De Lagarde Filmclub: interview met Fien Troch over Home

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De tweede voorpremière in de Lagarde Filmclub is Home, over pubers die door een generatieconflict in de problemen komen.

De tweede voorpremière in de Lagarde Filmclub is Home, over pubers die door een generatieconflict in de problemen komen.

Verontrustend en gedurfd, dat zijn de eerste twee woorden die bovendrijven om Home, de nieuwe film van de Belgische Fien Troch te omschrijven. Als je vervolgens de regisseur spreekt, komen daar de woorden mededogen en toegenegenheid bij. Vooral door de manier waarop Troch over haar hoofdpersonen praat. Home gaat over adolescenten en hun nog niet uitgekristalliseerde relatie tot de volwassen wereld. Over het ‘generatieconflict’ eigenlijk, want al lijken ouders en kinderen in de loop der decennia steeds meer naar elkaar gegroeid te zijn, die kloof is er nog steeds – en moet er, voor een gezonde coming-of-age, eigenlijk ook zijn, vindt de regisseur. Al gaat het in Home wel iets verder dan een ‘gezond’ generatieconflict: de 17-jarige John, die naast Kevin en Sammy, een van de drie hoofdpersonen is in de film, wordt misbruikt door zijn moeder, terwijl Kevin, die na een geweldsdelict in een jeugdgevangenis heeft gezeten, niet meer welkom is in zijn ouderlijk huis. Alleen Sammy lijkt een veilige achtergrond te hebben, al is op die bourgeois façade ook wel iets af te dingen. We spreken de regisseur begin februari tijdens het Internationaal Filmfestival in Rotterdam, waar Home enthousiast werd ontvangen.

Aan het begin van de film staat dat het is gebaseerd op een ware gebeurtenis. Hoe zit deze in de film?
Heel concreet is dat John en de incestueuze relatie met zijn mama en wat daaruit voortvloeit. Ik zag lang geleden eens een documentaire over minderjarigen die levenslang zitten opgesloten in Amerikaanse gevangenissen omdat ze een van hun ouders hebben vermoord. Vaak blijkt de achtergrond voor zo’n daad misbruik of incest te zijn. Wat ik me bij een 17-jarige jongen afvroeg, is hoe incest in zijn werk gaat. Je zou denken dat zo’n jongen fysiek veel sterker is dan zijn moeder, dat hij zich toch zou moeten kunnen verdedigen? Maar – en dat hebben psychiaters bij wie ik te rade ging tijdens de research me ook verteld – het is een heel manipulatief, het gaat over schuldgevoel, er wordt continu gechanteerd door de ouder. Zoals de moeder in de film haar zoon het ene moment verbaal alle hoeken van de kamer laat zien en het volgende moment zoete koek speelt en zegt dat ze zo eenzaam is en hij alles is wat ze heeft.

De drie jongens die de hoofdrollen spelen, zijn eigenlijk stuk voor stuk lieve jongens. Toch doen ze dingen die niet door de beugel kunnen. Is daar een verklaring voor?
Jong zijn is niet makkelijk. De balans tussen normen en waarden is nog niet in evenwicht. Je bent geen kind meer, en tegelijkertijd te jong al te volwassen. Je wilt liefde, maar dat stoot je af, je wilt rebelleren en soms is het niet helemaal duidelijk waartegen je dat moet doen. Maar als het erop aan komt, wil je het liefst een knuffel. Wat daarbij erg belangrijk is in de puberteit is de invloed van vrienden, van groepsdruk. Dat weerstaan is misschien wel het moeilijkste van allemaal.

Is opgroeien moeilijker of juist makkelijker, nu ouders vrienden lijken, en jongeren veel meer persoonlijke ruimte hebben.
Mijn conclusie is dat het niet zoveel verschil maakt. Wat anders is, is dat deze generatie moet zien om te gaan met sociale media, dat zit ook in mijn film. Maar uiteindelijk denk ik dat de basis van de adolescentie hetzelfde is: je begrijpt mij niet en je wil me ook niet begrijpen. Ook al zijn je ouders nog zo begripvol – zoals die van mij vroeger waren – dan nog zoek je een manier om je af te zetten. Ik weet dat ik het vervelend vond dat mijn moeder zo mooi en lief was. Dan kwamen er vriendinnen over de vloer die zeiden: ik wou dat ik zo’n lieve moeder had. Maar ik wilde ook weg kunnen lopen! Het is inherent aan het tiener zijn om tegen schenen te schoppen en alles stom te vinden.

Een van de jongens, Kevin, komt aan het begin van de film uit de gevangenis en is het probleemgeval. Dat deed denken aan ‘We Need to Talk About Kevin’, de Amerikaanse film waarin een jongen zijn vader vermoord. Koos je voor die naam met die film in je achterhoofd?
Het is grappig want ik herinner me dat we aan het draaien waren en dat, ik geloof de cameraman, zei: “We moeten het eens over Kevin hebben”. Ik heb de film natuurlijk gezien, maar dat zat niet in mijn hoofd toen ik een naam zocht. Ik wilde – met alle respect voor alle Kevins in België – de meest banale naam die ik kende. Dat was Kevin voor mij.

De meeste van de jongeren die in de film spelen zijn geen professionele acteurs. Hoe kwam je aan hen?
Het was niet dat ik per se zocht naar amateur-acteurs. Bij de eerste castingoproep hadden we dat duidelijk gezegd: ervaring/geen ervaring doet niet ter zake. De eerste ronde bestond uit neutrale interviews: ben je gelukkig, hoe zie je jezelf over tien jaar, etc. Het waren vooral persoonlijke en maatschappelijk relevante vragen. Daardoor kwamen we veel te weten over de jongeren zelf. We zochten naar tieners die midden in het leven stonden, die wisten wat het was om een jointje te roken. We zochten niet naar lieve jongetjes die samen met papa en mama tv keken. Dat is goed voor de ouders misschien, maar niet voor de film. Het hoefde geen perfecte acteurs te zijn. De jongeren die het uiteindelijk werden, hebben nooit het hele scenario gelezen. Er kwam ook veel improvisatie bij kijken.

De scène waarin John met zijn moeder in bed ligt en je tamelijk expliciet ziet wat er speelt tussen de twee is een shockerende, maar erg goed gespeelde scène. Was het moeilijk om die te regisseren?
Ik heb lang getwijfeld of ik het zo expliciet moest maken, maar uiteindelijk vond ik dat je moest zien waarom de jongen de situatie waarin hij zit moet stoppen. Het was eigenlijk moeilijker om erover te praten, dan het te doen, ook voor de acteurs. John had voorafgaand aan die scène al veel gerepeteerd met zijn filmmoeder. Ze wonen allebei in Antwerpen en kwamen elke dag samen naar de set. Ze was een beetje zijn mentor geworden. Vrijscènes zijn nooit leuk. In dit geval gaat het niet over genot, of over wilde fantasieën. Het was stress en het was ook stress om te doen. Dat maakt het heel naturel.

De film gaat over het gebrek aan communicatie tussen ouders en kinderen. En hoewel je niet letterlijk partij kiest, voel je uit alles dat je met mededogen naar die kinderen kijkt. Je lijkt ze heel goed te begrijpen.
Dat zei laatst ook al iemand, dat ik die kinderen zo goed snap. Mijn voorlaatste film, Kid, gaat over een jongen van 7. Nu ik zelf twee kinderen in die leeftijd heb, zou ik hem niet meer kunnen maken, omdat ik er nu midden in zit, en die afstand niet meer heb. Ik hoop dat ik, als mijn kinderen straks pubers zijn, nog net zo open minded ben als nu. Ik vind dat een tiener het recht heeft om te rebelleren. Maar kom gerust nog een keer terug als die van mij zo oud zijn. Kijken of ik er nog zo in sta dan.

Na het zien van de film vraag je je als kijker af hoe het verder zal gaan met deze drie jongens. Als jij je geld zou moeten inzetten op een van hen, welke zou dat dan zijn?
Met heel veel pijn in mijn hart zeg ik toch Sammy. Niet op basis van zijn karakter: waar Kevin misschien wel het meest opvliegende karakter heeft, is het ook een jongen die geen geheime agenda heeft: krijgt hij liefde, dan geeft hij het terug. Hij is eigenlijk de meest oprechte van de drie, terwijl Sammy met zijn veilige achtergrond veel meer manipulatief is en precies weet wat hij moet doen om iets te krijgen. Hij heeft zijn achtergrond mee en dat is in onze maatschappij toch nog steeds het belangrijkste. Hij heeft bescherming. Als hij de fout in gaat, kunnen zijn ouders geld steken in een coach, in rehab. Als je die achtergrond niet hebt en zoals Kevin tussen de mazen van het net valt, heb je het een stuk moeilijker.

Op dinsdag 14 maart om 19:00 uur vindt de tweede editie van de Lagarde Filmclub plaats in Studio/K in Amsterdam. Ditmaal vertonen we het ­rauwe puberdrama Home van de Belgische regisseur Fien Troch. De film wordt wederom ­ingeleid door Géza Weisz.

Lid worden van de filmclub kan hier
Ben je al lid? Geef dan hier aan dat je komt!