Boys Next Door

Deze documentairemaakster woont samen met Syrische en Eritrese vluchtelingen

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hoe is het om samen te wonen met Syrische en Eritrese vluchtelingen? Bobbie Fay Brandsen doet het en legde het reilen en zeilen in de ‘containers’ vast in een documentaire.

‘De volgende keer moet je echt blijven eten,’ zegt Mohammad Motee, terwijl hij bij het afscheid mijn hand schudt. ‘Dat is zó lekker,’ zegt Bobbie Fay Brandsen meteen, ‘de hele tafel staat dan vol met gerechtjes, het een nog heerlijker dan het ander.’ Brandsen omhelst de Syrische jongen, die net als zij op dezelfde gang woont in het woonproject Startblok Riekerhaven in Amsterdam-West. In op elkaar gestapelde witte containers wonen vluchtelingen met een status samen met Nederlandse studenten. Beide groepen zijn tussen de 18 en 27, de verhouding is 50–50.

Toen Brandsen een jaar geleden, bij de start van het project, haar intrek nam in een van de studio’s, had ze meteen het onderwerp voor haar eindexamenfilm aan de Nederlandse Filmacademie te pakken. In juni studeerde ze af met de documentaire The boys next door, die op bijna antropologische wijze verslag doet van een halfjaar ‘samenwonen’ in het startblok. Een van ‘de jongens next door’ in de film, is Motee, die inmiddels al weer een stuk beter Nederlands praat en als hij het Nederlands voldoende beheerst de studie Business Management weer wil oppakken – in Syrië moest hij zijn studie voortijdig afbreken.
In het kleine halfuur die de film duurt, wordt al snel duidelijk dat het voor niemand van de bewoners een makkelijk eerste half jaar is geweest. Voor de vluchtelingen niet, want die dachten dat ze een ‘huis’ kregen, maar kwamen in plaats daarvan terecht in een omgeving die veel gelijkenis toont met de AZC’s waar ze zaten en waar het woord wachten wederom een goede bekende blijkt. En ook niet makkelijk, om weer andere reden, voor de grotendeels idealistische Nederlanders, waarvan Brandsen er een is. Onderweg naar haar kamer via een smoezelig trappenhuis – ‘het schoonmaken daarvan loopt niet heel soepel’ – vertelt ze dat ze al van kinds af aan een groot rechtvaardigheidsgevoel heeft en graag ‘iets’ wilde doen. Toen ze, via een tante, die ook haar filmcoach is, een mail kreeg over dit project, met het kort maar krachtige bijschrift ‘iets voor jou?’ wist ze niet of ze bedoelde om te wonen of om te filmen, maar de eerste dag dat ze er ging wonen, was meteen de eerste dag dat ze gingen draaien. De film begint letterlijk bij het begin: hoe ze met haar vader de spullen uit haar oude kamer inpakt en in de auto op weg gaat naar de Riekerhaven. Hoewel hij zegt: ‘Als iemand dit kan, ben jij het’ spreekt hij ook zijn ongerustheid uit. ‘Gevoed door de media,’ meent Brandsen. ‘Die vertellen dat mannen uit niet-Westerse culturen een bedreiging vormen voor Westerse vrouwen omdat ze een ander beeld over vrouwen zouden hebben’. Ik weet nog dat we er echt een keer ruzie over hadden aan het ontbijt. Ik vond het zo stereotyperend.’
Een onveilig gevoel is echt een van de laatste dingen waar ze het afgelopen jaar last van heeft gehad. Integendeel. ‘Ik heb me nog nooit zo veilig gevoeld als hier. Het mooie aan de Syrische en Eritrese cultuur (de meeste jongemannen die hier wonen zijn afkomstig uit deze twee landen) is dat het zo collectief is, je zorgt voor elkaar. Als westerse vrouw heb ik een fijne positie, ze vragen niet of ik moslim ben. Als dat zo zou zijn, zouden er weer andere regels gelden, dat weet ik ook.’
Door haar Eritrese medebewoners, wordt ze ‘Bobbiezus’ genoemd. Omdat ze zichzelf van het begin af aan open heeft gesteld, heeft ze hun vertrouwen gewonnen. Dat zie je terug in de film, waarin Brandsen zelf is te zien. Ze overlegt met de jongens, helpt ze met vertalen, maakt praatjes, eet mee. Clashes zijn er genoeg geweest. Een goed voorbeeld was het officiële welkomstfestival, vorig jaar, toen Startblok net bestond. Er was geen rekening gehouden dat Eritreeërs ook eigen muziek wilden laten horen; er zou alleen Syrische en Westerse muziek gedraaid worden. Ze hadden toen het gevoel dat ze niet gezien werden. ‘Ik hoorde dat en ben toen voor ze gaan lobbyen, maar veel van de organisatoren hadden dan het weerwoord: “maar zij onttrekken zich overal aan en helpen niet mee organiseren”. Je kunt gelijk denken: ja, wat verwacht je dan. Maar ik heb inmiddels meer kennis van de Eritrese cultuur, en daarin is eigen initiatief echt niet gewenst: mensen mogen zelfs niet kiezen wat ze gaan studeren, dat bepaalt de overheid voor ze. Dat je in dit land juist wél initiatief mag, en zelfs moet nemen, is voor de meeste mannen die daarvandaan komen, echt heel moeilijk.’

In de film zit een hilarische en tikje schrijnende scène waarin er een ‘gangvergadering’ wordt aangekondigd, te houden in de gemeenschappelijke ruimte – een plek die sterk doet denken aan een studentenhuis, volgestouwd met afgedankte banken. Op het afgesproken tijdstip was de opkomst heel laag. Ze beginnen toch maar alvast, waarop een jongen zegt dat er een regel moet komen dat mensen geen was uit de machine halen als deze nog draait. Het zijn zo van die dingen waar je tegenaan loopt.
Toch heeft Brandsen na een jaar wel het idee dat het vooruit gaat met de zo goed bedoelde integratie. Ze ziet vriendschappen ontstaan tussen de verschillende bevolkingsgroepen. ‘Vooral de Syriërs en Nederlanders hadden elkaar vrij snel gevonden. Dat heeft zeker te maken met het opleidingsniveau en omdat de Syriërs over het algemeen redelijk Engels praten. Maar ook omdat de Arabische cultuur ons niet helemaal vreemd is, terwijl Eritreeërs zo veel exotischer zijn.’
Liefdes zijn er ook ontstaan. Vaak tussen Syrische mannen en Nederlandse vrouwen. Een vriendin van Brandsen leerde een jongen kennen en ze werden verliefd. ‘Ik begreep van haar dat Syrische jongens een stuk romantischer en emotioneler zijn dan wij gewend zijn. Ze schrok er nogal van dat haar vriend naar Parijs ging en terugkwam met vijf cadeaus. Ze kenden elkaar toen net twee weken.’

Toen ze vorig jaar met de film bezig was, was het contact met haar medebewoners zeer intensief. Dat is het nog steeds, al was het alleen maar omdat iedereen haar kent. Brandsen zit ook in de adviesgroep Startblok Elzenhagen wat in 2018 in Amsterdam-Noord wordt gebouwd. ‘Ik zit daarin met een Syrische vriend. Ze vragen echt hoe het ons als bewoners bevalt en wat er verbeterd zou kunnen worden. Zelf vind ik bijvoorbeeld het uiterlijk heel naar, die witte op elkaar gestapelde containers. Het zou meer de vorm van een huis moeten hebben, opener en wat minder als een instelling moeten ogen.’
Ze heeft nog wel ideeën om een vervolg op deze film te maken. Hoe gaat het over twee jaar bijvoorbeeld? Wonen de ‘boys next door’ er dan nog (vooral onder de Nederlanders is het verloop wat groter omdat ze een beter netwerk hebben)? En wat doen ze? Brandsen is tevreden met de film, hoewel ze het lastig vindt om zichzelf te zien. ‘Ik weet nog dat ik in de montage op een gegeven moment over mezelf in de derde persoon ging praten: “Als je haar nou daar doet”.
Ze is van plan om nog een tijdje te blijven wonen in het startblok – dat mag maximaal 5 jaar en als je 27 bent moet je in principe ook weg. Haar huis, keurig ingericht, als een tiny house, met alles erop en eraan – sinds kort zelfs met een bank, want de jongens vonden het heel vreemd om op haar bed te zitten om een film te kijken – is prettig. ‘In een halfuur fiets je naar het centrum.’

3Lab:The boys next door, zondag 15 oktober, NPO 3, 23:20 uur

Lees ook