De wordingsgeschiedenis van Dwars door de week

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Nieuwe satire van BNNVARA? Dan doemt de naam Kopspijkers toch al snel op. Producenten, omroepbazen en één cabaretier over de totstandkoming van Dwars door de week: van niks tot een zaterdagavondprogramma op NPO 1.


Frans Klein, directeur televisie bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO):
‘Anderhalf jaar terug spraken wij met Koefnoen [het voormalige satirische zaterdagavondprogramma van AVROTROS, met Owen Schumacher en Paul Groot, red.]. Dat was gaandeweg steeds artistieker geworden, maar niet per se herkenbaarder voor het grote publiek. We hebben een verbeterplan gemaakt, en gezegd: we proberen het nog één seizoen.’

Owen Schumacher, schrijver en speler van Koefnoen en Dwars door de week:
‘In november 2016 vertelde Frans Klein dat het programma niet gecontinueerd zou worden. Daar waren we nogal verbolgen over. Het was echt ons ei en we maakten het met heel veel plezier. Wel zei Frans dat hij onze talenten wilde behouden voor de NPO.’

Klein:
‘Bij de NPO willen we satire blijven maken voor de zaterdagavond, op verschillende manieren. De kwis is daar een voorbeeld van. Maar ook Dit was het nieuws, dat we terugbrengen op de zondagavond – dat primeurtje kan ik je geven. Daarnaast hebben we het vaak gehad over – en nu ga ik toch het K-woord gebruiken – een nieuwe Kopspijkers. Maar hoe?’

Schumacher:
‘Frans vroeg ons na te denken over een andersoortig programma. Iets met satirische elementen, waarom de hele familie kan lachen. Ik weet het, dan is de vergelijking met Kopspijkers nooit ver weg. Toch leek het Paul en mij leuk iets écht nieuws te verzinnen.’

Irene van den Brekel, eigenares van tv-producent Human Factor TV:
‘Omdat Human Factor dertien jaar lang Koefnoen had gemaakt, dachten wij met Paul en Owen mee. In die periode had ik een afspraak met Kathleen Warners van BNNVARA. Ik vertelde waar we mee bezig waren. Toen zei Kathleen dat ze net aan de cabaretiers Tim Kamps en Roel Bloemen had gevraagd om namens de omroep na te denken over een nieuw zaterdagavondprogramma.’

Kathleen Warners, hoofd amusement van BNNVARA:
‘Wij hadden al die jaren Kopspijkers gemaakt, hebben later geprobeerd met Cojones iets op te bouwen, maar dat programma is gestopt. Nu spraken Irene en ik af om te onderzoeken of we het samen konden doen.’

Van den Brekel:
‘Ik had net De actualiteitenmachine gezien, een proefprogramma dat Tim en Roel hadden gemaakt voor NPO 3. Het was afgewezen, maar ik vond het erg leuk. Wij hadden vers bloed nodig, en Kathleen was al heel lang bezig met nieuw talent.’

Warners:
‘We hadden het gevoel dat er iets moois zou kunnen ontstaan als we die vier mannen in een coproductie bij elkaar zouden brengen. Zo ontstond de kerngroep. Het matchte wonderbaarlijk snel goed. Daarna kwamen we al in een vroeg stadium met Sophie.’

https://www.youtube.com/watch?v=6k4TXXhg4k4

Schumacher:
‘Tijdens een van die bijeenkomsten zei Kathleen: “Ik ga nu een naam noemen van een presentator waarvan jullie waarschijnlijk denken: hè, wat?” En toen kwam ze met Sophie Hilbrand. Daar waren we eigenlijk best positief over. Aanvankelijk hadden we gedacht aan het type Jack Spijkerman, iemand die zelf ook grappen maakte. Maar het is misschien ook goed om iemand te hebben die als een straight woman vragen stelt. Sophie heeft humor en de charme en schwung om zoiets te leiden.’

Warners:
‘Vervolgens raakte Edo Schoonbeek betrokken. Hij is voor het eerst eindredacteur. Edo paste er als vanzelf bij, omdat hij onder meer de Rapservice heeft gemaakt voor Koefnoen en ook voor De kwis en Cojones heeft gewerkt. Hierdoor hoopten we één stijl te krijgen, hoewel we twee verschillende groepjes bij elkaar hadden gezet.’

Van den Brekel:
‘In januari spraken Kathleen en ik af dat we zo snel mogelijk met een pilot moesten komen. We wisten dat degene die als eerste het kantoor van Frans Klein zou binnenstappen met een steengoede proefaflevering dat tijdslot van de zaterdagavond in september zou krijgen. Dus begonnen we de boel uit de grond trekken: schema’s maken, sessies plannen, veel met elkaar praten.’

Schumacher:
‘De pilot namen we op in maart. De nadruk ligt op een nieuwsquiz met twee bekende Nederlanders, gepresenteerd door Sophie Hilbrand, wier vragen steeds worden onderbroken. Je moet je voorstellen dat er bijvoorbeeld iets gevraagd wordt over die documentaire over Jesse Klaver, en vervolgens komt Jesse Klaver zélf op. Althans, een imitatie van hem, natuurlijk.’

Warners:
‘We stuurden de pilot op naar de NPO en maakten een afspraak met Frans Klein.’

Klein:
‘Ik spreek meestal af in restaurant Dauphine in Amsterdam. Omdat er wegwerkzaamheden gepland waren of zoiets, bedacht ik echter dat ik beter met de trein kon gaan en stelde ik Kathleen en Irene voor om hen te ontmoeten in restaurant 1e Klas op het Centraal Station. Op de dag van de afspraak was ik dat alweer vergeten. Als in een reflex pakte ik de auto en reed naar Dauphine. Waar zijn die dames nou, vroeg ik me na een tijdje af.’

Van den Brekel:
‘Op die zaterdagochtend zaten Kathleen en ik te wachten. Jezus, waar blijft hij, dacht ik. Bleek hij in Dauphine te zitten. Kathleen nam de metro ernaartoe, ik was met de fiets. Onderweg begon het keihard te regenen. Compleet doorweekt kwam ik aan. Het eerste wat ik zei toen ik Frans zag, was: “Je kóópt het wel hè, want ik ben helemaal natgeregend!” Hij zei meteen: “We doen het. Maar ik heb wel een lijstje.”’

Klein:
‘Ik had twee opmerkingen. Op de eerste plaats had het me enorm verrast dat al in de pilot zo zichtbaar was dat het goede format gehanteerd werd, dat de juiste energie erin zat, dat de makers lieten zien dat ze satire aan het bedrijven waren die bij deze tijd past. Het stond al stevig op zijn poten. De tweede opmerking ging over enkele onderdelen, waarvan ik vond dat ze onnavolgbaar waren voor het grote publiek.’

Schumacher:
‘Mijn belangrijkste punt van kritiek was dat die proefaflevering soms wel heel erg op Kopspijkers leek. Er zat een item in waarin mensen aan het woord kwamen die geloofden in een platte aarde, en aan het slot van de aflevering werden drie personen aan een tafel geïnterviewd. Dat voelde niet goed.’

Klein:
‘Ik kan me voorstellen dat de makers nog geen zweem van verdenking over zichzelf willen afroepen dat ze Kopspijkers aan het kopiëren zijn. Die overeenkomsten vielen mij ook op, maar ze maakten me niet uit. Als iets goed en grappig is, is het goed en grappig.’

Warners:
‘We hebben de vergelijking proberen te vermijden door met een nieuwe combinatie van mensen te werken en met andere vormen. Aan de andere kant: satire is breed, maar in wezen draait ze altijd om de scherpte en de lach, die maakt dat kijkers op een andere manier naar een actuele kwestie kijken. Daar is geen recept voor.’

Van den Brekel:
‘Na de toezeggingen van Frans waren we superblij. Vanaf dat moment konden we iedereen gaan vastleggen. Nu [half augustus, red.] is de groep full focus. Iedereen is al anderhalve week continu aan het schrijven.’

Schumacher:
‘Onze werkwijze is weer net iets anders dan bij De kwis of Cojones. Het zogeheten ‘sprinkhanen’, met zijn allen grappen spuien in hetzelfde tekstbestand in Google Docs, doen we minder. De lol zit hem bij ons vaak al in een vorm of een imitatie. Dan kun je beter vanuit zo’n personage grappen bedenken dat van tevoren lukraak oneliners schrijven. We vinden het prettiger om bijeen te komen en losse scènes onderling te verdelen. Daarna doet iedereen zijn zegje over zo’n tekst.’

Van den Brekel:
‘De vormgeving komt los, de muziekjes. Arjen Lubach heeft de leadermuziek gemaakt. We proberen allerlei talenten te koppelen aan Dwars door de week. Elise Schaap doet graag mee, Erik van Muiswinkel… ik denk dat wij straks een beroep kunnen doen op heel het Nederlandse cabaret. We merken dat iedereen in het wereldje blij is dat er weer een podium komt voor dit soort humor, met hopelijk steengoede satire. Begin september draaien we nóg een pilot, die niet uitgezonden wordt. Die ruimte heeft Frans ons gegeven, en dat is superluxe. Dan kunnen we nog één keer oefenen.’

Schumacher:
‘Het is fijnslijpen. Zo letten we erop dat de kijkers niet alles hoeven te weten van het nieuws om het te snappen. Anders zitten ze te kijken naar een soort puzzel – dat verwijt kregen wel eens bij Koefnoen. Of we op zaterdagochtend nog zitten te schrijven? Geen hele scènes, maar we verwerken wel het laatste nieuws om het programma een zo actueel mogelijk gevoel mee te geven.’

Klein:
‘Het belangrijkste vind ik dat Dwars door de week een swingende start maakt. Dat je voelt dat het een positieve uitstraling heeft, scherp geschreven is en relevant. Dán ben ik ervan overtuigd dat het zal blijven groeien, ook al is hier en daar een onderdeeltje nog niet optimaal. We hebben zes tot acht afleveringen afgesproken – genoeg om het programma adem te geven om te landen, maar ook om tijdig bij te kunnen sturen. Daarna gaan we praten over wat er goed was en wat niet. Hoeveel kijkers het moet halen? Eén miljoen in elk geval. Die zaterdagavond is zo sterk.’

Dwars door de week, zaterdag, NPO 1, 21:40 uur

Lees ook