De filmvrouwen van Paul Verhoeven

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Een documentaire met Paul Verhoeven in de hoofdrol – dat is scheren langs een veelbewogen leven van een filmmaker die zich misschien wel nooit echt zal laten kennen.

Een documentaire met Paul Verhoeven in de hoofdrol – dat is scheren langs een veelbewogen leven van een filmmaker die zich misschien wel nooit echt zal laten kennen.
 

In de biografie van Rob van Scheers over Paul Verhoeven is het nu nog een kleine terzijde – de keer dat de jonge Verhoeven op het schoolplein de bal afpakte van zijn klasgenootjes en deze zonder blikken of blozen over het hek schopte. Van Scheers haalt de anekdote ook aan in Verhoeven vs Verhoeven, de documentaire die Elisabeth van Zijll Langhout over de regisseur maakte. Een film met archiefmateriaal, filmscènes en talking heads over Verhoeven en gesprekken met Verhoeven zelf, die een overzicht van leven en werk van de regisseur probeert te geven en die bij vlagen inzichtelijk is – maar die ook (en dat kan misschien ook wel niet anders in vijftig minuten) een beetje langs de randen blijft scheren.

Meer over Verhoeven kom je dan toch te weten uit eerdergenoemde biografie, waarvan binnenkort een herziene editie uitkomt. In deze editie zal ook het balincident iets uitgebreider opgetekend zijn, vooral omdat het zo veelzeggend is. Want nee, Verhoeven schopte de bal niet weg omdat hij egocentrisch was, of als enig kind niet had geleerd te delen, noch omdat hij zich geen raad wist hoe hij zich moest verhouden tot zijn spelende leeftijdsgenootjes; het wegschoppen van de bal gaf hem, zo licht hij toe ‘een sardonisch plezier’: iedereen verbijsterd zien, het spel kapotgemaakt, als een ‘ras pestkop’. Een totaal (zelf)bewuste actie dus. Het is, schrijft Van Scheers ‘deze pestkop die in al zijn films valt aan te wijzen. Met zijn neus voor wat het publiek wil, weet hij ook heel goed wat het publiek niet wil – en in zijn films krijgt het publiek het doorgaans allebei.’

Van allebei een beetje, dat krijgt het publiek ook weer in Verhoevens laatste film, Elle, die op het afgelopen Filmfestival van Cannes hoge ogen gooide en waarmee ook de documentaire begint. Na tien jaar van mislukte en uitgestelde projecten of films die hij niet gefinancierd kreeg, was Verhoeven vorig jaar weer druk aan het filmen, in Frankrijk dit keer. In de pers verschenen sfeervolle setfoto’s, zoals die met Verhoeven languit op visgraatparket naast zijn hoofdrolspeelster Isabelle Huppert, om hen heen gebroken glas, een plant uit de pot, de kleren van Huppert in de war. Het plezier tussen de twee lijkt er vanaf te spatten, maar nu we de film gezien hebben, weten we dat daar niet de makkelijkste scène van de film werd gerepeteerd of gedraaid: het is de scène waarin Huppert in haar rol als Michèle, bruut verkracht is. Een scène overigens die ondergetekende niet met open ogen kon kijken, zo gewelddadig en overweldigend is hij.

Eigenlijk is het, gezien de reacties op heel veel films in het oeuvre van Verhoeven – hij kon na zijn blasfemische en vrouwonvriendelijke Spetters en De vierde man geen films maken meer in Nederland, waarna hij uitweek naar Amerika en de geschiedenis zich herhaalde – credits voor Robocop (1987), Total Recall (1990) en Basic Instinct (1992), maar kort daarna verketterd voor Showgirls (1995) – eigenlijk opvallend dat Elle zo positief ontvangen is, want op de Paul Verhoeven-matrix, scoort deze film behoorlijk op seks & geweld en is het niet een-twee-drie duidelijk dat Michèle Leblanc nou zo’n rolmodel voor de vrouw is. Ja, ze neemt wraak op haar verkrachter, maar het is ook een vrouw die zo gemangeld is door het leven en die daar zo verknipt door is geraakt dat er van enig empathisch vermogen geen sprake is. En bovendien: geniet ze eigenlijk niet stiekem een beetje van die verkrachtingen?

Het is in de films van Verhoeven nooit helemaal duidelijk wat de positie van de vrouw is. Lief en onschuldig. Misschien wat grof (maar dat was juist haar charme natuurlijk) is eigenlijk alleen Monique van de Ven in Turks Fruit en in Keetje Tippel. Maar vanaf Spetters lijken zijn vrouwelijke hoofdpersonages altijd vooral agressief. Renée Soutendijk, in die overigens prachtige rol in Spetters als de eigenaresse van een frietkraam waarmee niet te sollen viel; maar ook Elisabeth Shue in Hollow Man – er zit niets tussen lief en agressief, de vrouwen schakelen van de eerste naar de vierde versnelling in twintig seconden. Beste voorbeeld is natuurlijk Nomi in Showgirls die een lift krijgt aangeboden, nog niet in de auto zit, of al een mes onder de neus van haar chauffeur duwt. Het arme kind heeft natuurlijk het een en ander meegemaakt, maar als kijker valt het wat rauw op je dak. Ook de bijrolspelers in Basic Instinct, de psycholoog van mannelijke hoofdrolspeler (Michael Douglas) Dr. Beth Garner (Jeanne Tripplehorn) en Roxy (Leilani Sarelle) het vriendinnetje van Catherine Tramell (Sharon Stone): het zijn allebei agressief opererende vrouwen, de eerste passief-agressief, de tweede openlijk en bovendien met lesbische voorkeuren. Alleen Catherine Tramell lijkt naast die harde buitenkant nog een softe spot te hebben, maar haar personage is zo ambigu dat je ook daar geen vat op krijgt.

En dan Michèle Leblanc, in Elle. Ook dat is niet bepaald een warme vrouw, niet op de werkvloer (als directrice van een bedrijf van videogames waarin sowieso de vrouw gedomineerd wordt door allerhande monsters) noch voor haar vrienden of familie. Alleen voor haar kat heeft ze een plekje in haar hart. En misschien voor haar beste vriendin en compagnon, hoewel ze ook diens man neukt.

Nee, soft is de inmiddels 78-jarige Verhoeven nog altijd niet in zijn films en pesten kan hij ook nog als de beste. Het zou me niets verbazen dat hij zelf verbaasd is geweest dat deze film met zoveel égards werd ontvangen – en hij zelfs nog getipt werd als kanshebber voor de Gouden Palm. Maar de vos mag zijn streken dan filmtechnisch niet verloren hebben, als regisseur is hij milder geworden, en als mens, nou ja, dat is helemaal een ander verhaal. Zoals acteur Dolf de Vries, die onder meer met hem werkte in Turks fruit, Soldaat van Oranje, De vierde man en Zwartboek, zegt: ‘Als mens is hij totaal anders dan als de man die de films maakt.’ Al is dat ook wel veranderd, want er was ook een tijd dat hij, aldus De Vries ‘heel lelijk kon zijn. Al kon hij dan wel aan het einde van de dag naar je toe komen en “het spijt me zeggen” met de toevoeging: ‘maar je moet niet zeggen dat iets niet kan’.

Zelf sprak ik hem voor het eerst toen hij in 2006 in Nederland was om in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid een dvd-box met zijn vroege films te presenteren. De journalisten stonden opgesteld in een grote rij en voor en achter je hoorde je mensen spannende anekdotes vertellen over Verhoeven die zich tot dan toe nog maar zelden in Nederland had laten zien, want dat was toch het land waar ze hem niet meer moesten. Maar eenmaal voor in de rij aanbeland, bleek ik opeens oog in oog te staan met zo’n aardige man die ook nog eens erg geïnteresseerd was en het vraaggesprek omdraaide. Inmiddels is dat in Nederland ook wel genoeglijk bekend, met zijn enthousiaste optredens in Zomergasten, de filmcolumns die hij een tijd lang samen met Rob van Scheers maakte voor de Volkskrant en de keren dat hij aanschoof bij DWDD en hij de kijker in een spervuur van verbaliteit deelgenoot maakt van zijn avonturen – met bruggetjes naar de kosmos, naar het verleden, de toekomst, naar God, naar film, naar zijn leading ladies. En dat continu doorspekt met stopwoorden als ‘nietwaar’. De verloren zoon is natuurlijk allang weer terug, zijn reputatie in ere hersteld. Een aantal van zijn films zouden eigenlijk verplicht moeten worden gekeken op de middelbare school. Of thuis: Turks fruit, Soldaat van Oranje, Spetters, Basic instinct, Starship Troopers. En die eerste, Turks fruit, elke vijf jaar en extra als je verliefd bent. Want het is de ultieme en beste liefdesfilm ooit in Nederland gemaakt.

Close Up: Verhoeven vs Verhoeven, zondag 25 september, 19:15 uur

Lees ook