#EK2016: veiligheidsoefeningen bij de NOS

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Als chef commentatoren van de NOS (en als deskundige bij Studio Voetbal) gaat Arno Vermeulen vier enerverende weken tegemoet.

Als chef commentatoren van de NOS (en als deskundige bij Studio Voetbal) gaat Arno Vermeulen vier enerverende weken tegemoet.
 

Vindt u de voetbalwereld een prettige om in te functioneren?
Ik functioneer niet in die wereld. Ik ga niet naar de bioscoop met voetballers. Na een wedstrijd spreek ik mensen, soms interview ik ze voor de NOS en dat is het. Ik hoef niet op goede voet met ze te verkeren. Af en toe heb ik twee petten op, omdat ik mensen het ene moment bekritiseer en ze het andere benader om bij ons als analist te werken. Dat schuurt weleens. Ik zou bij wijze van spreken de ene week kunnen zeggen dat Guus Hiddink het heel slecht doet als trainer en hem de week erna kunnen bellen om te vragen of-ie zondag een analyse wil komen geven. Dat is weleens lastig.

Zou u uw rol als opiniemaker niet op moeten geven?
Ja, maar dat vind ik nou net te leuk, haha! Van alles wat ik doe binnen mijn werk – daar zitten heel veel vergaderingen en besprekingen tussen – krijg ik nog een echt vlindergevoel in mijn buik als ik ’s avonds bij Studio voetbal zit. En ik leg de lat hoog voor mezelf, want ik vind dat ik me dubbel zo goed moet voorbereiden, omdat ik daar als journalist zit. Ik moet mijn zaakjes goed op orde hebben, namen weten. Ik neem mijn rol heel serieus. Dat levert een bepaalde druk op die ik leuk vind.

Uw rol bij Studio voetbal is die van de wijsneus: steeds met namen en nummertjes komen.
Het is een mening hebben gebaseerd op kennis.

En daar dan niet te bescheiden over doen.

Dat is niet de insteek, nee. Zo ga ik er niet zitten. Eigenlijk willen wij per stoel een profiel hebben. Dat komt niet altijd uit, omdat we niet altijd even gedisciplineerd waren in de gastenkeuze, maar ook omdat we weleens geleid worden door praktische zaken. Maar sinds enkele jaren zeggen we: het is voor de uitzending goed als een van die vier stoelen wordt bezet door een journalist. Waar anderen vaak een loopje met de feiten nemen, of ze gewoon niet op een rij hebben, kan de journalist ingrijpen.

Maar goed, de journalist noem ik dan voor het gemak even de wijsneus.
Dat mag, dat vind ik helemaal niet erg.

U heeft op tv een vrij steile présence, iets schoolmeesterachtigs kan u niet ontzegd worden.
Blijkbaar. Het is ook wel een beetje het spel aan tafel. Mensen vragen mij weleens of Jan Mulder en ik elkaar nog wel aankijken na de uitzending. Het lijkt er soms blijkbaar op dat we bonje hebben aan tafel. Maar dat idee hebben wij nooit! Wij lopen naar buiten, zitten hier een uur, nemen nog een glas en het boeit allemaal niks meer. Als je daar niet tegen kan, moet je er niet gaan zitten.

U moet sowieso een olifantenhuid hebben. Bij Voetbal inside zijn u en het programma mikpunt van spot. Door Johan Derksen wordt u steevast ‘de witte Chinees’ genoemd, er is een Facebook-pagina die Arno Vermeulen Go Home heet…
Ach ja, dat was zeker in het begin zo, maar dat is inmiddels al minder aan de hand. Ik vond het vooral van Derksen curieus, op een gegeven moment dacht ik bijna dat ik een stalker had. En nu begin ik het te missen als ik een tijd lang niet genoemd word. Het was voor mij echt geen issue. Ik heb ook geen dingen gehoord waarvan ik zeg: dat kan niet, dat is ver over de grens.

U dacht vooral: waar heb ik de eer aan verdiend?
Precies! En: wat goed voor de pr-machine. Er waren uitzendingen waarin ze eerst een halfuur over Studio voetbal praatten. Een groter compliment kan je toch niet krijgen?

U bent niet boos op Derksen?
Ik vind de rol van Genee eigenlijk kwalijker. Hij gooit vaak het balletje op en gaat dan wachten tot Derksen ’m inkopt. Derksen is tenminste direct.

Verheugt u zich eigenlijk op het EK?
Dat is altijd een beetje dubbel. Natuurlijk heb ik er zin in, maar zo’n groot toernooi geeft me ook altijd een knoop in mijn maag omdat je zo tegen de deadline aan het werken bent. Zo heb ik bijvoorbeeld IJsland, Tsjechië, Slowakije, Hongarije onder mijn hoede. Dat zijn nou niet de landen die ik wekelijks volg. Je kunt je als commentator voorbereiden wat je wilt, maar het is nooit genoeg. Er gebeurt zó veel. En het veiligheidsaspect speelt nu toch ook wel een rol – wat staat ons te wachten? Dat speelt allemaal in onze achterhoofden.

Is dat een concreet gevoel bij jullie?
Zeker. Er is per slot van rekening al een aanslag bij een stadion geweest in Parijs, met de bedoeling om het stadion te laten ontploffen. We hebben nu met de commentatoren al twee veiligheidssessies gedaan.

Wat moet ik me daarbij voorstellen?
Ik nodig mensen uit om ons voor te lichten. Iemand die verstand heeft van veiligheid in stadions. En iemand die les geeft op de politieacademie, die kan ons weer andere dingen aanreiken. Op een gegeven moment zou er ook een SAS-militair komen, maar die kon niet helaas. Die had ik er eigenlijk ook wel bij willen hebben om een soort training te geven.

Voelt u zich ook verantwoordelijk voor de medewerkers die u erheen stuurt?
Ik ben direct verantwoordelijk voor de zes commentatoren die daarheen gaan, dus: ja. Vandaar dat we er ook aandacht aan besteden. En het is tevens een soort alibi, want als er daadwerkelijk iets gebeurt, ben je natuurlijk totaal overgeleverd aan de situatie. Een van die experts vroeg ons of je als commentator alleen bent, of dat je iemand bij je hebt. Ik antwoordde: ‘We zijn alleen.’ ‘Oké,’ zegt-ie, ‘het is wel handig dat je een maatje vindt tussen de andere commentatoren, zodat je samen kan optrekken als er iets gebeurt.’ Dus wij begonnen al een beetje te gniffelen en Frank Snoeks zegt: ‘Ik vraag drie kwartier van tevoren misschien aan mijn Zweedse collega hoe je een bepaalde naam uitspreekt, maar ik ga echt niet vragen wat we zullen doen als er een bom ontploft.’ Moesten we wel om lachen.

En dan hebben we nog het EK zelf, waar we eerst zesentachtig varianten van Duitsland-Albanië moeten uitzitten.
Die poolfase is een crime: 24 landen, en dan ook nog de beste nummers 3 van de poules die doorgaan. Dan krijg je enorm rare rekensommen, wedstrijden waarin een team met 1-0 verliest en juichend het veld afloopt omdat ze als nummer 3 geplaatst zijn. Verder kom ik spelers in de selecties tegen die bij Roda JC geflopt zijn, die spelen dan linksbuiten bij Hongarije. Vorige week was ik voor een gesprek bij Nemec, de beoogde spits van Slowakije: heeft dit seizoen bij Willem II nul goals gemaakt, één keer in de basis gestaan. Die is dus amper goed genoeg voor de eredivisie, maar speelt wel op het EK. En Nederland niet. Ergens is er iets heel erg misgegaan.

Die eindeloze analyses over wat er dan precies mis is gegaan, van u en van vele andere analisten – vraagt u zich weleens af of er überhaupt iets zinnigs over te zeggen is?
Het is niet een van mijn grote kwaliteiten om dat te relativeren, nee. Oké, ik ken heus niet altijd de waarheid tot achter de komma, maar ik vind wel snel wat en dat roep ik ook graag. Het is hetgene waarvoor ik blijkbaar op aarde ben.

Was de twaalfjarige Arno Vermeulen ook al zo?
Ach, dat weet ik eigenlijk niet… Hoewel, toen ik 13 was, zat ik in de leerlingenraad tussen allemaal 17-jarigen. Blijkbaar had ik toen ook al de bluf dat ik vond dat ik daar iets kon betekenen.

Hoe komt u zo sport-minded?
Dat heb ik al vanaf dat ik echt heel jong was. Ik woonde in Alkmaar en sleepte mijn vader als 8-jarige mee naar AZ. Die had helemaal niks met voetbal, maar vond toch dat-ie maar even de vader moest uithangen. Na een paar keer ging hij al niet meer mee. Nee, die arme man vond er niks aan. Maar ik ging sindsdien altijd met vriendjes, een jongenskaartje kostte een gulden, volgens mij. Dat is eigenlijk nooit gestopt.

Inmiddels zit u aan tafel met mensen die tientallen interlands hebben gespeeld in hun leven. Denkt u dan nooit: ‘Wat heb ik eigenlijk voor recht van spreken?'
Eigenlijk niet, hahahaha! Ik bereid me ook anders voor. Ik zie heel veel wedstrijden in het stadion, dat scheelt. Zij zien ook wel wedstrijden, maar minder dan ik. Ik spreek ook veel meer mensen, daar haal ik enorm veel informatie uit. Ik neem dat allemaal erg serieus, op het gebied van feitjes ben ik gewoon niet zo snel te kloppen. Bovendien ben ik geheel onafhankelijk: heb nooit bij een club gespeeld, hoef nergens trainer te worden.

Dus u heeft om de tafel gezeten met alle grote voetbalbreinen van Nederland en bleek er net zo veel kijk op te hebben?
Bij iemand als Bert van Marwijk heb ik het idee dat hij absoluut driedimensionaler naar voetbal kan kijken dan ik. Mark van Bommel en hij zitten volgens mij de hele week met zijn tweeën in Limburg op hoog niveau over voetbal te praten. Zij zien dingen die ik niet zie. Maar op dat niveau praten we niet in Studio voetbal, want dat is toch voor bijna niemand te bevatten. Johan Cruijff keek ook veel driedimensionaler naar voetbal dan ik. Peter Bosz zal dat ook wel doen. Iemand als Ruud Gullit kijkt meer als een consument. Bijna alle grote trainers waren tijdens hun carrière trage middenvelders. Dát zijn de voetbalbreinen geworden.

Ten slotte, wie verslaat de finale, Frank Snoeks of Jeroen Grueter?
Jeroen Elshoffkan ook nog, die heeft de sprong naar de kopgroep gemaakt.

Vroeger deed Reitsma het altijd, Snoeks leek zijn vaste opvolger, nu moet u inmiddels uit drie man kiezen?
Je kijkt welke commentator het best in het toernooi zit. Richting de finale plegen Studio Sport-hoofdredacteur Maarten Nooter en ik één telefoontje en dan zijn we het meestal gauw eens. Eén keer was het lastig, dat was in Duitsland 2006, het afscheidstoernooi van Evert ten Napel. Iedereen rekende er op dat hij de finale zou doen, ik heb hem moeten bellen om te zeggen dat Snoeks het werd. Dat was voor Evert zwaar waardeloos, want hij rekende er op en hij heeft me dat ook nagedragen. Maar we kijken naar de beste man op die plek, dat is het enige argument om de afweging te maken. Dat klinkt misschien koel, maar als je daar niet tegen kan, moet je niet willen beslissen.

EK Voetbal, dagelijks, NPO 1, 15:00, 18:00 en 21:00 uur