Doctor Sleep

Doctor Sleep: intrigerende verfilming van vervolg op The Shining

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Regisseur Mike Flanagan tilt Stephen Kings boek boven zichzelf uit en verbindt het aan Kubricks klassieke film.

Nee, Doctor Sleep is geen directe sequel van Stanley Kubricks meesterwerk The Shining uit 1980. Maar we zijn in een deel van de film wel weer terug in het Overlook Hotel, in het gezelschap van Danny, die als jongetje door de zalen van het hotel skelterde. We zien weer de enge tweeling, de bloedlift, de krankzinnige tapijten en Room 237. Alle sets van Kubrick zijn getrouw nagebouwd en als liefhebber van The Shining krijg je kippenvel als je in Doctor Sleep het gebouw na zoveel jaren weer betreedt, in het heden en in Danny’s herinneringen. Of je bent woedend dat Flanagan het godslasterlijke lef heeft om zo duidelijk visueel en verhalend voort te borduren op Kubricks film; de meningen over Doctor Sleep blijken verdeeld.

Als volwassene wordt Danny gespeeld door Ewan McGregor. Hij heeft nog steeds de angstaanjagende paranormale vermogens die ‘the shining’ hem als kind gaf, maar onderdrukt ze zoveel mogelijk. Net als zijn vader Jack - in Kubricks film memorabel gespeeld door Jack Nicholson - door middel van het overvloedig achteroverslaan van sterke drank. In het begin van Doctor Sleep treffen we hem aan als zwaar verslaafde, maar door een toevallige ontmoeting belandt hij in een stadje waar hij een baan krijgt in een hospitium waar hij zijn shining kan inzetten bij het geruststellen van de stervende mensen aldaar. En hij gaat te rade bij Alcoholics Anonymous, die hem helpen van de drank af te komen. Tijdens die nieuw verworven helderheid wordt zijn shining weer sterker en krijgt hij telepatisch contact met het jonge meisje Abra. Zij blijkt telepathisch te worden gestalkt door ene Rose (Rebecca Ferguson), leider van een groep in campers rondtrekkende vampiers die zich niet voeden met bloed maar met shining. Danny’s poging om Abra te helpen om aan Rose te ontsnappen leidt iedereen in de climax terug naar The Overlook Hotel, zoals vormgegeven door Stanley Kubrick.

Het is leuker om niet meer te weten van het verhaal dan dat, maar wel belangrijk om geen directe sequel van de film The Shining te verwachten. Het boek The Shining was in 1977 de doorbraak van Stephen King en hij haatte Kubricks verfilming ervan, omdat die al het alcoholisme uit het verhaal had geschrapt. Als dikke middelvinger naar Kubrick schreef King in 2013 het vervolgboek Doctor Sleep, waarin hij alle verhaaltechnische veranderingen die Kubrick zich in zijn film permitteerde totaal negeerde en alcoholisme als thema weer centraal stelde. Het was voor Flanagan, die voor de verfilming van het boek Doctor Sleep toestemming van Stephen King nodig had maar als filmmaker de film The Shining onmogelijk kon en ook absoluut niet wílde negeren, een penibele situatie. Hij had juridisch de zegen van King én van de erven van Stanley Kubrick nodig. Hij koos ervoor om het verhaal van het boek Doctor Sleep aan te houden, maar daar ook veel ingrediënten uit Kubricks film in te verweven.

Het eindresultaat is een hommage áán, maar geen directe sequel ván de film The Shining, die veel van de visuele aspecten van Kubricks meesterwerk kopieert en erop voortborduurt, gecombineerd met een verfilming van het niet zo heel goede boek Doctor Sleep van Stephen King, dat Flanagan goeddeels volgt maar net als bij zijn geweldige boekverfilmingen The Haunting of Hill House en Gerald’s Game wel naar zijn hand zet, waardoor het in een aantal opzichten beter wordt. De krachttoer die Flanagan hier volbrengt, is het omhoogtrekken van Kings tweede boek en dat combineren met een liefdevolle - of schaamteloze, want zo lijken sommige recensenten en bioscoopgangers het op te vatten - ode aan Kubricks versie van Kings eerste boek.

De beelden, het gebruik van de muziek en de sound-effects uit Kubricks The Shining, en de melancholieke kijk op horror die Flanagan ook in zijn eerdere werk liet zien, intrigeerde en verheugde ondergetekende kijker en grote The Shining-fan zeer. Mike Flanagan geeft met zijn eigen versie van het verhaal van Doctor Sleep een nieuwe slinger aan het al bijna veertig jaar durende debat tussen liefhebbers van King versus liefhebbers van Kubrick, en daarin maakt hij keuzes die (zeer toepasselijk) controversieel zullen blijken. De manier om uit te maken waar je als kijker staat in dat debat, is door naar de bioscoop te gaan. Doctor Sleep is een ambitieus en op vele fronten geslaagd project van een regisseur die mijlenver zijn nek uitsteekt. Of hij een bijl in die nek krijgt, zal de filmgeschiedenis leren; Doctor Sleep is misschien een film die voor sommigen moet rijpen. Voor anderen is hij nu al op dronk. Wie hem wil proeven en wil ronddwalen in de gecombineerde visies van King, Kubrick en Flanagan, gaat zeker kijken.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen


Doctor Sleep draait vanaf 7 november in de bioscoop.

Lees ook