De crisiskaravaan

De crisiskaravaan: hoe zinvol is ontwikkelingshulp door celebrities?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

In hoeverre is hulp van rijke celebrities of zakenlui een welkome aanvulling op de ontwikkelingshulp van traditionele organisaties als UNHCR? Duivelse dilemma’s verfilmde het gegeven.

In hoeverre is hulp van rijke celebrities of zakenlui een welkome aanvulling op de ontwikkelingshulp van traditionele organisaties als UNHCR? Duivelse dilemma’s verfilmde het gegeven.

Voor het inzichtelijke De crisiskaravaan – over hoe hulpverlening in ontwikkelingslanden wordt misbruikt en hoe het samenlevingen eigenlijk juist verder ontwricht – liet regisseur Boris Paval Conen (1968) zich inspireren door het gelijknamige boek van onderzoeksjournaliste/schrijfster Linda Polman. Polman concludeert daarin dat hulp aan slachtoffers in oorlogsgebieden vaak niet werkt, of erger: de ellende alleen maar vergroot. Maar is er een alternatief? Kunnen we het ons veroorloven om dan maar niets te doen? Hoeveel mag aan de strijkstok blijven hangen om slachtoffers te kunnen helpen? En hoe voorkom je dat geld en goederen voor slachtoffers misbruikt worden ten behoeve van corruptie en de financiering van wapens?

Voor De crisiskaravaan kiest Paval Conen voor een rauwe, documentaire stijl – effectief, want als kijker denk je dat je naar echte beelden zit te kijken in plaats van naar een speelfilm. Het materiaal is zogenaamd een film die gemaakt wordt in opdracht van UNHCR, een bedrijfsfilm. De film trapt af op het moment dat een VN-hulpkaravaan vanuit Kameroen met medicijnen en voedsel naar vluchtelingenkamp Bentimua vertrekt. De cameraman registreert de chaos en opwinding vlak voor vertrek. Hij voorziet de beelden ook van commentaar. We maken kennis met de ervaren VN-hulpverlener Nkosi (Khaya Mthembu) – leider van de karavaan. Hij bestuurt de koptruck, onze cameraman zit ernaast. Algauw trekt het echte Afrika aan onze ogen voorbij; sloppenwijken, onverharde wegen, kraampjes langs de weg, groepen kinderen op blote voeten, dieren los op straat, een groep gewapende mannen bij een slagboom die roept ‘doorrijden, doorrijden’ terwijl de camera in het gras een stuk of tien man registreert, die geknield in het gras onder schot worden gehouden. De cameraman mompelt: ‘Oh my god.’ Vervolgens valt de avond en wordt de karavaan staande gehouden door een luid schreeuwende groep gewapende mannen. Grenscontrole. Er blijken stempels te ontbreken en het gewicht van de vracht is onbekend. Op dat moment komt Vincent (Stefan de Walle) in beeld; een schatrijke zakenman die met een truck vol hulpgoederen dwars door Afrikaans oorlogsgebied rijdt naar het kleine ziekenhuis dat hij liet bouwen. Met zijn verdiende fortuin is hij privé-ngo ‘A helping hand’ gestart en denkt hij het verschil te kunnen maken. Hij staat bij de grens te wachten achter de vrachtwagens van Nkosi en zegt: ‘Wacht maar, ik regel dit.’ Hij belt met de minister van Volksgezondheid. Ongetwijfeld een vriendje van hem te horen aan het slijmerige: ‘Hello Raymond…’ En door mag de karavaan.

’s Avonds in een café – de helft van de goederen blijkt gestolen tijdens de grenscontrole – ontstaat een gesprek. Nkosi is een ervaren Afrikaanse hulpverlener, cynisch over de white mans mission. Hij doorziet hoe hulpverlening wordt misbruikt en hoe het Afrika verder ontwricht. Als voorbeeld geeft hij een Hollywoodster. Zij zond drie vliegtuigen met klamboes. De bevolking gebruikte ze echter als visnetten want de mazen waren zo lekker fijn. Maar door het verdelgingsmiddel dat in de klamboes verwerkt zat, raakte het water vervuild, stierven de vissen en stortte de lokale markt in. Plus: de bevolking kreeg toch nog malaria. Vincent reageert alleen met: ‘Well, that’s just stupid of them.’

Vincent en Nkosi besluiten samen verder te reizen, puur voor de veiligheid. Bij een volgende gewapende overval op hun karavaan probeert Nkosi het diplomatiek op te lossen, Vincent trekt meteen een stapel bankbiljetten uit zijn zak en koopt de mannen om. En zo gaat dat steeds. De reis van Vincent en Nkosi is op die manier ook een confrontatie met henzelf. Hoe diep wil Vincent buigen als hij geconfronteerd wordt met de barre realiteit in het veld? Hoe ‘fout’ mag hij zijn om zijn goede doel te bereiken? En wat blijft erover van Nkosi’s cynisme als slachtoffers van onderdrukking en geweld hem direct om zijn hulp vragen? Uiteindelijk laat Paval Conen het in het midden. Voor beide methodes valt wat te zeggen of juist op af te dingen. Een verontrustend gevoel blijft bij je. Ondanks goede bedoelingen, gaat er iets grandioos mis.

NPO 2, 28 november, 22:50 uur.