Cuba and the Cameraman: Hoogte- en dieptepunten van 50 jaar Cuba

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Sympathieke documentairemaker struint jarenlang door het revolutionaire land.

Documentairemaker John Alpert registreert in de vroege jaren 70 in zijn thuisland de Verenigde Staten het maatschappelijke onbehagen dat heerst: er wordt tijdens de nasleep van de Vietnamoorlog hevig geageerd tegen de gevestigde orde. Die ontwikkelingen vormen de opmaat naar een verwachte bestuurlijke kentering. De Cubanen geven in zijn ogen al het goede voorbeeld: educatie en gezondheidszorg zijn daar gratis. Zo komt de jonge filmmaker uit pure nieuwsgierigheid terecht in de autocratie van Fidel Castro, in een periode toen ‘mobiele telefoons nog niet waren uitgevonden’. Gedurende vijf decennia onderhoudt hij nauw contact met een drietal families, en filmt hij hun hoogte- en dieptepunten.

Intussen laat hij ook de geopolitieke context niet onbesproken: idealist Alpert vertelt vol hartstocht over de honderdduizenden Cubanen die in de jaren 70 vluchtten naar Amerika. Hij komt in contact met een boerenfamilie die als voorbeeld dient voor Castro’s suikercampagne: de dictator heeft alle hoop gevestigd op de suikeroogst. Diegenen die het land bewerken zullen gedurende de heerschappij van El Commandante de zwaarste lasten mogen dragen. Zo zien we dat Cristobal, een arme boer, ver in de tachtig, nog aan de bak moet, terwijl zijn vee door jonge dieven allang is gestolen en geslacht. Daarmee wordt het tragische lot van de agrariër bevestigd.

https://www.youtube.com/watch?v=lsZ8hDutkeM

Castro wil al die keren dat Alpert hem spreekt – ook dat is een unicum, voor een Amerikaanse journalist – niets kwijt over de binnenlandse problematiek. In 1992 vraagt de filmmaker de Cubaanse leidsman wat hij zou zeggen in een gesprek met de nieuwe Amerikaanse president Clinton: ‘Ik denk goedemorgen of goedenavond.’ Waarop Alpert vervolgt: ‘En hoe zit het met de voedseltekorten?’ Castro kijkt in de lens, met een norse blik: ‘Onze problemen zijn onze zaak.’ Zo weet de sympathieke documentairemaker toch telkens weer informatie los te pulken, en toont hij dat ook een van de meest gevreesde dictators van de wereld wel degelijk humor heeft.

Fidel Castro ontpopt zich als een soort geestige Liam Neeson die alleen als hij er zin in heeft Engels spreekt; soms deelt hij zijn scherpzinnige observaties met zijn interviewer. Alpert lijkt daarmee te willen zeggen dat iemand die met harde hand regeert óók een innemende persoonlijkheid kan zijn. Net voor Castro’s overlijden wordt hij nog ontvangen door de dan 90-jarige communist. Een foto waarop Alpert hem kust spreekt boekdelen. Al die jaren is er sprake geweest van wederzijds respect, terwijl de documentairemaker ook de keerzijde van Castro’s schrikbewind niet onbesproken laat.

Zo is er in de jaren 70 een kunstmatige hausse, omdat de Sovjet-Unie structureel goederen levert aan Cuba. Als het Sovjetrijk echter implodeert, filmt Alpert de lege schappen en de graatmagere Cubanen die in de rij staan voor voedsel en brandstof. Rum wordt – wanneer het voorhanden is - uit schrale troost direct geconsumeerd. Ziekenhuizen werken al een eeuwigheid met apparatuur uit de jaren 50 en 60 en hardwerkende mannen worden te pas en te onpas gevangengezet. Gelukkig verschijnen rond 2000 de eerste corpulente (Amerikaanse) toeristen sinds de revolutie 40 jaar eerder. In 2016 is Havana verworden tot een pretpark.

Dat betekent evenwel dat medische ingenieurs nu allerlei waardeloze parafernalia gaan verkopen, want dat verdient gek genoeg beter dan het notabele beroep waar ze voor hebben geleerd. Alpert volgt een oncoloog die voor welgeteld 25 dollar per maand (in 2006) wél aan het werk is in zijn vakgebied. Dat is beduidend minder dan op zo’n toeristenmarkt staan. Waarmee duidelijk wordt dat het doorwrochte idealisme – waarmee ooit de revolutie werd uitgroepen – nog steeds bestaat. Hoewel de activistische documentairemaker na een leven lang struinen door Cuba met een camera – en het innige contact met de bevolking – toch moet concluderen ‘dat er niet veel is veranderd’.

Cuba and the Cameraman, vanaf 24 november bij Netflix

Lees ook