De grootste mislukking uit de geschiedenis van Lowlands

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Lowlands viert dit weekend z’n 25ste verjaardag, maar het festival kent een veel langere geschiedenis die teruggaat naar 1967. Die eerste editie was een groot succes, een jaar later werd het een drama.

Als in Biddinghuizen vrijdag de eerste tonen tegen het tentdak tikken, is het goed te memoreren dat muziekfestival Lowlands dit jaar een halve eeuw oud is. Dat wil zeggen: A Campingflight to Lowlands Paradise bestaat sinds 1993 in de Flevopolder, maar in Utrecht stond zijn wieg. Daar vond in 1967 namelijk in de Margriethal van de Jaarbeurs The Flight to Lowlands Paradise plaats, een happening voor de Nederlandse hippiejeugd. De ‘Flight’, zoals het spektakel werd genoemd, was een groot succes. Dit is echter het verhaal van de daaropvolgende editie, die van 1968. Het was het jaar waarin alles gruwelijk misging.
Eerst moet echter de vraag gesteld worden wat dat gebeuren in Utrecht nou eigenlijk voorstelde. Heel veel, stelt Tom Steenbergen. ‘A Flight to Lowlands Paradise was het allereerste popfestival van Nederland.’ Steenbergen (1949), die zijn halve werkzame leven doorbracht in de muziekindustrie en nu onder meer beheerder is van het Toppop-archief, schreef een boek over de opkomst van de Nederlandse livemuziekindustrie in de jaren 60: Poppioniers. Het wordt, hoe kan het ook anders, op Lowlands gepresenteerd. Utrecht was een mijlpaal, zegt Steenbergen. ‘Binnen een half jaar na de Flight had in Lochem het eerste openluchtfestival van ons land plaatsgevonden en waren in Amsterdam de poppodia Paradiso en Fantasio geopend.’ Hij wil maar zeggen: tussen november 1967 en mei 1968 is de basis gelegd van ons huidige, veelsoortige livemuziekcircuit dat uniek is in Europa en de wereld. ‘Vanaf toen kon Nederland, met name Amsterdam, uitgroeien tot het hippiecentrum van Europa.’

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

DE EERSTE FLIGHT
Aan de start van die ontwikkeling stond Bunk Bessels (1944). Bessels – die in werkelijkheid Gerard heette, maar zijn bijnaam dankte aan een verblijf in een leegstaande Duitse bunker tijdens een zomervakantie op Terschelling – was een telg uit een Deventers arbeidersgezin die zich als kunstenaar in Utrecht had gevestigd en zich ontwikkelde tot gangmaker binnen de lokale tegencultuur. Hij richtte onder meer de groep Volte op, vergelijkbaar met Provo in Amsterdam. Met vriend Dolf Hartsuiker bezocht hij eind april 1967 het Alexandra Palace in Londen, waar een manifestatie plaatsvond die The 14 Hour Technicolor Dream heette. Veertien uur lang vermaakten soms uitzinnig uitgedoste jongeren zich door naar psychedelische muziekgroepen te luisteren, of door andere dingen te doen. ‘Een Japanse juf werd door vrijwilligers van haar kleren ontdaan. Met een kleine schaar werden kleine stukjes kleren van haar afgeknipt,’ schreef bezoeker (en latere stichter van Paradiso) Willem de Ridder in het door hem opgerichte, toonaangevende Nederlandse jongerentijdschrift Hitweek. De Japanse juf was overigens Yoko Ono. Beatle John Lennon bevond zich eveneens tussen het publiek. Dit is wat ik wil, dacht Bunk Bessels in het vliegtuig naar huis. Steenbergen: ‘Omdat het zijn eerste vliegreis was en hij het gevoel had dat hij het paradijs invloog, verzon Bessels met Hartsuiker een eigen happening met de titel: The Flight to Paradise.’ Het werd uiteindelijk The Flight to Lowlands Paradise, dankzij de Bob Dylan-song ‘Sad eyed lady of the lowlands’.
In enkele maanden draaiden Bessels en de zijnen een programma in elkaar van Nederlandse en Engelse popgroepen (waaronder The Golden Earrings) lichtshows uit San Francisco, bloemen, wierook, draaiorgels, films, Simon Vinkenoog en een gratis ontbijt op de volgende ochtend. Bijzonder is dat de gemeente Utrecht zich toeschietelijk opstelde jegens de alternatievelingen, zegt Steenbergen. ‘De raad werkte mee in het regelen van de financiële garanties, en ook burgemeester Coen de Ranitz heeft zeer geholpen. Dat was in andere steden niet altijd het geval.’ The Flight to Lowlands Paradise van 24 op 25 november 1967 werd een groot succes. Zo’n tienduizend jongeren brachten op vredelievende wijze twaalf uur in elkaars gezelschap door. De organisatie had beginnersfouten gemaakt, zoals het bouwen van drie podia waarop beatgroepen gelijktijdig een show ten beste gaven, wat tot een oorverdovend kabaal leidde, maar kreeg een lovende pers. ‘Een nacht lief zijn voor elkaar in een sfeer van wierook, zweet, sigarettenstank, meegebrachte sterkedrank en ‘stuff’, noteerde Het Vrije Volk.

DE TWEEDE FLIGHT
Aangemoedigd stuurde Bessels in 1968 aan op een tweede editie. Die moest de eerste in alles overtreffen, en zeker in het muzikale aanbod. Voor het boeken van muzikanten nam hij stadgenoot Jaap van de Klomp in de arm. Van de Klomp (1940) had als bestuurslid van de Utrechtse jazzkelder Persepolis ervaring met het binnenhalen van buitenlandse artiesten. Dat de muziekzaak van de jeugd drastisch veranderde, ging niet aan hem voorbij. ‘De toen modieuze avant-gardejazz was voor ongeschoolde oren niet om aan te horen,’ zegt Van de Klomp nu. ‘Popmuziek was veel toegankelijker en opwindender.’ Bessels vloog met Van de Klomp enkele malen naar Londen om bij internationale boekingskantoren artiesten te contracteren. Op zeker moment kregen ze de keus uit twee absolute wereldacts: The Who en Jimi Hendrix. Bessels memoreert op archiefbeeld over een ‘laaiende ruzie’. De Engelse rockband wilde niet komen als de Amerikaanse gitaarheld kwam en vice versa, ‘maar er kon er maar één top of the bill zijn’. Op het boekingskantoor van Jimi Hendrix in Londen tekende Bessels een contract voor twintigduizend gulden, waarvan tienduizend als voorschot moest worden betaald. Ook werd speciaal voor de gitarist de festivaldatum verschoven: van 23 november naar zaterdag 28 december 1968. Met zijn begeleiders van The Jimi Hendrix Experience zou Hendrix – in een speciaal voor de gelegenheid gehuurd chartertoestel van Martinair – vanuit Londen naar Nederland worden gevlogen, tezamen met grote namen als The Bonzo Dog Doo-Dah Band, Eire Apparent, The Pretty Things en Jethro Tull. Pink Floyd en Jeff Beck zouden op eigen gelegenheid komen. De Flight zou ook een nederpop-programma kennen, met onder meer The Outsiders van Wally Taks en CCC Inc. van Jaap van Beusekom en Ernst Jansz. Met een dergelijke programmering kon de promotiecampagne los. Jongerenblad Hitweek presenteerde de tweede Flight to Lowlands Paradise als hét popevenement van het jaar en riep jeugd uit heel Nederland op om naar Utrecht te gaan. Achttien uur vermaak, en dat voor slechts tien gulden! Ook op de onder jongeren populaire VARA-radio werd erover gesproken, door dj en Hitweek-verslaggever Koos Zwart en in het progressieve programma Uitlaat van Wim de Bie.
Lowlands

DE AVOND
Het bleek te veel voor een stel goedbedoelende amateurs. Op die zaterdag na Kerstmis trotseerden duizenden jongeren de ijzige kou en sneeuw voor de deuren van de Margriethal. Steenbergen was een van hen. ‘Het was onwaarschijnlijk slecht georganiseerd,’ vertelt hij. ‘Er stond slechts één kassa. Ik heb anderhalf uur lang doodsangsten uitgestaan, bang om geplet te worden.’ Toen uren later het door de politie geëiste maximum van 18.000 bezoekers was bereikt, werd de wachtenden buiten medegedeeld dat ze dienden te vertrekken. Dat viel slecht. De meute begon sneeuwballen naar de politie te gooien, die daarop charges te paard uitvoerde. Kassahokjes werden omgegooid, muziekliefhebbers probeerden via nooduitgangen toch naar binnen te dringen of vielen in de sneeuw.
Eenmaal binnen trof de sfeer Steenbergen als allesbehalve paradijselijk. ‘Ik kwam in een grijze hal vol rook – iedereen blowde natuurlijk. Er liepen jongens rond die je graag uit je jas hielpen, maar zij bleken later niets met de organisatie van doen te hebben en zijn hem gesmeerd met die jassen en alles wat erin zat. Niet mijn jas, gelukkig.’ Een volgende domper was het nieuws dat Jeff Beck en Jethro Tull hadden afgezegd, om redenen die Steenbergen nooit heeft kunnen achterhalen. Van de optredens die wel doorgingen, kregen de toeschouwers bovendien lang niet alles mee. ‘Het was een kakafonie van lawaai. Je kon nauwelijks iets zien, want niemand had nagedacht over de belichting. Bovendien was het podium heel hoog, mogelijk om te voorkomen dat fans zich aan de muzikanten vergrepen.’
Los van het muzikale programma stonden ook enkele stalletjes in de hal, waaronder die van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH). De kraam was opgetuigd met opgeblazen condooms en toonde erotische kunst. Dat laatste leidde tot een rechtszaak ‘wegens verspreiding van pornografisch materiaal’, tekent historicus Olaf van Muijden op in Tijdschrift Oud-Utrecht. De veroordeling van twee NVSH-leden werd twee jaar later in hoger beroep vernietigd.
Ondertussen was Van de Klomp onderweg naar Schiphol. Hij zou in Londen de geboekte muzikanten oppikken met een DC-3, een Dakota uit de Tweede Wereldoorlog. Op de luchthaven wachtte hem echter een rampzalige mededeling. ‘Er was te veel zijwind in Londen,’ memoreert Van de Klomp. ‘Die Dakota kon daar niet landen.’ Het lukte Van de Klomp om via hun management contact te leggen met de in onzekerheid verkerende beroemdheden. Intussen kwam vliegtuigmaatschappij Martinair met een idee: een ander toestel moest met een partij snijbloemen naar Parijs, en daarna via Londen terug naar Amsterdam. Van de Klomp: ‘Die trip heb ik gemaakt.’ En zo reisde de nieuwbakken festivalorganisator in een vliegtuig vol bloemen, op een haastig neergezet stoeltje, via Frankrijk naar Engeland.
Eenmaal in Londen bleek dat niet alle muzikanten waren blijven wachten. De grootste domper was toen al binnen: Jimi Hendrix kwam niet. Hij zat in New York. ‘Met een verzwikte enkel,’ zegt Van de Klomp. ‘Flauwekul. Hij kon het verplichte doktersattest overleggen, maar zoiets is makkelijk te regelen.’ Ook Steenbergen denkt dat de Flight in het ootje is genomen. ‘Volgens mij was Hendrix nooit van plan geweest om te komen. Hij trad heel weinig op in die periode, wegens een conflict met zijn band.’ Het voorschot van tienduizend gulden is nadien, na enig aandringen van de organisatie, door Hendrix’ management in Londen terugbetaald.
Tegen elf uur ’s avonds arriveerde Van de Klomp met de overgebleven artiesten in een touringcar bij de Jaarbeurs. Door een enorm pak sneeuw werkten zij zich naar binnen. Onder de festivalbezoekers was de spanning inmiddels tot het kookpunt gestegen: zou Jimi Hendrix nou komen of niet? Backstage heerste dezelfde sfeer. Jaap van Beusekom van CCC Inc. omschrijft de tweede Flight als ‘een avondje wachten.’ Van Beusekom: ‘Alles liep uit. Ik heb nog even gekeken naar The Bonzo Dog Doo-Dah Band, maar we hebben de uren in de kleedkamer vooral doorgebracht met staren naar de doorkijkblouse van de vriendin van Koos Zwart.’ CCC Inc. zou die avond niet meer optreden. Rond middernacht betrad Van de Klomp het podium. Aan hem de ondankbare taak om het nieuws te brengen dat Jimi Hendrix definitief geen acte de présence zou geven. De teleurstelling was groot. Van de Klomp: ‘Ik geloof niet dat ik er een heel lang verhaal van gemaakt heb.’

DE OCHTEND ERNA
Menig bezoeker zal de volgende morgen met gemengde gevoelens het gratis ontbijt hebben weggewerkt. Op het omslag van de eerstvolgende Hitweek prijkten de woorden: ‘Triestige Flight’. Koos Zwart concludeerde in het bijbehorende verslag: ‘Zo’n Flight als deze tweede editie KAN ook NIET MEER. (…). Het vertrouwen van het publiek in groots opgezette festivals is nu volkomen weg.’ Kennelijk kwam ook de grote organisator tot die slotsom. Voor zijn boek lukte het Steenbergen om Bessels, die niet meer goed aanspreekbaar is, te interviewen via diens dochter Tamara. ‘De rompslomp rond de tweede Flight was zo stressvol, dat ik geen zin had in een derde,’ laat Bessels weten. Zijn vrouw dreigde met een scheiding en hij was net vader geworden van Tamara. Een derde Flight zou er nooit komen.
Naar verluidt vond Willem Venema, de muziekprogrammeur die 25 jaar later voor concertorganisator Mojo een nieuw popfestival in de Flevopolder opzette, een knipoog naar de Flight wel een aardig idee. In zijn boek De kleine Parade schrijft Rob van Scheers dat Venema Bessels duizend gulden gaf voor een nieuwe computer, waarmee de kous af was. Tegenover Steenbergen noemt Bessels geen bedrag, maar hij zegt dat geld pas in het spel kwam nadat de A Campingflight to Lowlands Paradise in 1993 al had plaatsgevonden. ‘Zonder mijn toestemming, dus heb ik ze verboden het nog verder te gebruiken. Ze boden me uiteindelijk aan de naam te kopen en het bedrag dat ik vroeg heb ik geschonken aan Amnesty International. Bedankt en tot ziens!’

Lowlands 2017 zaterdag 19 en zondag 20 augustus, NPO 3, 22:00 en 21:50 uur

Lees ook