat werkt, maken zelf films met hun telefoon. Vroeger was het nog bijzonder als je met een camera binnenkwam, dat is nu niet meer zo. Ik probeer nog wel een beetje te ontregelen, maar in principe weet iedereen dondersgoed waar ze aan meewerken.

Dit zijn wij 2 maart, NPO 1, 22:20 uur

Achtdelige documentaireserie waarin Michiel van Erp het Nederland van nu en zijn bewoners toont. Afl. 1: Hoe trouwt Nederland?

[/blendlebutton]

Lees ook